Klikzink
Een architect die felsplaten voorschrijft op een oude boerderij werkt niet met een schoon vlak. Het gebint is vaak honderd jaar oud, is met de hand gezaagd en heeft in die eeuw gewerkt: gezakt op de ene gording, opgetrokken op de andere, hersteld met een balk die niet helemaal dezelfde maat had als de oorspronkelijke. Dat is geen gebrek dat je wegwerkt, het is de staat waarin het gebouw verkeert en waarin het bestek rekening mee moet houden. Deze pagina gaat over wat er in dat bestek hoort te staan, welke details wij als leverancier tekenen en waar de architect zelf de vormgeving bepaalt.
Bij nieuwbouw kan een architect de dakvlakken op tekening bepalen en de leverancier vraagt om plaatlengtes die daaruit volgen. Bij een oude boerderij werkt die volgorde niet. Het dakvlak zoals het er nu ligt, is niet het dakvlak zoals het ooit getekend is. Er zit verschil in helling tussen de ene kant van de nok en de andere, er zit verschil in lengte tussen twee tegenoverliggende gordingen, en de makelaar staat vaak niet meer precies in het midden. Wij leveren felsplaten van 450 tot 8000 mm op de millimeter, en die vrijheid in lengte is precies bedoeld om dat soort verschillen op te vangen: elke baan krijgt zijn eigen maat in plaats van dat het hele dak naar één modulemaat wordt teruggerekend. Dat betekent dat het bestek een inmeetronde op de bouwplaats voorschrijft nadat de bestaande bedekking eraf is en het gebint zichtbaar is, niet een maatvoering die van de oorspronkelijke bouwtekening is overgenomen. Voor de architect is dat een detail dat op de planning staat: de platen worden pas na het strippen besteld, niet ervoor.
Het bestek voor een boerderijdak met felsplaten bevat meer dan het materiaal en de kleur. Het moet aangeven wie de onderconstructie keurt voordat er gefelst wordt, want een fels van 35 mm heeft een rechte, gelijkmatige ondergrond nodig om zijn werk te doen. Bij een gebint dat vlak lijkt maar dat op een paar plekken twee centimeter afwijkt, kan dat onder de dakbeschot met een tengellaag rechtgetrokken worden, en dat is een post die in het bestek moet staan voordat de plaatleverancier iets kan zeggen over de maatvoering. Het bestek moet ook aangeven wie de bevestiging levert: op hout worden de klemmen onder de fels met schroeven vastgezet, en die schroeven horen bij het felswerk, niet bij het timmerwerk. En het bestek moet de rooilijnen van de installaties benoemen: een schoorsteen die door het dakvlak steekt, een dakraam dat er ooit is bijgezet, een hemelwaterafvoer die niet op de tekening staat maar er wel is. Op een boerderij van honderd jaar oud staan die dingen zelden op de bouwtekening, dus horen ze op de inmeetlijst.
De plaats waar het felswerk aansluit op iets anders, is waar het meeste werk zit en waar wij als leverancier meedenken. Dat is de nokdetaillering waar twee dakvlakken onder een net iets andere hoek samenkomen dan de tekening aangeeft, de aansluiting op een bestaande schoorsteen van baksteen die niet helemaal recht meer staat, de overgang van dak naar gevel bij een boerderij waar de felsplaten ook verticaal op de gevel doorlopen, en de aansluiting op een dakkapel die er in de jaren zeventig is bijgezet en niet in het ritme van de gording past. Voor dat soort knooppunten tekenen wij een detail op maat, uitgaande van de werkelijke situatie op de bouwplaats, niet van een standaarddetail uit een handboek. Dat meedenken op tekening kost niets en gebeurt voordat er iets besteld wordt. De architect blijft verantwoordelijk voor het aanzicht en de goedkeuring, wij leveren de maatvoering die daar technisch bij past.
De fels zelf ligt vast: hij is 35 mm hoog, de werkende breedte van de baan is 475 mm en dat ritme is op elk boerderijdak hetzelfde, of het nou een lang zadeldak is of een dak met een wolfseind. Binnen dat ritme heeft de architect wel keuzes. De looprichting van de banen kan volgen wat het gebint aangeeft, van goot naar nok in de klassieke lezing, maar bij een boerderij met een aangebouwde stal kan het ook logischer zijn om de banen per bouwdeel te onderbreken op de plek waar het dak van vorm verandert, zodat elk deel zijn eigen, kortere platen krijgt in plaats van één doorlopende baan die over een knik in het vlak heen moet. Ook de kleur is een keuze die niets met de constructie te maken heeft: wij leveren in Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver, alle drie mat met een glansgraad onder de 5, wat aansluit bij hoe een verweerd boerderijdak er meestal uitziet zonder dat het geblikt oogt. Bij een boerderij met een monumentale status is die keuze vaak niet vrij, en overlegt de architect eerst met de gemeente of de monumentencommissie welke kleur en welk materiaalbeeld toegestaan zijn voordat de bestelling de deur uit gaat.
Er zijn situaties waarin wij zelf zouden afraden om verder te gaan met felsplaten op dit gebouw. Als het gebint zo ver uit het lood staat dat rechttrekken met een tengellaag niet meer volstaat en er eigenlijk een nieuwe kapconstructie nodig is, dan is het te vroeg om over de dakbedekking te praten; dat gesprek hoort dan eerst met de constructeur gevoerd te worden. En als de monumentale status van de boerderij een rieten of pannen dakbeeld verplicht stelt, dan is staal, hoe mat en donker ook, geen optie die door de bevoegde instantie wordt goedgekeurd; dat is dan geen technische beperking van het materiaal maar een beperking die uit de vergunning volgt. In beide gevallen is het beter om dat vroeg in het bestek vast te leggen, zodat er niet halverwege de uitvoering een knoop moet worden doorgehakt.
Wie een bestek voorbereidt voor een boerderijdak met felsplaten, kan het beste beginnen met een inmeetronde nadat de oude bedekking eraf is, en pas daarna de plaatmaten laten vaststellen. Stuur ons de tekening met de bekende knooppunten, de schoorsteen, de dakkapel, de overgang naar de gevel, en wij denken op tekening mee over de details voordat er iets wordt vastgelegd in het bestek.