Klikzink

Felsplaten op een mansardedak van een kapschuur

Een mansardedak heeft twee hellingen per dakschild: een steil onderste deel en een flauwer bovenste deel, met een knik waar ze samenkomen. Bij een kapschuur is die knik meestal geen sierlijk detail maar een praktische oplossing om onder de goot meer stahoogte te krijgen zonder de nokhoogte op te jagen. Voor de felsplaten betekent die knik één simpel maar onvermijdelijk gegeven: de baan loopt niet door. Op de knik moet de plaat stoppen en opnieuw beginnen, met een eigen overgang die water, wind en uitzetting de baas moet blijven.

De eenvoudigste en meestal ook de sterkste oplossing is de knik behandelen als een aparte gootlijn: de onderste hellingen krijgen hun eigen platen die eindigen op een profiel dat het water opvangt en naar de echte goot afvoert, en de bovenste hellingen beginnen met een nieuwe rij platen vanaf dat profiel. Dat scheelt geknoop met felsen die in een hoek moeten meebuigen die de plaat niet wil maken, en het voorkomt dat er op de knik zelf een naad zit die bij weinig helling water kan opnemen. Bij een kapschuur waar de bovenste helling vaak vlak tegen de minimale zes graden aan zit, is dat naadje precies de plek waar een installateur achteraf spijt van krijgt.

De keerzijde is dat deze knik-als-gootlijn twee keer een overgang oplevert in plaats van één, en dus twee keer een detail dat moet kloppen: twee profielen, twee aansluitingen op de fels, twee plekken waar de plaat wordt afgekort. Bij een kleine kapschuur met een bescheiden knik is dat soms meer werk dan de knik rechtvaardigt, en kan een enkel overgangsprofiel met een ruime overlap volstaan. Bij een kapschuur met een forse knik, zoals bij oudere ontwerpen waar het onderste vlak bijna verticaal staat, is de aparte gootlijn vaak de enige manier om het detail beheersbaar te houden.

Baanindeling: waarom de knik de maat bepaalt, niet de gording

Bij een gewoon zadeldak wordt de baanlengte vooral bepaald door de gordingafstand en de lengte van het dakvlak zelf; bij een mansardedak bepaalt de knik de baanlengte, en dat werkt door in de rest van de indeling. Elke baan op het onderste vlak loopt van de goot tot de knik, elke baan op het bovenste vlak van de knik tot de nok. Omdat felsplaten op maat gewalst worden, is dat op zich geen probleem: de leverancier zet de platen op de exacte lengte van elk vlak. Waar het wel toe doet, is de richting van de felsen. Die moeten op beide vlakken in het verlengde van elkaar liggen, anders ontstaat er op de knik een verspringing die niet alleen onooglijk is maar ook een zwak punt in de afwatering.

Bij een kapschuur met een grote open overspanning, waar de gordingen vaak op ruime afstand van elkaar liggen om de kapconstructie licht en de doorgang vrij te houden, is de afstand tussen twee steunpunten soms groter dan bij een woonhuisdak. De plaat van 0,55 mm draagt dat probleemloos over de gebruikelijke afstanden, maar bij een ongewoon ruime overspanning is het de moeite waard om samen met de constructeur te kijken of de gordingmaat nog binnen de normale marges valt of dat er een extra gording nodig is. Dat is geen vraag die de felsplaat zelf oplost; die volgt de ondergrond.

De randen: daklijn, gevellijn en de plek waar het echt fout gaat

Aan de onderkant van het onderste dakvlak zit meestal de overgang naar de gevel, en bij een kapschuur is dat vaak een rechte, goed toegankelijke lijn waar de gootconstructie zonder veel verrassingen te maken is. Aan de bovenkant, bij de nok, is de belangrijkste vraag hoeveel ventilatieruimte er onder de plaat overblijft. Bij een mansardedak met een vlak bovenste deel is de nok vaak lager en de luchtlaag daaronder smaller dan bij een steil zadeldak, en juist daar wordt de derde en grootste bijzonderheid van dit gebouw voelbaar.

Een kapschuur is doorgaans niet geïsoleerd. Er hangt geen dampremmende laag onder de plaat, er is geen isolatiepakket dat vocht tegenhoudt, en de ruimte onder het dak is vaak halfopen: droog gereedschap, hooi, machines, een werkplaats zonder verwarming. Dat betekent dat de temperatuur van de plaat 's nachts snel daalt en overdag snel stijgt, en dat de lucht binnen de schuur, met zijn eigen vocht uit de vloer, uit opgeslagen materiaal of uit een enkele verwarmde hoek, tegen de onderkant van een koude plaat kan condenseren. Bij een normaal zadeldak met flinke luchtspouw en ventilatie bij de gording is dat al een aandachtspunt; bij een mansardedak met de knik erin wordt de luchtstroom onder de plaat plaatselijk onderbroken, en precies bij die knik en bij de lage nok kan condens zich verzamelen zonder een weg naar buiten te vinden.

Dit is de plek waar het misgaat als er niet over nagedacht wordt: niet bij de fels, niet bij de overlap, maar onder de plaat, waar niemand kijkt tot de gordingen beginnen te roesten of het opgeslagen materiaal vochtig aanslaat. De oplossing zit niet in de plaat zelf maar in de opbouw daaronder: voldoende ventilatieruimte tussen de plaat en de eventuele beplating of het dakbeschot, doorlopende luchtaanvoer bij de goot en een afvoer bij de nok die niet door de knik wordt geblokkeerd. Bij de knik zelf is het daarom zaak om het overgangsprofiel niet dicht te maken als een gesloten bak, maar juist een doorgang voor lucht te laten houden, ook als dat betekent dat het profiel iets ruimer wordt uitgevoerd dan strikt nodig voor de waterafvoer.

Wanneer dit niet de aangewezen opbouw is

Als de kapschuur op termijn toch verwarmd of geïsoleerd gaat worden, verandert de opgave. Dan wordt de condensvraag een isolatievraag met een dampremmende laag en een andere opbouw onder de plaat, en is het slimmer om die keuze vooraf te maken dan de losse onderdelen achteraf in te passen tussen een dakvlak dat al ligt. Ook als de knik in het ontwerp maar een paar centimeter verschil in helling oplevert, is een volwaardige gootlijn op die knik overdreven; dan is een eenvoudig overlapdetail met een ruime overlap voldoende en blijft de baanindeling gewoon doorlopend zoals bij een enkelvoudig zadeldak.

Wij denken op tekening mee over de baanindeling op beide vlakken, het detail op de knik en de ventilatieopbouw die bij een onverwarmde kapschuur past, zonder dat dit iets kost. Stuur de tekening met de hellingshoeken van beide vlakken en de gordingafstand, dan bekijken wij samen met u waar de knik het beste als gootlijn wordt uitgevoerd en waar een eenvoudiger overgang volstaat.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink