Klikzink

Felsplaten op plat dak met afschot kantoorunit

Een kantoorunit heeft meestal geen dakhelling in de gewone zin. Het dak is vlak gebouwd, en het afschot dat er is, is aangebracht om water af te voeren, niet om een dakvorm te maken. Vaak gaat het om zes tot acht graden, soms nog minder. Dat is precies het gebied waarin felsplaten nog wel kunnen, maar waarin de manier waarop de naden zijn afgewerkt het verschil maakt tussen een dak dat droog blijft en een dak dat na een paar jaar bij de overlappen begint te lekken. Wij leveren vanaf zes graden, en die grens is niet arbitrair: onder die helling loopt water te langzaam af en blijft het te lang op de naad staan.

Bij een kantoorunit komt daar iets bij dat bij een vast gebouw niet speelt. De unit is vaak verplaatsbaar of gestapeld uit meerdere modules, en het dak is gemaakt op de fabrieksmaat van die module, niet op de maat die voor een goede waterafvoer ideaal zou zijn. Dat betekent dat de baanrichting, de plek van de goot en de overgang tussen units al vaststaan voordat er over dakbedekking wordt nagedacht. Het dakwerk moet zich daar naar voegen, en dat is precies waar bij dit gebouwtype de knelpunten zitten.

Waarom de naad hier de bepalende factor is

Op een steil dak voert de fels het water snel af en is een verkeerd afgewerkte naad zelden een probleem, omdat het water er simpelweg voorbij stroomt. Bij zes tot acht graden ligt dat anders. Water blijft langer op het vlak staan, zeker bij wind tegen de looprichting in of bij een lichte tegenhelling door zetting van de constructie. Op zo'n moment is de fels zelf niet het zwakke punt, want die staat 35 mm haaks omhoog en is geklemd, niet doorboord. Het zwakke punt is de kopnaad: de plek waar een plaat eindigt en de volgende begint, dwars op de looprichting van het water.

Bij een kantoorunit met een beperkte lengte komt die kopnaad vaak al binnen de eerste baan voor, simpelweg omdat de fabrieksmaat van de unit korter is dan de standaard plaatlengte, of net iets langer. Bij een lengte tot ongeveer acht meter is één ononderbroken baan meestal mogelijk, want wij leveren op de millimeter besteld en niet in vaste standaardmaten. Dat is bij dit gebouwtype vaak de eenvoudigste oplossing: één plaat over de volle lengte van het dakvlak, zodat er helemaal geen kopnaad ontstaat. Bij een gestapelde unit van twee of drie modules, waarbij het dak in het geheel langer is dan de maximale werkbare plaatlengte, is dat niet altijd haalbaar en moet er wel een naad dwars op het water komen. Die naad moet dan hoog genoeg op het dak liggen, met voldoende overlap en een felsverbinding die niet op het laagste punt van het afschot ligt, waar het water zich verzamelt.

Baanindeling: de looprichting bepaalt alles

De platen lopen met de lengte in de richting van het water, van de hoogste kant van het afschot naar de laagste. Bij een kantoorunit is dat meestal een simpele rechte lijn, omdat het dakvlak zelf rechthoekig en overzichtelijk is. Waar het ingewikkelder wordt, is bij units die in een L-vorm of haaks op elkaar zijn geplaatst, met een dakvlak dat in twee richtingen afwatert of met een middengoot tussen twee modules. Daar moet de baanindeling opnieuw bekeken worden per dakvlak, en soms betekent dat een extra naad of een aansluiting op een makelaar die je bij een enkelvoudig dakvlak niet nodig zou hebben.

Een voorbeeld uit de praktijk: bij een tijdelijke schoolunit die als kantoorruimte werd ingericht, bestond het dak uit twee gestapelde modules met een smalle overkapping ertussen die het regenwater van beide daken opving. De platen op de units zelf liepen probleemloos in één richting naar de buitengoot. Op de overkapping was het afschot minimaal, net boven de zes graden, en juist daar moest extra aandacht naar de aansluiting tussen de platen en de dakrand, omdat het water uit twee richtingen samenkwam op een klein oppervlak.

Randen en aansluitingen waar het misgaat

Bij een vlak dak met minimaal afschot zijn de randen kwetsbaarder dan bij een schuin dak, simpelweg omdat er minder vaart in het water zit als het de rand bereikt. Drie plekken zijn bij een kantoorunit typisch de plek waar het misgaat.

De eerste is de aansluiting op de gevelrand aan de kopkant, waar het dak overgaat in de gevelbekleding. Bij een unit die is samengesteld uit prefab wanden en een los opgelegd dak, is die aansluiting vaak een naderhand toegevoegd detail, en als de overgang niet ruim genoeg oploopt tegen de gevel, kan opstuwend water bij harde regen achter de plaat komen. Bij een kantoorunit die je op een steiler dak zonder nadenken zou uitvoeren, moet je bij zes graden de opstand hoger maken dan gebruikelijk, juist omdat er minder natuurlijke afvoer is.

De tweede plek is de aansluiting bij de goot. Bij een minimaal afschot ligt het laagste punt van de plaat maar net boven de rand van de goot, en als de goot niet ruim genoeg is gedimensioneerd voor de hoeveelheid water die van het hele dakvlak komt, loopt het water terug onder de plaat in plaats van in de goot. Dat is geen gebrek van de felsplaat, maar een kwestie van de goot goed laten aansluiten op wat het dak aanlevert.

De derde plek is de naad tussen twee gestapelde units, als die als los dakvlak met een eigen kleine helling is uitgevoerd. Dat is precies het scenario uit het voorbeeld hierboven: een overkapping tussen twee modules met een eigen, vaak nog kleiner afschot dan de units zelf. Daar is de kans op stilstaand water het grootst, en daar moet je als het kan een aparte, iets steilere hellingoplossing maken in plaats van het gewoon door te laten lopen als verlengstuk van de rest.

Wanneer dit niet de aangewezen oplossing is

Als het dak van de unit minder dan zes graden afschot heeft, of als de fabrieksmaat zo is dat er onvermijdelijk meerdere kopnaden op het laagste deel van het dak terechtkomen zonder ruimte voor een hoger gelegen overlap, is klikfels niet de voor de hand liggende keuze. Dan is een dakbedekking die als één ononderbroken vlak wordt aangebracht, zonder naden die afhankelijk zijn van looprichting, vaak praktischer. Dat geldt met name voor kleine, volledig vlakke daken zonder enig afschot, waarbij water letterlijk nergens naartoe kan stromen: daar helpt geen enkele naadafwerking.

Ook als de unit regelmatig verplaatst wordt en het dak daarbij gekanteld of gehesen wordt, is het de moeite waard om vooraf te bekijken of de klemverbinding onder de fels bestand is tegen die manier van hijsen, en of de opstanden bij de randen niet beschadigen bij het laden op transport. Bij een permanent geplaatste unit met vast afschot is dat geen punt van aandacht, bij een unit die elk seizoen verhuist wel.

Wat u kunt doen

Heeft u een tekening of foto van de kantoorunit met de afschotrichting en de plek van de goten, dan kijken wij daar kosteloos naar mee en geven we aan of één ononderbroken baan mogelijk is of waar een naad nodig is. Bij een bestaande unit is een kort bezoek meestal voldoende om de werkelijke helling te meten, want die wijkt in de praktijk vaak iets af van de tekening. Neem gerust contact op met de gegevens die bij deze pagina staan.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink