Klikzink

Felsplaten op plat dak met afschot woonboerderij

Bij veel woonboerderijen zit er ergens een plat of bijna plat dakvlak achter, naast of boven het hoofdvolume. Vaak is dat een latere aanbouw, een schuurdeel dat bij de woning is getrokken, of een tussenlid dat het rieten of pannen dak van het hoofdgebouw verbindt met een lagere aanbouw. Dat vlak heeft meestal een minimale helling, net genoeg om water te laten aflopen naar een goot of interne afvoer. De vraag die dan opkomt is of felsplaten daar nog op kunnen, of dat je toch terugvalt op bitumen of EPDM.

Het antwoord is dat het kan, maar dat de marge klein is. Felsplaten zijn toepasbaar vanaf zes graden dakhelling. Bij een woonboerderij met een afschotdak zit de werkelijke helling vaak dicht bij die grens, soms net erboven, soms er net onder als het dak in de loop der jaren is doorgezakt. Bij die hellingen is niet het materiaal van de plaat het probleem, maar de manier waarop de naden en de randen zijn afgewerkt. Bij een steil dak van vijfentwintig graden loopt water snel weg en heeft een kleine onvolkomenheid in een detail weinig gevolgen. Bij zes graden blijft water veel langer op de plaat staan, en dan telt elke naad, elke overgang en elke aansluiting drie keer zo zwaar.

Waarom de naadafwerking hier de doorslag geeft

Bij felsplaten zit de sterkte in de fels, de haaks opstaande rand van 35 millimeter waarmee de banen in elkaar klikken. Die fels is bij een normale dakhelling vooral een sterk verband en een manier om zonder zichtbare bevestiging te werken. Bij een afschotdak op de grens van wat toepasbaar is, wordt die fels het belangrijkste onderdeel van de waterdichtheid. Staat er water tegen de fels, dan moet die naad het weerstaan zonder dat er ergens capillair water naar binnen kruipt onder de klemmen.

In de praktijk betekent dit dat de baanrichting op zo'n dak zorgvuldig gekozen moet worden. De banen lopen het liefst in de richting van de grootste val, dus van hoog naar laag, zodat het water evenwijdig aan de fels wegloopt en niet dwars erover. Bij een woonboerderij met een breed, ondiep hellend vlak kiezen we daarom vaak voor lange banen die van de nok of de aansluiting met het hoofddak in één lijn doorlopen naar de goot, zonder dwarsnaad. Klikzink levert de platen op maat tot 8000 millimeter, en juist op dit type dak is dat relevant: een dwarsnaad in een laag hellend vlak is een zwak punt dat je liever vermijdt dan oplost met extra afdichting.

De randen van het platte gedeelte

Het tweede aandachtspunt bij afschotdaken op een woonboerderij is de rand. Een schuin dak met pannen heeft een druiplijn die het water eenvoudig naar de goot stuurt. Bij een vlak dak met minimale helling ligt de goot vaak inpandig, of zit de rand tegen een opstaande muur, een borstwering of de aansluiting met het hogere dakvlak. Elke rand op zo'n dak is in feite een detail waar water kan blijven staan als het niet goed is afgewerkt.

Bij de goot zelf moet de plaat voldoende overstek hebben en moet de fels aan de kant van de goot goed aflopen, zodat er geen kom ontstaat waar water blijft staan na een bui. Bij een opstaand randje, bijvoorbeeld waar het platte deel tegen de gevel van het hoofdgebouw aankomt, werken we met een opstand die hoog genoeg is om ook bij een harde regen met wind geen water over de rand te laten slaan. Bij boerderijen die in open veld staan, zonder beschutting van andere bebouwing, is die windslag reëel en onderschatten we die liever niet.

Waar riet of pannen op het lage dak aansluiten

Wat dit gebouwtype specifiek maakt, is dat het platte vlak vrijwel nooit alleen staat. Bij een woonboerderij is het gebruikelijk dat het hoofddak riet of pannen heeft, en dat het platte of licht hellende deel een aanbouw, schuurdeel of overkapping is die er los van staat maar er wel tegenaan of onderaan sluit. Dat betekent dat er een overgang is tussen twee heel verschillende materialen, met heel verschillend gedrag onder water en wind.

Riet werkt water anders af dan een gladde stalen plaat. Een rieten dak leidt regenwater over de vezels naar buiten en verdraagt een zekere hoeveelheid vocht in de onderlaag. Een felsplaat leidt water juist snel en gericht af via de fels naar de goot. Op de plek waar deze twee systemen elkaar raken, meestal onder de rand van het riet waar het lagere platte dak begint, moet je voorkomen dat water van het riet ongecontroleerd op de stalen plaat valt en daar, door de geringe helling, blijft liggen in plaats van wegloopt. Dat vraagt om een aansluiting met een ruime overslag en een randprofiel dat het water van het riet opvangt en gericht naar de goot stuurt, in plaats van het los op het platte vlak te laten druppelen.

Bij pannen is de overgang anders, maar niet minder belangrijk. Pannen lozen water in een golfpatroon, met pieken en dalen, terwijl een felsplaat een vlak, glad oppervlak heeft. Op de aansluiting moet het water van de laatste rij pannen worden opgevangen door een inkeping of loodslabbe die op de felsplaat aansluit, zodat er geen open voeg ontstaat waar wind het water in kan duwen. Bij een gewoon hellend dak accepteert de constructie kleine onvolkomenheden hier, omdat de helling het water toch snel wegvoert. Bij een afschotdak op de grens van zes graden is die marge er niet, en werkt een onvolkomenheid op die overgang zich na verloop van tijd door naar binnen.

Een voorbeeld uit de praktijk

Stel een woonboerderij met een rieten kap over het woonhuis, en een lager aangebouwd bijgebouw met een vlak dak van ongeveer zeven graden helling, bedekt met felsplaten die aflopen naar een inpandige goot tegen de gevel van het hoofdhuis. Bij een dergelijke opzet leggen we de banen in de lengterichting van het bijgebouw, van de rand onder het riet naar de goot, zonder dwarsnaad. De aansluiting onder het riet krijgt een overslag die het water van het riet ruim voor de eerste felnaad opvangt, zodat er geen water direct op een naad kan vallen. Bij de goot zelf houden we voldoende overstek aan en laten we de fels goed doorlopen tot aan de rand, zodat er geen kom ontstaat.

Gaat het hier fout, dan is dat meestal niet omdat de plaat zelf lekt, maar omdat de overgang naar het riet te strak is uitgevoerd, met een overslag die te kort is voor de hoeveelheid water die van een groot rieten dakvlak afkomt bij een flinke bui. Dat is dan geen materiaalfout, maar een detailleringsfout, en die valt te voorkomen door bij het ontwerp goed te kijken naar hoeveel water er vanaf het hogere dak op het lagere, vlakke deel terechtkomt.

Wanneer felsplaten hier niet de juiste keuze zijn

Er zijn situaties waarin we een klant afraden om felsplaten toe te passen op zo'n afschotdeel. Als de werkelijke helling door verzakking van de constructie onder de zes graden is gekomen, of als er plaatselijk plassen blijven staan door een oneffen ondergrond, dan is een naadloze bedekking als EPDM soms een verstandiger keuze, juist omdat die geen naden heeft die bij stilstaand water kwetsbaar zijn. Ook als het platte dakdeel heel klein en versnipperd is, met veel hoeken, opstanden en doorvoeren dicht bij elkaar, is het aantal details vaak zo groot dat een andere dakbedekking praktischer is.

Wat u nu kunt doen

Wilt u weten of het platte of licht hellende deel van uw woonboerderij geschikt is voor felsplaten, dan is het verstandig om eerst de werkelijke helling te laten opmeten, niet de helling zoals die ooit is ontworpen. Stuur ons een tekening of een foto van de situatie, met vermelding van de aansluiting op riet of pannen, en wij denken kosteloos mee over de baanindeling en de randdetails. Wij werken vanuit Ede met eigen walsmachines en leveren de platen op maat, zodat de baanlengte precies aansluit op uw dakvlak zonder onnodige naden.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink