Klikzink
Een woonboerderij heeft vaak een dakvlak dat in de loop der jaren is opgeknapt in stukken. Het voorhuis met riet, het achterliggende bedrijfsgedeelte met pannen of golfplaat, en soms een aanbouw die al eens vernieuwd is. Wie klikfels overweegt op zo'n dak, stelt terecht eerst de vraag wat er onder de nieuwe platen moet liggen. Dat antwoord verschilt namelijk per dakdeel, en juist die overgang tussen materialen is waar het bij een woonboerderij om draait.
Klikfels bevestigen wij blind, met klemmen die onder de fels van de plaat verdwijnen. Die klem moet ergens aan vast. Op een houten ondergrond, zoals een beschoten dakvlak of een balklaag met tengels, draaien we de klemmen met schroeven vast in het hout. Dat is bij een woonboerderij de meest voorkomende situatie, omdat het overgrote deel van deze gebouwen een houten dakconstructie heeft die soms al honderd jaar oud is. Ligt er onder het riet nog een oud rietwerk op panlatten of een dichte beschieting, dan bepaalt de staat van dat hout of we er zo op door kunnen, of dat er eerst een nieuwe onderconstructie moet komen.
Bij een stalen ondergrond, bijvoorbeeld een voormalige schuurkap met stalen gordingen die is meeverbouwd tot woongedeelte, gebruiken we zelfborende schroeven die direct in het staal grip krijgen. Dat komt bij woonboerderijen minder vaak voor dan bij pure agrarische schuren, maar het gebeurt: sommige boerderijen hebben een deel van de kapconstructie ooit vervangen door een lichte staalconstructie, bijvoorbeeld boven een voormalige werktuigenberging die nu bij het woongedeelte is getrokken. Beton als ondergrond komt bij een woonboerderij zelden voor op het dak zelf, maar wel bij een gevel op een betonnen borstwering of bij een aanbouw met een betonnen dek. Daar werken we met andere bevestigingsmiddelen die op het beton zijn afgestemd, en dat bepalen we per situatie omdat de dikte en kwaliteit van het beton sterk verschillen.
Bij een nieuwe schuur is de ondergrond meestal één materiaal over het hele dakvlak: allemaal hout, of allemaal staal. Bij een woonboerderij is dat zelden zo. Het pand is in fases gebouwd en verbouwd, en de kapconstructie draagt de sporen daarvan. Een rietgedekt voorhuis heeft doorgaans een andere onderconstructie dan een achterliggend deel met pannen, en die twee delen komen op één nok of in één hoek samen. Wilt u daar felsplaten aanbrengen, dan moet u eerst weten of dat aansluitende dakdeel houten panlatten heeft, een dichte beschieting, of misschien toch een stalen gording die ooit is bijgeplaatst om een verzakking op te vangen. Zonder dat te weten, kunt u niet bepalen welke bevestiging u nodig heeft en hoeveel klemmen per vierkante meter nodig zijn.
Het kenmerkende van een woonboerderij is dat het dakvlak vaak twee verschillende bestaande materialen naast elkaar heeft: riet aan de ene kant, pannen aan de andere, met de klikfels als derde materiaal dat ertussen of ernaast komt. Die overgang is constructief het gevoeligste punt. Riet heeft een dikke, onregelmatige onderlaag die niet zomaar overgaat in een strakke stalen plaat. Bij de meeste woonboerderijen die wij kennen, blijft het riet dan ook gewoon liggen en komen de felsplaten op het andere dakdeel, met een nette aansluiting ter hoogte van de gootlijn of de nok. Die aansluiting vraagt om een onderconstructie die aan beide zijden gelijk of in elkaars verlengde ligt, anders ontstaat een sprong in het dakvlak die u liever vooraf oplost dan achteraf ontdekt.
Een voorbeeld uit de praktijk: bij een boerderij met een rieten voorhuis en een pannen achterhuis lag onder de pannen een oude dichte beschieting op houten gordingen, terwijl het riet op traditionele panlatten met rietstro lag. Bij het vervangen van het pannendak door klikfels bleek die beschieting op sommige plekken verzakt door houtrot bij de gootrand, precies waar het riet begon. Daar is eerst een nieuwe strook beschieting aangebracht voordat de felsplaten er blind op geschroefd konden worden. Zonder die controle vooraf had de aansluiting tussen riet en fels een zwakke plek gehad, precies op de plaats waar water het langst blijft staan.
Om de juiste ondergrond en bevestiging te bepalen, is het verstandig om vooraf te laten inspecteren wat er onder het bestaande dakvlak zit, per dakdeel. Bij een woonboerderij betekent dat vaak dat er op minstens twee plekken gekeken moet worden: onder het te vervangen pannen- of golfplatendeel, en bij de aansluiting met het rietgedekte deel dat blijft liggen. Is de onderconstructie hout, dan is de vervolgvraag of dat hout nog voldoende draagkracht heeft voor de schroeven, of dat er eerst tengels of een nieuwe beschieting bij moeten. Is het staal, dan gaat het om de dikte van het profiel en of de zelfborende schroeven daar voldoende grip in vinden.
Als het volledige dakvlak van de woonboerderij nog in originele, goede staat is met een rietdekking die niemand wil vervangen, dan is de vraag naar de ondergrond onder klikfels eigenlijk niet aan de orde: er komt dan simpelweg geen fels op dat deel. Ook als de bestaande houten constructie ernstig is aangetast door houtworm of vocht over het hele dakvlak, is vervanging van de constructie zelf een grotere ingreep dan alleen het bepalen van een bevestigingsmethode, en dat traject valt buiten de keuze voor hout, staal of beton als zodanig. In dat geval is een bouwkundige beoordeling van de hele kapconstructie de eerste stap, niet de keuze voor felsplaten.
Wilt u weten welke ondergrond onder uw dakdelen zit en wat dat betekent voor de bevestiging van klikfels, dan denken wij daar op basis van een tekening of een paar foto's van de constructie in mee. Dat kost niets en geeft u een concreet beeld van wat er nodig is voordat er een plaat op het dak ligt.