Klikzink
Een woonboerderij verduurzamen met isolatie is iets anders dan een gewoon woonhuis na-isoleren. Het dakvlak is groot, vaak ononderbroken over meerdere kappen, en bij veel boerderijen ligt er niet één dakbedekking maar twee: een rieten kap boven de oorspronkelijke woning en een deel met pannen boven een latere aanbouw, of andersom. Wie dat dak wil isoleren en tegelijk een nieuwe, duurzame dakbedekking wil, krijgt te maken met een opbouw die op de overgang tussen die twee materialen goed doordacht moet zijn. Wij zien dit vraagstuk regelmatig voorbijkomen en leggen hier uit waar de aandachtspunten liggen, in welke volgorde het werk meestal loopt, en wanneer felsplaten niet de aangewezen oplossing zijn.
Bij het isoleren van een boerderijdak werkt u in principe van binnen naar buiten met dezelfde laagopbouw als bij elk ander schuin dak: aan de binnenzijde een afwerklaag, dan de dampremmende laag, daarna de isolatie, en aan de buitenzijde een waterkerende, dampopen onderlaag met daarboven de dakbedekking, in dit geval felsplaten. De dampremmer zit dus altijd aan de warme kant van de isolatie, tegen de binnenkant van de sporen of gordingen aan, nooit aan de buitenkant en nooit in het midden van het isolatiepakket. Dat is bij een woonboerderij niet anders dan bij een woonhuis, maar de uitvoering is wel lastiger, omdat de kapconstructie vaak ouder, ongelijkmatiger en soms deels open is naar een rieten dekking toe.
Bij boerderijen met een authentieke rieten kap ligt er van oudsher vaak geen dampremmer, en soms ook geen doorlopende onderconstructie die geschikt is om er zomaar een isolatiepakket tegenaan te zetten. Het riet zelf ademt, en de spanten en gordingen zijn zichtbaar vanuit de woonruimte, wat vaak ook de bedoeling is en blijft. Wilt u dat deel van het dak isoleren zonder het rieten uiterlijk te verliezen, dan blijft de rietlaag zitten en wordt de isolatie met dampremmer aan de binnenzijde toegevoegd, tussen of onder de spanten. Bij het deel met pannen ligt de zaak eenvoudiger: daar kan de bestaande dakbedekking eraf, kan de isolatie op de sporen of tussen de sporen komen, en kunnen felsplaten er direct op of overheen.
Het punt waar riet en pannen op elkaar aansluiten, bijvoorbeeld bij een haaks aangebouwd deel of een lagere aanbouw tegen de oorspronkelijke boerderij, is het onderdeel waar de meeste aandacht naar uitgaat. Hier lopen twee dakopbouwen met een verschillende dikte en een verschillend isolatieniveau in elkaar over, en dat vraagt om een overgangsdetail dat zowel de dampremmende laag als de waterkerende laag ononderbroken doortrekt. Een voorbeeld uit de praktijk: bij een boerderij met een rieten hoofddak en een pannen aanbouw uit de jaren zeventig troffen we een overgang aan waar de dampremmer van de aanbouw nergens aansloot op enige laag in het rietgedeelte. Het gevolg was vochtophoping precies op die naad, onzichtbaar vanaf de buitenkant maar met schimmelvorming aan de binnenzijde van de gording. Bij het isoleren is dat de plek waar de dampremmende laag mechanisch en luchtdicht moet worden doorgezet, met een aansluitprofiel of een geplakte overlap, zodat er geen onderbreking in het dampremmende vlak ontstaat.
Bij het pannen gedeelte dat vervangen wordt door felsplaten verandert de dikte van het dakpakket vaak, omdat er nu een compleet isolatiepakket bij komt waar voorheen misschien alleen een dunne onderlaag lag. Dat betekent dat de daklijn op de overgang naar het rieten deel iets kan verspringen. Dat is op te lossen met een goed vormgegeven kilgoot of overgangsprofiel, maar het moet wel van tevoren op tekening worden meegenomen. Wij denken daar kosteloos in mee, juist omdat elke boerderij een andere combinatie van bestaande materialen en hellingen heeft.
Op een boerderij met twee dakmaterialen loopt het werk meestal in een vaste volgorde. Eerst wordt het pannen gedeelte aangepakt: de oude pannen eraf, de sporen gecontroleerd en waar nodig herstelt, de isolatie met dampremmer aangebracht, en de felsplaten gelegd. Daarna, of gelijktijdig door een ander deel van het team, wordt de aansluiting met het rietdeel gemaakt. Het rietdeel zelf blijft in de regel het langst intact, omdat een rietdekker een ander vakgebied is dan het aanbrengen van felsplaten, en omdat het riet vaak niet vervangen wordt maar blijft liggen terwijl alleen de binnenzijde wordt geïsoleerd. Die volgorde voorkomt dat er tijdens de bouw twee keer aan dezelfde naad gewerkt moet worden.
De felsplaten zelf zijn tot op de millimeter op maat leverbaar, van 450 tot 8000 millimeter, wat bij een boerderijdak met een ongebruikelijke lengte of een schuine aansluiting vaak nodig is. Met een gewicht van ongeveer 5 kilo per vierkante meter belasten ze de bestaande constructie nauwelijks extra, wat meespeelt bij oudere gordingen die al jaren onder een rieten dak liggen en niet zomaar extra gewicht kunnen dragen. De platen kunnen ook bij kou nog gezet worden, tot -15 graden, wat in de wintermaanden praktisch is als de renovatie niet stil mag liggen.
Er zijn situaties waarin isoleren met felsplaten op een boerderij niet de aangewezen weg is. Als het rieten dak monumentaal beschermd is en de eigenaar of de gemeente eist dat het rietbeeld op geen enkele plek wordt aangetast, dan is elke ingreep aan de buitenzijde van dat deel uitgesloten, en blijft alleen inpandige isolatie over. Ook als de bestaande kapconstructie te zwak of te vervormd is om een nieuw, dikker isolatiepakket te dragen, moet eerst de constructie worden aangepakt voordat er over dakbedekking gesproken kan worden; een felsplaat legt dat probleem niet op, hij legt het juist bloot. En bij een dakhelling onder de zes graden, wat bij sommige lage aanbouwen aan boerderijen voorkomt, is een felsplaat geen optie meer; dan is een andere dakbedekking nodig voor dat specifieke vlak.
Ten slotte: als de wens vooral is om het aanzien van de boerderij ongewijzigd te laten, inclusief de pannen op het bijgebouw, terwijl alleen de isolatiewaarde omhoog moet, kan het voordeliger zijn om de bestaande pannen te laten liggen en alleen de onderzijde te isoleren. Felsplaten zijn dan interessant op het moment dat de dakbedekking toch al aan vervanging toe is, of wanneer de eigenaar bewust kiest voor een ander uiterlijk op het niet-monumentale deel.
Heeft u een woonboerderij met een gemengd dak van riet en pannen, en wilt u weten hoe de isolatie en de aansluiting tussen beide materialen in uw specifieke geval het beste vorm krijgen? Stuur ons een tekening of een foto van de bestaande situatie. Wij denken vrijblijvend mee over de opbouw, de aansluitdetails en de maatvoering van de felsplaten, en geven aan waar in uw geval de aandachtspunten liggen.