Klikzink
Een storm die het dak van een aanbouw of uitbouw beschadigt, laat meestal een duidelijk beeld achter. Er ligt een plaat los, er is een gat, of de bedekking is over een deel van het dakvlak losgerukt. Dat is het zichtbare probleem. Wat vaak minder opvalt, maar bij een aanbouw net zo belangrijk is, is de plek waar het dak van de aanbouw aansluit op de gevel van het hoofdgebouw. Bij een vrijstaand bijgebouw is die aansluiting er niet, maar bij een aanbouw of uitbouw wel, en die naad is bij storm vaak het eerste zwakke punt. Windbelasting grijpt een aanbouw juist bij die overgang extra hard aan, omdat daar twee verschillende constructies op elkaar aansluiten die niet altijd gelijk bewegen.
Bij een op zichzelf staand dak is het dakvlak de zwakke schakel: hoe groter het vlak, hoe meer windbelasting erop staat. Bij een aanbouw ligt dat anders. Het dakvlak is meestal beperkt van omvang, maar het grenst aan een bestaande gevel die al jaren op zijn plek staat en waar de aanbouw later tegenaan is gezet. Die overgang, met een loodaansluiting, een inwatering of een strook die tegen de gevel omhoog is gezet, is precies waar wind vat krijgt als er al een klein gebrek zit. Een storm die daar aangrijpt, tilt niet het hele dakvlak op, maar wrikt de rand los waar die tegen de gevel aan ligt. Bij de reparatie moet die aansluiting dus met net zoveel aandacht behandeld worden als het dakvlak zelf, en eigenlijk met meer, omdat een nieuwe plaat zonder een goede aansluiting op de gevel binnen een jaar weer los kan komen.
In de praktijk zien we dat een aannemer soms alleen het beschadigde deel van het dakvlak vervangt, en de bestaande randaansluiting hergebruikt omdat die op het oog nog goed lijkt. Dat is een begrijpelijke keuze als het om kosten en snelheid gaat, maar het is niet zonder risico. Als de storm die aansluiting al heeft losgetrokken en die is teruggedrukt zonder opnieuw te bevestigen, ligt daar het volgende probleem te wachten.
Bij een verzekeringskwestie gaat het niet alleen om het herstellen van de schade, maar ook om het kunnen aantonen wat er is gebeurd en wat er is gedaan. Een verzekeraar vraagt meestal om foto's van de schade voordat er iets wordt weggehaald, een omschrijving van de oorzaak, en een offerte of factuur waarin duidelijk staat wat er vervangen is. Bij een aanbouw is het verstandig om die foto's niet alleen van het beschadigde dakvlak te maken, maar ook van de aansluiting op de gevel, ook als die er op het eerste gezicht ongeschonden uitziet. Een verzekeraar die achteraf een nieuwe schademelding krijgt omdat de gevelaansluiting alsnog is gaan lekken, wil weten of dat een gevolg is van de storm of van iets dat bij de eerste reparatie is gemist. Een dossier waarin de aansluiting is vastgelegd, scheelt discussie.
Daarnaast telt vaak mee of de reparatie een tijdelijke noodvoorziening was of een structurele oplossing. Een verzekeraar vergoedt in de regel de kosten om de schade te herstellen zoals die was, niet om het dak in één keer te verduurzamen of te vergroten. Als u van de gelegenheid gebruik maakt om meteen andere materialen te kiezen, zoals felsplaten in plaats van de oorspronkelijke bedekking, is het zinvol om dat vooraf met de verzekeraar of de aannemer af te stemmen, zodat helder is welk deel van de kosten onder de schadevergoeding valt en welk deel voor eigen rekening komt.
Direct na een storm is de eerste zorg meestal dat het niet verder gaat lekken. Een noodreparatie, met een zeil, tijdelijke platen of een noodafdichting bij de gevelaansluiting, is bedoeld om verdere waterschade aan de aanbouw en aan de inhoud te voorkomen. Dat is een tussenstap, geen definitieve oplossing. Een noodreparatie kan de aansluiting op de gevel niet blijvend waterdicht maken, omdat die vaak met tape, kit of een tijdelijke strook is dichtgezet die niet bestand is tegen de bewegingen van het dak en de gevel over een langere periode.
Bij het definitieve herstel is het daarom niet genoeg om alleen het dakvlak weer dicht te maken. De aansluiting op de gevel moet opnieuw en degelijk worden aangelegd, met een randafwerking die meebeweegt met temperatuurschommelingen en die goed aansluit op het gevelmateriaal. Bij felsplaten gebeurt dat met een opstaande rand langs de gevel die onder de gevelbekleding of achter een loodslabbe doorloopt, zodat regenwater niet via die naad naar binnen kan trekken. Omdat felsplaten blind bevestigd worden met klemmen onder de fels, zit er bij het dakvlak zelf geen doorboring die kan gaan lekken. Bij de gevelaansluiting is juist wel precisie nodig, omdat daar het dak overgaat in een andere constructie.
Bij een aanbouw met stormschade loopt het werk meestal in een vaste volgorde. Eerst wordt de schade beoordeeld en vastgelegd, inclusief de staat van de gevelaansluiting, ook als die intact lijkt. Daarna volgt zo nodig een noodreparatie om verdere schade te voorkomen. Vervolgens wordt bepaald of het dakvlak in zijn geheel vervangen wordt of dat een deel volstaat, en wordt de gevelaansluiting los beoordeeld: is de bestaande strook nog goed, of moet die mee vervangen worden. Pas daarna wordt de nieuwe dakbedekking aangebracht, met de aansluiting op de gevel als laatste en meest zorgvuldige stap. Een aannemer die deze volgorde omdraait, en eerst het dakvlak afwerkt om daarna de aansluiting erbij te doen, loopt het risico dat de randafwerking wordt aangepast op wat er al ligt, in plaats van dat het dakvlak wordt afgestemd op een goede aansluiting.
Felsplaten zijn een geschikte keuze bij storingsherstel als het dakvlak van de aanbouw voldoende helling heeft, vanaf ongeveer zes graden, en als de constructie de platen kan dragen. Bij een aanbouw met een zeer beperkt dakoppervlak, waarbij het grootste deel van de kosten toch al naar de gevelaansluiting gaat, is het de vraag of de meerwaarde van felsplaten boven de bestaande bedekking opweegt tegen de kosten, zeker als de verzekering alleen een gelijkwaardig herstel vergoedt. Ook als de bestaande gevelbekleding op korte termijn zelf al aan vervanging toe is, is het verstandiger om dat in één keer mee te nemen, in plaats van nu een nieuwe dakaansluiting te maken op een gevel die binnenkort weer openligt. En bij een dakvlak met een helling onder de zes graden is een andere bedekking passender, omdat felsplaten daar niet voor bedoeld zijn.
Als uw aanbouw of uitbouw stormschade heeft, is het verstandig om eerst de schade goed te documenteren, met foto's van zowel het dakvlak als de aansluiting op de gevel, voordat er iets wordt weggehaald of dichtgeplakt. Neem contact op met uw verzekeraar om te bespreken wat zij nodig hebben, en schakel een aannemer in die de gevelaansluiting als volwaardig onderdeel van het herstel behandelt, niet als bijzaak. Wilt u weten of felsplaten in uw situatie een passende oplossing zijn, dan denken wij daar kosteloos in mee, ook op basis van een tekening of foto's van de bestaande situatie.