Klikzink
Een eigenaar die overweegt zijn schuurwoning in felsplaten te laten uitvoeren, stelt meestal één vraag na de eerste kennismaking met het materiaal: wat moet ik hier straks nog aan doen. Het antwoord daarop verschilt bij een schuurwoning van een gewoon woonhuis, en dat komt door de vorm. Bij een schuurwoning lopen dak en gevel in één doorgaand vlak, zonder de knik die bij een traditioneel huis het dak van de muur scheidt. Die doorlopende lijn is precies waar het onderhoudsverhaal zich afspeelt, want alles wat aan een felsdak kan gaan spelen, speelt zich af bij de aansluitingen. Op het platte vlak zelf, waar de baan gewoon doorloopt van nok tot druiplijn of van dakrand tot plint, is er weinig te onderhouden.
De stalen platen zijn verzinkt en voorzien van een coating die bestand is tegen weer en wind. Er is geen laag die na een aantal jaren opnieuw moet worden aangebracht, zoals bij een geverfde gevel of een rieten dak dat om de zoveel jaar bijgewerkt moet worden. Er is ook geen laag mos die op een pannendak kan gaan groeien tussen de sponningen; het gladde, vlakke oppervlak van felsplaten biedt daar weinig aangrijpingspunt voor. Bij een schuurwoning waar het dakvlak vaak flauw hellend is en in het zicht ligt vanaf de weg of het erf, telt dat: een grijze waas van mos op een dakvlak van vier meter breed valt meteen op, en dat probleem doet zich bij felsplaten in de praktijk zelden voor.
De kleur trekt niet snel bij, omdat het een matte coating is met een lage glansgraad. Een hoogglans dak zou na een paar jaar verschil laten zien tussen de kant die op het zuiden ligt en de kant op het noorden. Bij een mat, donker oppervlak zoals Nordic Night Black of Slate Grey is dat verschil nauwelijks te zien, ook niet bij een schuurwoning waarvan de ene gevel de hele dag zon vangt en de andere in de schaduw van een schuur of boom staat.
Bij een gewoon huis is de gevel een apart onderdeel, met een eigen dakrand, een eigen regenwaterafvoer en een eigen aansluiting op het dak via een dakgoot. Bij een schuurwoning ontbreekt die knik meestal juist, en dat verandert waar het water heen moet en waar het langs de baan naar beneden loopt. Het dakvlak loopt door in het gevelvlak, en op die plek, waar de platen van richting veranderen of waar een baan eindigt in een hoek, zit de enige plek die om aandacht vraagt na plaatsing.
Die aandacht is overigens niet iets wat de eigenaar zelf periodiek moet uitvoeren zoals het verversen van houtwerk. Het gaat om de vraag hoe die aansluiting is uitgevoerd bij de plaatsing zelf. Is de fels op de juiste plek doorgezet, sluit de plaat bij de knik goed aan zonder dat er een naad ontstaat waar water kan binnendringen, en is de bevestiging op die plek voldoende stevig om de platen op hun plaats te houden als het materiaal uitzet en inkrimpt bij temperatuurwisselingen. Dat laatste speelt bij felsplaten in mindere mate dan bij zink, want staal zet ongeveer half zoveel uit als zink. Maar bij een schuurwoning, waar de platen vaak in één lange baan van nok over de gevelknik tot aan de plint doorlopen, is die beweging wel iets waarmee bij de plaatsing rekening gehouden moet worden. Een verkeerd geplaatste klem op die overgang levert op termijn geen zichtbaar probleem op aan het oppervlak, maar kan wel leiden tot een lekkage die pas merkbaar wordt als het water al binnen is.
Bij een schuurwoning is de volgorde van werken anders dan bij een dak dat los van de gevel wordt aangepakt. Eerst wordt bepaald waar de knik tussen dak en gevel precies loopt, en welke baanindeling daar het beste op aansluit; bij een doorlopend vlak wil je voorkomen dat er halverwege een korte reststrook nodig is die de aansluiting rommelig maakt. Vervolgens wordt de ondergrond op die knik voorbereid, vaak met een aangepaste regel- of dakbeschotconstructie die de knik zelf vormt en die de fels op de juiste plek laat doorlopen. Pas daarna worden de platen zelf gelegd, van onder naar boven, met de klemmen onder de fels die geen schroeven aan het zicht laten. Bij hout worden de klemmen vastgeschroefd, bij een stalen ondergrond met zelfborende schroeven. De aansluiting bij de knik wordt als laatste afgewerkt, met een plaat die specifiek op die hoek is aangepast.
Wie dit vooraf op tekening laat meedenken, voorkomt dat er tijdens de bouw improvisatie nodig is op precies de plek waar dat het meest risicovol is. Bij Klikzink kost dat meedenken op tekening niets, en de platen worden op maat geleverd tot op de millimeter, wat bij een doorlopend dak-gevelvlak vaak nauwkeuriger werkt dan platen op standaardmaat die op de bouwplaats ingekort moeten worden.
Er zijn situaties waarin deze oplossing niet vanzelfsprekend is. Bij een schuurwoning met een zeer flauwe dakhelling, onder de zes graden, is de dakhelling te gering voor een goed functionerend felsdak; water blijft dan te lang op het vlak staan en de kans op lekkage bij de felsnaad neemt toe. Ook wanneer de knik tussen dak en gevel constructief nog niet vastligt, bijvoorbeeld omdat de eigenaar nog schakelt tussen een scherpe knik en een vloeiende overgang, is het te vroeg om de platen al te bestellen: de baanindeling en de aansluiting zijn dan nog niet te bepalen. En bij een schuurwoning die vooral gekozen is vanwege een warme, natuurlijke uitstraling met zichtbaar houtwerk rondom de gevelaansluiting, kan een strak stalen vlak qua uitstraling schuren met de rest van het ontwerp; dat is dan geen kwestie van onderhoud maar van smaak, en die afweging maakt de eigenaar zelf.
Wie twijfelt of felsplaten bij zijn schuurwoning tot weinig onderhoud leiden, doet er goed aan de tekening van de dak-gevelknik erbij te pakken voordat er iets besteld wordt. Aan de hand daarvan is te bepalen waar de baan het beste kan lopen en welke aansluiting nodig is op de plek waar dak en gevel in elkaar overgaan. Klikzink denkt daarin mee, kosteloos en op maat.