Klikzink
Bij een bedrijfsloods gaat het bijna nooit om een klein dakvlak. De meeste loodsen hebben lange, rechte dakschilden zonder veel onderbrekingen, en dat is precies waarom de vraag naar de ondergrond hier anders ligt dan bij een woning of een utiliteitsgebouw met dakkapellen en doorbrekingen. Op een lang dakvlak telt elke centimeter uitzetting mee, en de manier waarop de fels aan de ondergrond vastzit, bepaalt of dat probleemloos verloopt of juist voor spanning zorgt.
De drie ondergronden die u onder felsplaten aantreft, zijn houten dakbeschot, een stalen dakconstructie met damwandplaat of sandwichpanelen, en een betonnen dekvloer of prefab betonelement. Bij een bedrijfsloods is een stalen ondergrond het meest gangbare beeld: veel loodsen zijn opgetrokken met een stalen spantenconstructie en een dakbedekking op damwandplaten, eventueel met isolatie ertussen. Op die stalen ondergrond bevestigen we de felsplaten met zelfborende schroeven onder de fels, blind weggewerkt, zodat er aan de bovenzijde niets te zien is dat kan gaan lekken. Bij een houten ondergrond, wat u eerder tegenkomt bij oudere loodsen of bij een houten dakconstructie op regionale bouwbedrijven, gebruiken we gewone schroeven in het hout. Beton komt bij loodsen minder vaak voor als directe ondergrond voor de fels zelf, maar wel als drager van een houten regelwerk of een geïsoleerd dakpakket waar de felsplaten weer op hout of staal worden bevestigd.
Het punt is niet dat de ene ondergrond beter is dan de andere. Het punt is dat de ondergrond bepaalt met welk bevestigingsmiddel en welk schroefpatroon we werken, en dat heeft weer gevolgen voor hoe de plaat zich gedraagt over de lengte van een dakvlak dat bij een loods al snel dertig, veertig of meer meter lang is.
Bij een woonhuis met een kap van vijf of zes meter lengte speelt uitzetting een marginale rol. Bij een bedrijfsloods met dakvlakken van tientallen meters is dat anders. Onze felsplaten zetten ongeveer half zoveel uit als zink, wat op zich gunstig is, maar bij een lange baan telt die uitzetting toch op. Een plaat van veertig meter beweegt bij temperatuurschommelingen aanzienlijk meer dan een plaat van vijf meter, ook al is de uitzetting per strekkende meter identiek.
Dat betekent dat we bij lange dakvlakken kijken naar waar de vaste bevestigingspunten komen en waar de plaat de ruimte moet krijgen om te bewegen. Op een stalen ondergrond is dat relatief eenvoudig te regelen, omdat de klemmen onder de fels enige speling toelaten en de damwandplaat zelf ook enige mate van flexibiliteit heeft. Op een houten ondergrond ligt dat net iets anders: hout werkt zelf ook, zeker bij vocht en temperatuurwisselingen, en dan moet u niet twee bewegende materialen tegen elkaar laten vechten. In de praktijk merken we dat een goed doordacht bevestigingspatroon op hout net zo goed werkt als op staal, maar de tolerantie is kleiner en de uitvoering vraagt meer precisie.
Omdat we platen op maat leveren, van 450 tot 8000 millimeter en op de millimeter gezaagd, kunnen we voor een lang dakvlak vaak met minder dwarsverbindingen werken dan wanneer u met standaardlengtes zou moeten schuiven en koppelen. Minder overlappingen betekent minder potentiële zwakke punten over een lengte waar uitzetting toch al meespeelt. Dat is bij een bedrijfsloods eerder de regel dan de uitzondering, en het is een reden waarom we bij dit type gebouw altijd vooraf naar de exacte dakmaten vragen voordat we een plan voor de bevestiging maken.
Stel een loods van vijftig bij dertig meter, stalen spantenconstructie, damwandplaat met isolatie en een dakhelling van acht graden. Hier lopen de felsbanen in de lengte van het dakvlak, dus banen van pakweg dertig meter. Op die lengte bevestigen we met zelfborende schroeven in een patroon dat rekening houdt met de verwachte uitzetting: niet elke klem is een vast punt, een deel fungeert als glijpunt zodat de plaat kan bewegen zonder dat de fels onder spanning komt. Bij een kortere loods van bijvoorbeeld vijftien meter is die nuance veel minder relevant, en zou een standaard bevestigingspatroon zonder verdere aanpassing volstaan.
Stel daarentegen dat dezelfde loods een houten dakbeschot heeft in plaats van staal, wat u soms ziet bij oudere agrarische loodsen die later een bedrijfsbestemming kregen. Dan is de eerste vraag niet hoe we de fels bevestigen, maar of het beschot zelf nog voldoende draagkracht en stijfheid heeft over die lengte. Een verzakt of doorgebogen beschot geeft een golvend dakvlak, en op een lang dakvlak valt zo'n golving veel sterker op dan op een kort dakvlak van een schuurtje. In dat geval adviseren we soms eerst het beschot te controleren of te vervangen voordat de felsplaten erop komen, ook al is dat een extra stap die de opdrachtgever liever had overgeslagen.
Er zijn situaties waarin de ondergrond van een bedrijfsloods reden is om een andere afweging te maken. Als de bestaande dakconstructie onvoldoende draagvermogen heeft voor een nieuw dakpakket, of als er sprake is van een sterk onregelmatige stalen ondergrond met veel oude doorvoeren en reparaties, kan het zijn dat eerst een deel van de constructie moet worden aangepakt voordat er over de keuze van het beplatingsmateriaal gesproken kan worden. Ook bij zeer lage dakhellingen, onder de zes graden, is felsbeplating niet de geschikte oplossing, ongeacht wat er onder ligt; dat is een grens die niet met de ondergrond te maken heeft maar met de plaat zelf.
Verder geldt dat bij een beperkt dakvlak, zeg een kleine loods van tien bij twaalf meter, de discussie over baanlengte en uitzetting grotendeels wegvalt. Dan is de keuze van de ondergrond nog steeds relevant voor het bevestigingsmiddel, maar de complexiteit die bij lange dakvlakken ontstaat, speelt simpelweg niet. Het zou dan overdreven zijn om dezelfde uitgebreide aandacht aan uitzetting te besteden als bij een dakvlak van veertig meter.
Als u een bedrijfsloods heeft of ontwerpt en wilt weten wat de bestaande of geplande ondergrond betekent voor de uitvoering van de felsbeplating, is het meest praktische om de dakmaten en het type ondergrond, hout, staal of beton, samen met eventuele bijzonderheden zoals doorvoeren of oude reparaties op een rekening te zetten. Wij kijken daar kosteloos naar mee en geven aan welk bevestigingspatroon en welke baanindeling passen bij de lengte van uw dakvlakken.