Klikzink

Verduurzamen oude boerderij met isolatie en felsplaten

Bij het verduurzamen van een oude boerderij gaat het minder om welk isolatiemateriaal u kiest, en meer om de volgorde waarin de lagen boven het gebint komen. Een woonhuis uit de jaren tachtig heeft een rechte kapconstructie met gelijke sporen en een dakvlak dat overal even dik is. Een boerderij van honderd jaar oud heeft dat zelden. Het gebint is met de hand gezaagd, de sporen liggen niet altijd op gelijke afstand, en het dakvlak zelf loopt vaak een centimeter of meer uit het lood. Dat is geen gebrek, dat is de aard van het gebouw. Maar het betekent dat de opbouw van isolatie, dampremmer en dakbedekking hier meer overleg vraagt dan bij nieuwbouw.

Waar de dampremmer hoort

De vuistregel bij een geïsoleerd dak is simpel: de dampremmer zit aan de warme kant, dus aan de binnenzijde, direct onder de isolatie of tussen de isolatielagen als er met twee lagen wordt gewerkt. Bij een boerderij ligt de moeilijkheid niet in het principe, maar in de uitvoering tegen een oud gebint. De folie moet luchtdicht aansluiten op de spanten, de gordingen en de muurplaat, en die onderdelen zijn bij een eeuwenoude kap zelden recht en zelden schoon. Er zit vaak oude verf op, of een laag stof en spinrag die eerst weg moet voor tape of kit houdt. Wordt de dampremmer hier slordig aangebracht, dan trekt vochtige binnenlucht alsnog de isolatie in, condenseert tegen de koude onderzijde van de felsplaat en verrot op termijn het houtwerk waar u net geld in heeft gestoken. Dat risico is bij een nieuw dak op rechte regels klein; bij een oud gebint met veel kieren en doorvoeren is het het eerste waar een uitvoerder op moet letten.

In de praktijk betekent dit dat het aanbrengen van de dampremmer meer tijd kost dan de isolatie zelf. Bij een boerderij die wij kennen, met een kap uit de jaren twintig, ging drie kwart van de eerste werkdag op aan het schoonmaken en pleisteren van de balken voordat de folie erop kon. Wie dat onderdeel onderschat in de planning, loopt vast op de rest van het schema.

De isolatie volgt de oneffenheid, de felsplaat niet

Na de dampremmer komt de isolatie, meestal tussen de sporen met een aanvullende laag erover om koudebruggen bij de spanten te breken. Bij een boerderij is dat tweede stap vaak onvermijdelijk, juist omdat de sporen in doorsnede en onderlinge afstand verschillen. Waar bij nieuwbouw één isolatiedikte overal past, moet bij een oud gebint per vak gekeken worden of de isolatie wel overal even dik ligt. Een paar centimeter verschil tussen twee vakken is normaal en geen probleem voor de isolatiewaarde, maar het wordt een probleem zodra de bovenlaag, de panlatten of dragers voor de felsplaat, dat verschil niet opvangt.

De felsplaat zelf is dun en licht, ongeveer vijf kilo per vierkante meter, en volgt de ondergrond waarop hij wordt gelegd. Dat is een voordeel bij een lichte, oneffen kap: er komt geen zwaar pakket bovenop een constructie die daar niet voor gebouwd is. Maar het is ook een risico als de aannemer ervan uitgaat dat de plaat oneffenheden zelf wegwerkt. Dat doet hij niet. Een oneffen onderconstructie geeft een golvend dakvlak, zichtbaar in het licht dat over de fels scheert. Bij dakpannen valt een centimeter verschil in de regellatten weg in de overlap van de pan; bij een strakke felsplaat van 475 millimeter breed valt het meteen op. Daarom wordt bij boerderijen vaak eerst een egaliserende panlattenstructuur aangebracht, los van de isolatiedikte, specifiek om het dakvlak vlak te krijgen voordat de platen erop gaan.

Monumentale status stuurt de keuze van binnenuit

Heeft de boerderij een monumentale of beeldbepalende status, dan ligt de volgorde van het werk soms nog anders. Bij een rijksmonument is de buitenkant vaak leidend voor de vergunning: het aanzicht van het dak, de kleur, het profiel van de bekleding, dat mag beperkt wijzigen. De binnenkant, waar het gebint en de isolatie zitten, ligt dan minder vast, mits de constructie zelf niet wordt aangetast. Dat betekent dat het verduurzamen van zo'n boerderij vaak van binnen naar buiten wordt aangevlogen: eerst kijken wat er aan isolatiedikte inpasbaar is zonder het zicht op het gebint te verstoren, dan pas de dakbedekking daarop afstemmen.

Wij hebben dat gezien bij een boerderij met een beeldbepalend gebint dat vanuit de deel zichtbaar moest blijven. De isolatie kwam daar niet tussen de sporen, maar boven het dakbeschot, in een opbouw waarbij het gebint aan de binnenzijde onaangeroerd bleef. De felsplaat kwam vervolgens op een aparte drager boven die isolatielaag. Dat verhoogt het dakvlak een paar centimeter ten opzichte van de gevel, wat bij een monument soms wel en soms niet acceptabel is voor de welstandscommissie. Dat is dus geen technische vraag maar een vergunningsvraag, en die moet eerder in het proces beantwoord worden dan de keuze voor het isolatiemateriaal.

Wanneer isoleren van de kap niet de goede volgorde is

Niet elke boerderij is gebaat bij isolatie tussen de sporen. Staat de kap er slecht bij, met verzakte spanten, houtrot bij de muurplaat of een gebint dat al scheef trekt, dan is isoleren voordat de constructie is herzien de omgekeerde volgorde. Isolatie en een nieuwe dampremmer sluiten dan aan op een kap die binnen een paar jaar toch aangepakt moet worden, en dat werk is dan dubbel: eerst het isolatiepakket eraf, dan de constructie herstellen, dan opnieuw isoleren. Bij twijfel over de staat van het gebint is een bouwkundige inspectie vooraf goedkoper dan twee keer isoleren.

Er zijn ook boerderijen waar isoleren van het dak helemaal niet aan de orde is, omdat de ruimte onder de kap niet verwarmd wordt en dat ook niet gaat worden. Een schuurdeel dat alleen voor opslag dient, heeft geen dampremmer en geen isolatiepakket nodig; daar is het risico op inwendige condensatie door een verkeerd aangebrachte folie een probleem dat u zichzelf op de hals haalt zonder dat er comfort tegenover staat. Isolatie hoort dan bij het woongedeelte, niet bij de hele kapconstructie.

Wat te doen voordat de eerste plaat besteld wordt

Het verduurzamen van een oude boerderij begint dus niet bij het kiezen van een kleur of profiel voor de felsplaat, maar bij het vaststellen van de staat van het gebint, de plek van de dampremmer en, bij een monument, de ruimte die de vergunning laat voor een hogere opbouw. Klikzink levert de felsplaten op maat aan, van 450 tot 8000 millimeter op de millimeter nauwkeurig, en denkt zonder kosten mee op tekening zodra de opbouw van isolatie en dampremmer vastligt. Heeft u een tekening of een foto van de bestaande kapconstructie, dan kijken wij daar graag naar mee voordat u de eerste plaat bestelt.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink