Klikzink
Een montageplanning die op een gewone woning prima werkt, kunt u niet zomaar overnemen voor een drijvende woning. Niet omdat felsplaten er anders uitzien of anders bevestigd worden, maar omdat de bouwplaats zelf anders is. De woning drijft op een casco dat een bepaalde belasting mag hebben, en dat casco beweegt onder invloed van wind, golfslag en het gewicht dat u erop en erin zet. Dat raakt de volgorde van werken, wat er per dag dicht kan, en hoe we de fels laten aansluiten op de rest van de constructie.
Bij een woning op een fundering maakt het weinig uit of een dakpakket 5 kilo per vierkante meter weegt of 40 kilo: de grond draagt het toch. Bij een drijvende woning ligt dat anders. Alles wat u boven de waterlijn toevoegt, verhoogt het zwaartepunt van de woning en vraagt extra drijfvermogen van het casco. Een zwaarder dak betekent niet alleen een zwaardere woning, maar ook een woning die minder stabiel op het water ligt, met meer kans op hellen bij ongelijke belasting. Daarom wordt in het ontwerp van drijvende woningen vaak al vooraf een gewichtsbudget voor de dakafwerking vastgelegd, en dat budget is meestal krap.
Felsplaten wegen ongeveer 5 kilo per vierkante meter, en dat is in de praktijk waar het verschil wordt gemaakt tussen een dakpakket dat past binnen de drijflichamen die de werf heeft berekend, en een pakket waarvoor het casco aangepast moet worden. Op een gewone woning is dat een kostenpost. Op een drijvende woning kan het betekenen dat de bouw stilligt tot de werf een nieuwe stabiliteitsberekening heeft gemaakt. Wij krijgen daarom bij drijvende woningen vaker dan elders de vraag om het exacte gewicht van een dakpakket door te rekenen, inclusief de ondersteunende constructie, voordat er één plaat gewalst wordt. Dat gebeurt op tekening, en dat kost niets, maar het moet wel gebeuren vóór de bestelling, niet erna.
Op een gewone bouwplaats is de volgorde van dichten meestal: eerst het dak, dan de gevels, en de installaties komen later. Bij een drijvende woning werkt de werf vaak net andersom, of in elk geval anders, omdat het casco op een dok of in het water al een bepaald gewicht moet kunnen dragen voordat de bovenbouw erop mag. Het dakpakket wordt daarom soms pas gemonteerd als de woning al drijft, op de definitieve ligplaats of in een laatste afbouwfase in de haven, in plaats van tijdens de casco-bouw op de werf.
Dat verandert de planning voor ons als leverancier. We leveren de platen op maat, per baan tot 8000 mm en op de millimeter gezaagd, zodat er op de bouw niet gepast en geknipt hoeft te worden. Bij een gewone woning is dat vooral een kwestie van gemak. Bij een drijvende woning is het vaak een noodzaak, omdat er op een deinend platform geen ruimte is voor een zaagtafel, extra materiaal of een dag extra wachten op een nabestelling. Wat er die dag niet ligt, kan niet gemonteerd worden, en de volgende dag is er misschien geen droog weer meer of ligt de woning al verder in het traject van opleveren.
In de praktijk plannen we de levering daarom in overleg met de aannemer op het moment dat de onderconstructie klaar is voor montage, en niet eerder. Platen die te vroeg op een drijvend platform liggen, liggen in de weg en vormen bovendien extra gewicht op een plek waar dat nog niet gewenst is. Andersom moet de bevestiging klaarliggen op het moment dat de platen aankomen: klemmen onder de fels, en op een houten dakconstructie de juiste schroeven, zodat de montageploeg meteen door kan werken zolang het weer het toelaat.
Het tweede verschil met een gewone woning is beweging. Een drijvende woning zet niet alleen thermisch uit en in, zoals elk gebouw, maar beweegt ook mee met golfslag, met het laden en lossen van gewicht binnen de woning, en met de seizoenen als het waterpeil verandert. Elke starre aansluiting in het dak werkt daar tegen. Een schoorsteendoorvoer, een dakraam, de aansluiting op een gevelkozijn: als die star vastzit aan een dakvlak dat licht meebeweegt, ontstaat daar als eerste een probleem, ook als de rest van het dak jarenlang geen kier vertoont.
Onze felsplaten worden blind bevestigd met klemmen die onder de fels vallen, zonder doorboring van de plaat zelf. Dat is op elk gebouw een voordeel omdat er geen schroefgaten zijn waar water op termijn een weg naar binnen kan vinden. Op een drijvende woning is het net iets belangrijker, omdat de platen onderling via de fels wat speling houden en zo een klein beetje kunnen meebewegen zonder dat de coating of de verbinding daar meteen onder lijdt. De platen zetten van zichzelf ook beperkt uit en in, ongeveer half zoveel als zink, en blijven bij vorst tot -15 graden koud vouwbaar, wat in de bouwfase praktisch is als de montage op een onbeschutte ligplaats in het najaar of de winter moet gebeuren.
De aandacht gaat bij een drijvende woning dus vooral naar de overgangen: waar het dak een schoorsteen, een lichtkoepel of een gevel raakt. Daar leggen we in overleg met de aannemer altijd wat extra bewegingsruimte in de detaillering, met een flexibele afwerking op de overgang in plaats van een starre kitvoeg of een strak aangesloten kraal. Een kitvoeg die op een gewone woning tien jaar meegaat, kan op een drijvende woning eerder scheuren, simpelweg omdat er meer en vaker een kleine beweging doorheen gaat. Dat is geen kwestie van slechter materiaal, maar van een andere ondergrond.
Er zijn situaties waarin wij aanraden om de dakmontage juist niet op het water te laten plaatsvinden. Bij een zeer beperkt gewichtsbudget, waarbij elke kilo telt en de werf al weinig marge geeft, kan het verstandiger zijn om het volledige dakpakket inclusief onderconstructie eerst op de wal te testen en te wegen, voordat het casco het water op gaat. Ook bij een ligplaats zonder enige beschutting, waar de woning bij montage al blootstaat aan volle windkracht, is het vaak beter te wachten tot de woning ligt op de plek waar ze definitief blijft, of om de montage in een overdekte loods op de werf te doen en de woning pas daarna te verslepen. Elke situatie is anders, en de juiste volgorde hangt af van het type casco, de werf en de ligplaats, dus dat bespreken we per project.
Heeft u een dakontwerp of een tekening van de drijvende woning, dan kunnen wij het gewicht van het felsplatenpakket voor u doorrekenen en meedenken over het moment in de bouw waarop montage het beste past. Neem contact met ons op via Boylestraat 22 in Ede, met de tekening en een indicatie van de planning van de werf, dan kijken we samen waar in het traject de platen het best geleverd en gemonteerd kunnen worden.