Klikzink
Een woonboerderij heeft meestal één groot, ononderbroken dakvlak dat in de loop der jaren maar deels is aangepakt. Het voorhuis kreeg misschien al pannen, de kap boven de stal ligt nog vol riet, of andersom. Dat maakt de montage van felsplaten hier anders dan bij een schuur of een vrijstaand huis met één dakbedekking. Wij plannen de montage niet alleen op het dakvlak zelf, maar ook op de plek waar twee materialen straks tegen elkaar aan liggen. Die overgang bepaalt vaak de volgorde van de hele klus.
Bij een dak dat volledig wordt vervangen, is de volgorde simpel: dakbeschot erop, folie erover, en dan baan voor baan de felsplaten. Bij een woonboerderij met een gedeeld dakvlak werken we vaak in twee of drie fases die niet los van elkaar staan. Het deel met riet blijft soms nog een tijd liggen, terwijl het deel met felsplaten al gemonteerd wordt. Dat betekent dat de aansluiting al vroeg in het proces vastligt, nog voordat de eerste plaat gelegd is. Wij bepalen samen met de aannemer waar die naad precies komt, hoe hoog de overgang wordt opgetild en welk profiel daar de platen af moet vangen. Pas als dat vastligt, beginnen we met leggen.
Op de eerste dag ligt de nadruk op voorbereiding, niet op het leggen van platen. De ondergrond wordt gecontroleerd op vlakheid, vooral rond de plek waar riet en fels straks samenkomen, want een oud rietdak zakt vaak wat in ten opzichte van een nieuwer deel. Daar wordt de overgang opgebouwd met een aftimmering of loodslabbe, afhankelijk van de situatie. Bij een dakhelling vanaf zes graden kunnen we felsplaten toepassen, en dat is bij woonboerderijen met hun vaak flauwe wolfseinden of aangebouwde stalgedeelten een punt om vooraf te checken. Aan het einde van de eerste dag ligt er meestal nog geen enkele plaat, maar staat de aansluiting wel klaar om platen tegen af te werken.
Vanaf het moment dat de ondergrond en de aansluiting klaarliggen, gaat het leggen van de felsplaten relatief snel. De platen zijn blind bevestigd met klemmen onder de fels, dus er zijn geen zichtbare schroeven die per plaat afzonderlijk gezet moeten worden zoals bij een pannendak. Op een boerderijkap van, zeg, twaalf meter lang kan een team op een goede dag een fors deel van het vlak dichtleggen, van de goot tot de nok. Omdat de platen op maat geleverd worden, tot op de millimeter, hoeft er op het dak weinig gepast te worden. Dat scheelt tijd, vooral op een dak met een ongewone lengte, wat bij boerderijen door verbouwingen in de loop der tijd vaak voorkomt.
De nok wordt als laatste afgewerkt, met een nokprofiel dat aansluit op de felsplaten. Waar het dak overgaat in riet, ligt de afwerking net iets anders dan een gewone nokafwerking. Riet heeft een dikte die een plat metalen profiel niet zomaar kan volgen, dus daar wordt vaak een aangepaste overgangskap gebruikt die het reliëf van het riet opvangt. Dat detail bespreken we vooraf op tekening, zodat het op de bouw niet improviseren wordt. Bij een boerderij die we vorig jaar deden, lag de rietkap over de stal en de felsplaten over het voorhuis, met een schoorsteen precies op de knik. Daar is de volgorde aangepast: eerst de schoorsteendoorvoer en de overgang, toen pas de platen ernaartoe gelegd, van beide kanten.
Als richtlijn, en dit verschilt per dak: de eerste dag gaat op aan voorbereiding en aansluitdetails, zonder dat er dakbedekking dicht ligt. Vanaf de tweede dag kan een aanzienlijk deel van het rechte vlak per dag gelegd worden, omdat de platen breed zijn, 475 mm werkende breedte, en zonder zichtbare bevestiging snel op elkaar aansluiten. Rond hoeken, dakkapellen of de overgang naar riet ligt het tempo lager, omdat daar meer pas- en afwerkwerk bij komt. Bij een woonboerderij met meerdere aanbouwen, zoals een oude stal die tegen het woonhuis aan zit, telt dat extra op: elke aansluiting is een aparte stap in de planning, niet alleen een detail aan het eind.
Het is niet in elke situatie verstandig om felsplaten en riet in hetzelfde vlak te laten grenzen. Als het rietdeel technisch nog jaren meegaat en er geen directe aanleiding is om het te vervangen, kan het verstandiger zijn om de knip tussen de materialen te leggen op een bouwkundige grens, zoals een bestaande muur of dakkapel, in plaats van midden op een vlak. Een naad die precies op een schuine rietlijn moet aansluiten, is lastiger dicht te krijgen dan een naad die op een rechte overgang ligt. Wij adviseren dan ook om, waar mogelijk, de knip te verplaatsen naar een logische bouwkundige lijn, ook als dat betekent dat een iets groter deel van het riet nog blijft liggen dan strikt nodig was.
Felsplaten zijn koud vouwbaar tot -15 graden, dus temperatuur is zelden de beperkende factor. Wind speelt bij een groot, open dakvlak zoals bij veel boerderijen wel een rol, vooral bij het hijsen van lange platen naar de nok. Op een winderige dag wordt er dan gewerkt met kortere secties of wordt de planning een dag opgeschoven. Omdat het riet gevoelig is voor vocht tijdens de werkzaamheden, wordt de fase waarin het rietdeel open ligt zo kort mogelijk gehouden, en wordt er niet gestart als er langdurige regen wordt verwacht.
Als u een offerte aanvraagt voor de montage van felsplaten op een woonboerderij met een gedeeld dakvlak, helpt het om vooraf aan te geven waar de grens tussen de materialen ligt of moet komen, en of er nog een verbouwing gepland staat die de indeling van het dak verandert. Op basis daarvan maken we een planning per bouwfase, met een tekening van de aansluitdetails, zodat u vooraf weet welk deel van het dak wanneer dicht is. Meedenken op tekening kost niets, en dat geldt ook voor het advies over waar een overgang tussen riet en fels het beste kan liggen. Neem contact op met de gegevens die bij deze pagina staan, en stuur een foto of schets van het dak mee; dat maakt het eenvoudiger om in één keer een goed voorstel te doen.