Klikzink
Voordat er één plaat op het dak of tegen de gevel ligt, moet duidelijk zijn wat daaronder zit. Felsplaten zelf zijn overal hetzelfde, maar de manier waarop ze vastkomen verschilt per ondergrond. Wij krijgen deze vraag bij vrijwel elk project, en het antwoord bepaalt niet alleen hoe wij de bevestiging adviseren, maar ook of er nog een tussenlaag nodig is voordat de platen erop kunnen.
Er zijn in de praktijk drie ondergronden waarop felsplaten worden bevestigd: hout, staal en beton. Elk heeft een eigen bevestigingswijze en een eigen aandachtspunt. Wat in alle gevallen gelijk blijft, is dat de platen blind bevestigd worden met klemmen die onder de fels verdwijnen. Er zijn dus geen schroeven te zien in het oppervlak, maar de klemmen zelf moeten wel ergens houvast vinden, en dat houvast is precies waar de ondergrond om de hoek komt.
Houten dakbeschot of een houten gevelconstructie is voor felsplaten een vertrouwde ondergrond. De klemmen worden met schroeven in het hout bevestigd, op vaste afstanden die passen bij de plaatlengte en de belasting die verwacht wordt, zoals windbelasting op een gevel of sneeuwbelasting op een dak. Bij een woonhuis met een houten dakbeschot van voldoende dikte is dit meestal een kwestie van een goed uitgevoerd standaardpatroon.
Waar het misgaat, is bij houten ondergronden die zelf niet meer voldoende draagkracht hebben. Een oud beschot dat is aangevreten door vocht, of tengels die te dun of te ver uit elkaar zijn geplaatst, geven de schroeven te weinig grip. De felsplaten zelf zijn dan niet het probleem, de ondergrond is het wel. In dat geval moet eerst het beschot of de regelwerkstructuur op orde komen voordat er sprake kan zijn van een verantwoorde bevestiging. Een aannemer die alleen naar de bovenkant kijkt en de onderconstructie overslaat, loopt hier het risico dat de platen prima liggen maar de ondergrond eronder na een paar jaar gaat verzakken of doorbuigen.
Bij een stalen dakconstructie, zoals bij veel bedrijfshallen, loodsen en agrarische gebouwen, gebruiken we zelfborende schroeven. Die boren zichzelf door de stalen ondergrond heen zonder dat er voorgeboord moet worden, wat in de praktijk een stuk sneller werkt dan bij hout. Het aandachtspunt hier is de dikte en kwaliteit van het staal. Dunne stalen damwandprofielen of gording met corrosieschade geven de schroef minder grip dan een degelijke, onbeschadigde stalen ondergrond.
Bij een bedrijfshal met een bestaande stalen dakconstructie die al enige jaren meegaat, is het daarom verstandig om vooraf te laten beoordelen of de gording nog voldoende staat. Wij denken hierin mee op basis van een tekening, en dat kost niets. Het is beter om dat gesprek te voeren voordat de platen besteld zijn, dan achteraf te ontdekken dat de bevestigingspunten niet overal aansluiten op waar de gording daadwerkelijk zit.
Beton komt minder vaak voor als directe ondergrond voor felsplaten, maar het gebeurt, bijvoorbeeld bij een betonnen dakvloer op een parkeergarage met een dakopbouw, of bij een betonnen gevelpaneel. Op beton kan niet zomaar met dezelfde schroeven gewerkt worden als op hout of staal. Er is een ander bevestigingssysteem nodig, meestal met een tussenconstructie van houten of stalen regels die wel op het beton verankerd worden en waarop de klemmen vervolgens hun houvast krijgen.
Dit betekent in de praktijk dat beton zelden de directe ondergrond is waarop de klemmen zitten. Het is vaker de basis waarop eerst een regelwerk komt, en dat regelwerk is dan weer hout of staal, met de bevestigingswijze die daarbij past. Wie een betonnen ondergrond heeft en denkt dat de felsplaten er zonder tussenstap op kunnen, komt bedrogen uit. Dat regelwerk moet vooraf worden meegenomen in de planning en de kosten, en het is iets waar een architect dit graag in een vroeg stadium over hoort, omdat het invloed heeft op de opbouwhoogte van het hele dak of de gevel.
Of hout, staal of beton de aangewezen ondergrond is, en welke tussenlaag daarbij nodig is, hangt sterk af van het gebouw zelf. Bij nieuwbouw ligt de keuze voor de ondergrond nog helemaal open en wordt die samen met de rest van de constructie bepaald. Bij een bestaand dak dat over oude dakpannen heen wordt afgewerkt, of bij een dak waar eerst nog isolatie bij komt, ligt de situatie weer anders, want dan komt er een extra laag tussen de bestaande ondergrond en de felsplaten die meetelt in de bevestiging. Ook of het om een dak of om een gevel gaat, en onder welke hoek, maakt verschil voor hoe zwaar de bevestiging moet zijn uitgevoerd. Voor die specifieke situaties verwijzen we naar de pagina's die daar apart over gaan, want de aanpak op nieuwbouw is een ander verhaal dan het vervangen van een bestaand dak.
De reden dat wij deze vraag altijd als eerste stellen, is dat een verkeerde inschatting van de ondergrond niet zichtbaar is zolang de platen liggen, maar wel gevolgen heeft zodra er belasting op komt, bijvoorbeeld bij storm of bij een pak sneeuw. Een klem die te weinig houvast heeft in een verzwakte houten ondergrond, of een zelfborende schroef die in te dun staal geen grip krijgt, is dan het zwakke punt in het geheel, niet de plaat zelf. Andersom geldt ook: een overgedimensioneerde bevestiging op een prima ondergrond is onnodige kostenpost.
Bij een parkgebouw of paviljoen dat gedeeltelijk op een houten frame en gedeeltelijk op een stalen kolomconstructie staat, komt het voor dat de bevestigingswijze binnen één gebouw wisselt: op het houten deel schroeven in het beschot, op het stalen deel zelfborende schroeven in de gording. Dat is geen probleem, zolang het vooraf is doorgesproken en op tekening staat wat waar gebeurt.
Als u weet of uw dak of gevel een houten, stalen of betonnen ondergrond heeft, kunt u dat aan ons doorgeven, eventueel met een foto of een bouwtekening. Wij kijken dan mee naar wat er nodig is om de felsplaten daar verantwoord op te bevestigen, en of er nog een tussenlaag of regelwerk bij moet komen. Twijfelt u over de staat van de bestaande ondergrond, dan is het raadzaam dat eerst te laten beoordelen voordat er materiaal wordt besteld. Neem contact met ons op, dat meedenken kost niets.