Klikzink
Wanneer een klant ons belt over het verduurzamen van een dak met felsplaten, gaat het gesprek bijna altijd over dezelfde vraag: waar moet wat komen te zitten. De felsplaat zelf is niet het probleem. Die ligt of staat er, blind bevestigd, en houdt water buiten. Het probleem zit in de laag daaronder. Isolatie die verkeerd is opgebouwd, of een dampremmer die op de verkeerde plek zit, geeft na een paar jaar vocht in de constructie. En dat merkt u niet aan de buitenkant, maar aan de binnenkant, meestal te laat.
De opbouw die wij altijd als vertrekpunt nemen, is van binnen naar buiten opgebouwd in vaste volgorde. Eerst de binnenafwerking, dan de dampremmer, dan de isolatie, dan een eventuele ventilerende luchtspouw, en dan pas de felsplaat met de ondergrond waarop die bevestigd wordt. Die volgorde is niet toevallig. Ze volgt de manier waarop vocht zich gedraagt in een gebouw, en wie die volgorde omdraait, bouwt zichzelf een probleem in dat je pas na een paar stookseizoenen ziet.
In een gebouw met verwarmde binnenlucht is de lucht binnen warmer en vochtiger dan de lucht buiten. Die vochtige binnenlucht wil naar buiten diffunderen, door de constructie heen, van warm naar koud. Onderweg koelt de lucht af. En koude lucht kan minder vocht vasthouden dan warme lucht. Op het punt waar de temperatuur laag genoeg wordt, slaat het vocht neer als condens, in de isolatie of tegen de onderzijde van de felsplaat.
De dampremmer voorkomt dat. Hij zit aan de warme kant van de isolatie, dus aan de binnenzijde, en remt de hoeveelheid waterdamp die de constructie in kan trekken. Daarmee blijft de isolatie droog en blijft ze doen waarvoor ze bedoeld is. Zit de dampremmer aan de verkeerde kant, of ontbreekt hij, dan trekt de constructie vocht aan dat nergens heen kan. Bij een houten dakconstructie zien we dat terug in rottende gordingen, bij een stalen dak in roestvorming aan de onderzijde van de plaat die u van buiten niet ziet.
De isolatielaag zorgt voor de warmteweerstand van het dak of de gevel, en heeft met de felsplaat zelf weinig te maken. De felsplaat is de waterkerende en windkerende laag aan de buitenzijde; de isolatie is een aparte laag die op de juiste ondergrond moet rusten. Bij een dak met sporenconstructie ligt de isolatie vaak tussen of op de sporen, met daarboven een dakbeschot waarop de felsplaat rust. Bij een gevel ligt de isolatie tegen de bestaande wand, met een regelwerk waarop de felsplaat bevestigd wordt.
Belangrijk is dat de isolatie niet vochtig mag worden, want vochtige isolatie isoleert aanzienlijk minder goed dan droge isolatie, en dat effect merkt u direct in de energierekening. Vandaar het belang van die dampremmer aan de juiste kant, en vandaar ook dat een ventilerende luchtspouw tussen isolatie en felsplaat vaak wenselijk is: die spouw voert het restvocht af dat er ondanks de dampremmer nog doorheen komt.
Geen dampremmer is perfect, en een klein beetje vochtdiffusie door de constructie is normaal. Een ventilerende luchtspouw tussen de isolatie en de onderzijde van de felsplaat vangt dat restvocht op en voert het af naar buiten, via ventilatieopeningen bij de goot en de nok. Bij daken die op houten beschot bevestigd worden, is die spouw meestal goed te realiseren met tengels. Bij gevels wordt dezelfde functie ingevuld met het regelwerk waarop de felsplaat gemonteerd wordt.
Deze spouw is niet in elke situatie noodzakelijk in dezelfde uitvoering, en dat verschilt per gebouwtype en per bestaande constructie. Op onze pagina over condens en ventilatie gaan we dieper in op hoe die luchtstroming precies werkt en wanneer een spouw verplicht aan te raden is.
De opbouw die we hier beschrijven, van binnen naar buiten met dampremmer aan de warme kant, geldt voor elk gebouw. Maar hoe die opbouw praktisch wordt ingevuld, verschilt sterk. Bij een woning met een bestaande kap ziet de opbouw er anders uit dan bij een nieuwbouwloods met een stalen dakplaat als ondergrond. Bij een monumentaal pand waar van binnenuit geïsoleerd moet worden, ligt de dampremmer op een andere plek in de opbouw dan bij een nieuwbouwschuur die van buitenaf wordt dichtgezet.
Ook de ondergrond waarop de felsplaat uiteindelijk rust, hout of staal, bepaalt hoe de bevestiging en dus de opbouw eronder eruitziet. Op hout werken we met schroeven, op staal met zelfborende schroeven, en dat heeft gevolgen voor de detaillering van de laag daaronder. Op onze pagina over de ondergrond die nodig is onder felsplaten werken we dat verder uit.
Een aannemer belde ons over een agrarische loods waarvan het dak, nog zonder isolatie, vervangen zou worden door felsplaten. De opdrachtgever wilde er tegelijk isolatie in laten aanbrengen, om het gebouw als opslagruimte met beperkte verwarming te kunnen gebruiken. In dat geval hebben we samen met de aannemer gekeken naar de opbouw: op de bestaande stalen sandwichconstructie kwam een nieuwe isolatielaag met dampremmer aan de onderzijde, gevolgd door tengels voor de spouw en de klikfelsplaat daarboven. Zonder die dampremmer zou de vochtige stallucht, die in dit type gebouw vaak vochtiger is dan in een woning, zo de isolatie in trekken en die op termijn laten verzakken.
Een ander voorbeeld: bij een woonhuis waar de bewoner de zolder wilde isoleren en tegelijk het dak liet vervangen door felsplaten, zat de dampremmer simpelweg tegen de binnenzijde van de sporen, onder de afwerking. Dat is een veel eenvoudiger opbouw dan bij de loods, omdat de vochtproductie in een woning voorspelbaarder is en de constructie kleiner van schaal.
Het is niet in elke situatie logisch om isolatie en felsplaten in één stap te combineren. Bij een dak dat toch al gepland stond om vervangen te worden vanwege stormschade of asbest, is het vaak wel het moment om isolatie mee te nemen, simpelweg omdat de constructie toch open ligt. Maar bij een dak dat op zichzelf nog goed is, en waar alleen de bovenlaag vervangen wordt, kan het verstandiger zijn om isolatie en dampremmer in een later stadium apart aan te pakken, zeker als de bestaande onderconstructie daar niet zonder aanpassingen geschikt voor is. Wilt u alleen de bovenlaag vervangen zonder de opbouw daaronder aan te passen, dan raden we aan dat expliciet te bespreken met wie de tekening maakt, zodat er geen isolatie tegen een verkeerde dampremmer aan komt te liggen.
Ook geldt dat een dakhelling van minder dan zes graden voor de felsplaat zelf al een aandachtspunt is, los van de isolatievraag; dat bespreken we op de pagina over de benodigde dakhelling.
Wilt u weten hoe de opbouw voor uw specifieke gebouw eruit moet zien, dan is het verstandig om de bestaande constructie, het gebruik van het gebouw en de gewenste isolatiewaarde in kaart te brengen voordat de felsplaten besteld worden. Stuur ons de situatie op tekening; meedenken over de opbouw, inclusief de plek van de dampremmer, kost bij ons niets. Wij denken mee vanaf de eerste schets tot de plaat op maat gewalst wordt.