Klikzink

Felsplaten op een kapschuur aan de kust

Een kapschuur staat vaak vrij in het landschap. Geen belendende bebouwing die de wind breekt, geen bomenrij die het zoutgehalte in de lucht drukt. Dat is de eerste omstandigheid die de plaatkeuze raakt, maar niet de enige, en zeker niet de belangrijkste. Wij krijgen bij dit gebouwtype twee vragen die met elkaar te maken hebben, ook al lijken ze los te staan: wat doet het zout met de plaat, en wat doet de open kapconstructie met de onderkant van het dak.

Zout in de lucht en wat dat betekent voor de plaat

Hoe dichter een gebouw bij de zee staat, hoe hoger de concentratie chloriden in de lucht. Dat is geen kwestie van gevoel maar van corrosieklasse: hoe agressiever de omgeving, hoe hoger de eisen aan de coating en de deklaag van het staal. Onze felsplaten zijn opgebouwd uit Sendzimir verzinkt staal met een organische coating van 50 micrometer. Die opbouw is geschikt voor kustlocaties, maar de afstand tot de zee blijft ertoe doen. Een kapschuur op een paar honderd meter van de kustlijn krijgt een andere zoutbelasting dan een schuur een paar kilometer landinwaarts, en dat verschil is met het blote oog niet te zien maar wel meetbaar over de jaren. Bij twijfel kijken wij naar de concrete ligging: windrichting, beschutting door duinen of bebouwing, en de afstand tot open water. Dat bepaalt of de standaard opbouw voldoet of dat er reden is om verdere afspraken te maken over onderhoud.

Wat vaak niet wordt onderkend, is dat de gevel hier een andere rol speelt dan het dak. Bij een kapschuur is de gevel vaak open of half open, met alleen een dakvlak dat echt dicht is. De platen op het dak krijgen minder direct zout contact dan verticale delen die in de wind staan opgesteld, tenzij het dakvlak zelf laag hangt en dus dichter bij opspattend zout of neerslaande nevel komt. Dat maakt de keuze niet ingewikkelder, maar wel iets dat per situatie verschilt, en dus geen kwestie van een vaste regel toepassen.

De grote overspanning en de gordingafstand

Het tweede punt zit niet in het zout maar in de vorm van het gebouw. Een kapschuur heeft doorgaans een grote, open overspanning. Er is geen tussenwand, geen verdiepingsvloer, en de gordingen liggen op een ruimere afstand dan bij bijvoorbeeld een woning met een dichte kapconstructie. Onze felsplaten zijn leverbaar op maat tot 8000 mm, wat bij een lange overspanning aantrekkelijk is: minder naden betekent minder overlappingen en minder kans op een detail dat aandacht nodig heeft. Maar de lengte van de plaat lost het probleem van de gordingafstand niet vanzelf op. De plaatdikte van 0,55 mm en de fels van 35 mm zijn berekend op een bepaalde ondersteuningsafstand; bij een grotere gordingmaat moet de dakconstructie daarop zijn afgestemd, niet de plaat. Wij denken hierin mee op tekening, kosteloos, juist omdat dit precies het detail is waarop het vaak misgaat: een plaat die op zichzelf goed is, maar op een te ruime ondersteuning ligt te veren.

Condens is hier de hoofdvraag, niet het zout

Bij een kapschuur zonder isolatie, met een open overspanning en een grote onderkant die in contact staat met buitenlucht van wisselende temperatuur, is condensvorming aan de binnenzijde van de plaat het onderwerp waar de meeste schade uit voortkomt. Dat heeft niets met de ligging aan de kust te maken op zichzelf, het is een kwestie van klimaat binnen de kap versus klimaat buiten de kap. Maar de kustligging maakt het gesprek er niet minder relevant om, want vocht en zout vormen samen een minder gunstige combinatie dan vocht alleen. Waar een condensdruppel op een plaat landinwaarts vooral een kwestie van afdruipen is, kan diezelfde combinatie van vocht en een zoute atmosfeer de aantasting van een beschadigde coating iets sneller laten verlopen. Dat is geen reden om anders te ontwerpen, wel een reden om bij een kapschuur aan de kust net iets zorgvuldiger te kijken naar ventilatie onder het dakvlak. Bij een kapschuur die puur als open berging of stalling dient, zonder gesloten ruimte eronder, valt dat vaak vanzelf mee: de lucht kan vrij circuleren en condens trekt weg. Bij een kapschuur die aan één zijde dicht is gemaakt, bijvoorbeeld voor opslag van gevoelig materiaal, ontstaat een andere situatie, en dan is een doordachte ventilatiestrook of een dampopen onderlaag wel de moeite waard om te bespreken, los van waar het gebouw staat.

Wanneer de kustligging geen verschil maakt

Het is verleidelijk om aan een kapschuur aan de kust meteen zwaardere eisen te stellen dan aan een kapschuur verder van het water. Dat is niet altijd terecht. Op een ruime afstand van de kust, met beschutting door duinen of bebouwing, wijkt de zoutbelasting weinig af van een gemiddelde binnenlandse situatie, en dan voldoet de standaard plaatopbouw zonder extra maatregelen. Ook de vorm van de kapschuur, met de grote overspanning en de gordingmaat, is niet iets wat per definitie anders wordt door de ligging aan zee; die vraag speelt precies zo bij een kapschuur in de polder. Het is dus niet zo dat alles aan de kust zwaarder uitvalt. Wat wel klopt, is dat de combinatie van een agressievere omgeving met een open, onverwarmde constructie iets minder foutmarge geeft. Een detail dat landinwaarts jarenlang geen probleem geeft, zoals een fels die net niet helemaal sluit of een klemafstand die iets ruim is genomen, kan aan de kust eerder zichtbaar worden als beginnende corrosie op een beschadigd punt.

Wat u nu kunt doen

Wilt u weten hoe de afstand tot de kust en de opzet van uw kapschuur samen uitpakken voor de plaatkeuze en de gordingmaat, stuur ons dan een tekening of een schets van de situatie. Wij kijken mee naar de overspanning, de ventilatie en de ligging ten opzichte van open water, en geven aan waar de standaard opbouw voldoet en waar een aanpassing in de dakopbouw de moeite waard is.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink