Klikzink

Felsplaten vakantiepark aan de kust: zout en coating

Een vakantiepark aan de kust staat bloot aan zout dat met de wind meekomt. Dat zout slaat neer op elk oppervlak dat buiten hangt, ook op een dak dat er verder prima bij ligt. Voor de keuze van een dakbedekking is dat niet zomaar een kwestie van weer; het bepaalt in welke corrosieklasse het gebouw valt en dus welke coating we op de felsplaten aanraden. Wij lopen dat hier stap voor stap door, specifiek voor de situatie van een park met veel gebouwen onder één opdrachtgever.

De afstand tot de zeelijn is de eerste vraag die wij stellen als een parkbeheerder of eigenaar belt over een nieuw dak. Een bungalow die pal aan de duinen staat, krijgt een andere zoutbelasting dan een recreatiewoning die een kilometer landinwaarts op hetzelfde park staat. Beide gebouwen kunnen bij hetzelfde park horen, met dezelfde architect en dezelfde opleverdatum, en toch is de blootstelling niet gelijk. Dat is geen theorie: wij zien het terug in de staat van bestaande dakbedekking op parken waar de voorste rij bungalows duidelijk sneller slijtageplekken toont dan de rij daarachter.

Wat de coating moet kunnen

Onze felsplaten zijn standaard uitgevoerd met Sendzimir verzinkt staal en een organische coating van 50 micrometer, GreenCoat Pural BT. Die coating is bedoeld om het zink te beschermen tegen precies dit soort omgevingen. Voor een park verder van de kust is deze standaarduitvoering in de meeste gevallen voldoende, ook als het park in coating drie kleuren kan kiezen: Nordic Night Black, Slate Grey of Metallic Dark Silver. Voor een park direct aan het strand of de duinen kijken we specifiek naar de coatingdikte en de detaillering rond doorvoeren, omdat daar de eerste slijtage ontstaat. Dat is geen kwestie van een andere plaat bestellen, het is een kwestie van weten waar op het dak de zoutbelasting het hardst aankomt en daar de aansluitingen zorgvuldiger uitvoeren.

Waar dit voor een vakantiepark specifiek lastig wordt, is de spreiding binnen één park. Bij een enkele woning is de vraag simpel: hoe dicht staat dit huis bij de zee, en welke coating past daarbij. Bij een park met tientallen bungalows op een langgerekt terrein kan de eerste rij aan de duinkant een andere blootstelling hebben dan de achterste rij bij de ingang. Wij hebben dan te maken met één opdrachtgever die één architectuur en één kleur over het hele park wil, maar met bungalows die feitelijk in verschillende omstandigheden staan. Dat conflict lossen we meestal op door voor het hele park uit te gaan van de zwaarste situatie, dus de rij het dichtst bij het water. Materiaaltechnisch verandert er dan weinig aan de plaat zelf; wat verandert is de aandacht die de details krijgen, met name bij de bungalows die het meest blootstaan.

Een andere vraag die bij dit gebouwtype vaker terugkomt dan bij een losstaande woning: is het verstandig om voor het hele park met één coating te werken, ook als de blootstelling per bungalow verschilt? Ons antwoord is meestal ja, en niet omdat dat esthetisch makkelijker is. Eén coating voor het hele park betekent dat er over twintig jaar geen verschil in verwering ontstaat tussen bungalows die er, gezien vanaf het pad, identiek uitzien. Verschillende coatingdiktes per rij bungalows leidt op termijn tot een lappendeken in kleurbeeld, en dat is voor een park met eenheid in uitstraling meestal een groter probleem dan een iets ruimere veiligheidsmarge in coating voor de bungalows die verder van het water staan.

Wanneer zoutbelasting geen verschil maakt

Het is niet zo dat elk park aan de kust een aangepaste aanpak nodig heeft. Een park dat door een duinrij, bebouwing of een verhoging van het maaiveld is afgeschermd van de directe windrichting vanaf zee, kan met de standaardcoating net zo goed af zijn als een park verder landinwaarts. Wij hebben parken gezien waar de bebouwing zelf als schild werkt: de voorste rij vangt de wind op en de rest van het park ligt in de luwte. In die situatie is het verstandig om niet automatisch de zwaarste aanname te doen voor het hele terrein, want dat kost geld zonder dat het iets toevoegt.

Ook de hoogte van het dak speelt een rol die vaak wordt onderschat. Een laag dak op een bungalow vangt minder directe windbelasting met zout dan een hoger opgetrokken hoofdgebouw met horeca of receptie op hetzelfde park. Bij een aanvraag voor een heel park kijken wij daarom niet alleen naar de afstand tot zee, maar ook naar de hoogteverschillen tussen de gebouwen. Dat kan ertoe leiden dat we voor het hoofdgebouw een andere aanbeveling doen dan voor de bungalows er direct naast, ook al staan ze op hetzelfde perceel.

Wat dit betekent voor de planning

De zoutbelasting verandert niets aan de opbouw van het dak zelf. De fels van 35 mm, de werkende breedte van 475 mm en de blinde bevestiging onder de fels blijven ongewijzigd, of het park nu aan de kust ligt of niet. Wat de kustlocatie wel beïnvloedt, is de keuze in coatingtoezicht bij oplevering en de aandacht voor de details rond dakranden en doorvoeren, omdat daar het zout het eerst een aangrijpingspunt vindt als de afwerking niet secuur is. Voor een park waar wij in één traject tientallen daken opleveren, betekent dit dat de kwaliteitscontrole bij de eerste bungalows net zo streng moet zijn als bij de laatste, ook als de druk op de planning oploopt richting het einde van het laagseizoen.

Als u een park aan de kust beheert of daar een nieuwbouw- of renovatietraject voorbereidt, is het verstandig om bij de eerste tekening al aan te geven hoe het terrein ten opzichte van de waterlijn ligt en of er beschutting is door duinen, bebouwing of begroeiing. Wij kijken daar samen met u naar, kosteloos, en geven aan waar in het park de coatingkeuze aandacht verdient en waar de standaarduitvoering volstaat. Dat voorkomt dat er voor het hele park onnodig zwaar wordt uitgevoerd, of juist te licht op de plekken waar het water het dichtst bij is.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink