Klikzink
Een kantoorunit is geen gebouw dat ter plekke wordt opgetrokken. Het komt van de fabriek af, in één stuk of in delen die op locatie worden gestapeld, en het dak is daarbij vrijwel altijd vlak of bijna vlak uitgevoerd. Dat is een bewuste keuze van de fabrikant: een vlak dak is makkelijker te vervoeren, makkelijker te stapelen en past binnen de transporthoogtes die voor wegvervoer gelden. Wie ons belt met de vraag welke dakhelling nodig is voor felsplaten op zo'n unit, krijgt daarom een ander antwoord dan wie ons belt over een schuur of een woning. Niet omdat het materiaal anders werkt, maar omdat het gebouw zelf al een grens heeft meegekregen voordat het dakwerk ter sprake komt.
Felsplaten kunnen wij leveren en toepassen vanaf een dakhelling van zes graden. Dat getal staat vast, en het geldt voor het materiaal zelf: de fels, de klemmen, de manier van bevestigen. Bij zes graden of meer voert regenwater voldoende snel af langs de sluiting van de fels, zodat er geen water blijft staan op plekken waar dat niet moet. Onder die grens wordt de kans op stilstaand water bij de naden groter, en dat is precies waar een felsdak zijn werk moet doen: water snel en gecontroleerd afvoeren, niet vasthouden.
Bij een kantoorunit is de vraag dus niet of felsplaten geschikt zijn vanaf zes graden, maar of de unit die zes graden wel heeft. Veel gestapelde en verplaatsbare units zijn gebouwd met een dak dat vrijwel vlak is, soms met een afschot van een paar graden richting een regenpijp of dakgoot, maar zelden met een duidelijk hellend vlak zoals bij een traditioneel dak. Dat afschot is er wel voor de afwatering, maar is oorspronkelijk niet berekend met een felsdak in het achterhoofd. Het is berekend voor de kunststof of rubberen dakbedekking die in de fabriek als standaard wordt toegepast.
Het tweede verschil met een gewoon gebouw is dat bij een kantoorunit het dakwerk zich voegt naar een bestaande maat, en niet omgekeerd. Een unit heeft een vaste lengte en breedte, vaak in stappen van hele of halve meters, en het dakvlak dat daarbij hoort ligt vast voordat er over bekleding wordt gesproken. Bij nieuwbouw of een verbouwing van een vast gebouw kan de dakhelling nog worden meegenomen in het ontwerp; bij een kantoorunit is die keuze al gemaakt door de fabrikant van de unit, lang voordat wij in beeld komen.
Dat betekent dat wij bij een kantoorunit niet vertrekken vanuit de vraag welke helling wenselijk is, maar vanuit de vraag welke helling er al is en of die voldoende is voor een felsdak. Is die er niet of is die te gering, dan zijn er twee praktische routes. De eerste is het aanbrengen van een opbouw of een licht hellend frame boven op de bestaande dakconstructie, zodat er alsnog voldoende afschot ontstaat om vanaf zes graden te werken. Dit gebeurt vaker bij semipermanente units die voor langere tijd op één plek blijven staan, zoals een tijdelijk kantoorgebouw op een bouwterrein dat voor twee of drie jaar wordt neergezet. De tweede route is dat felsplaten in die specifieke situatie niet de aangewezen keuze zijn, en dat een andere dakbedekking beter aansluit bij het vlakke karakter van de unit. Dat is een antwoord dat wij liever nu geven dan na levering.
Stel, een aannemer plaatst twee kantoorunits naast elkaar op een bedrijventerrein, met een gemeenschappelijk dakvlak dat beide units overspant. De units zelf hebben een nagenoeg vlak dak, met een afschot van misschien twee graden richting de achterzijde. Op die twee graden kan geen felsdak, want dat ligt ruim onder de grens van zes graden waarbij de fels het water goed afvoert. In zo'n geval kan een lichte opbouw worden gemaakt, een frame dat over de bestaande dakvlakken heen wordt gebouwd en dat wel voldoende helling geeft. Vanaf dat moment is er een dakvlak waarop felsplaten wel passen, met de platen op maat gewalst voor de exacte lengte tussen de twee units. Zonder die opbouw houdt het bij deze unit op, en is een vlakke dakbedekking de logischere keuze.
Niet elke kantoorunit is vlak. Sommige fabrikanten leveren units met een licht zadeldak of een lessenaarsdak, vooral bij de grotere, semipermanente uitvoeringen die bedoeld zijn voor meerjarig gebruik, bijvoorbeeld als tijdelijke schoolhuisvesting of als kantoorruimte bij een bouwproject dat langer duurt. Bij die uitvoeringen is er vaak al voldoende helling aanwezig, en dan verschuift de vraag naar de gewone praktische kant: hoe wordt het dakvlak precies opgemeten, welke platen passen op de fabrieksmaat, en hoe wordt de aansluiting bij de randen en de dakdoorvoeren gemaakt. Dat is dan geen vraag meer over de ondergrens van de helling, maar over de uitvoering, en die hoort bij een ander gesprek.
Om te kunnen zeggen of een kantoorunit geschikt is voor felsplaten, hebben wij een paar gegevens nodig: de opgegeven dakhelling van de fabrikant van de unit, of bij twijfel een meting op locatie, en de afmetingen van het dakvlak. Omdat onze platen op de millimeter geleverd worden, van 450 tot 8000 millimeter, kunnen wij vaak precies aansluiten op de maat van de unit zonder dat er in de breedte wordt versneden of gelast. Dat scheelt naden, en minder naden is bij een klein dakvlak als dat van een unit al snel merkbaar in het eindresultaat.
Wilt u weten of de kantoorunit die u op het oog heeft, of die al op locatie staat, voldoende dakhelling heeft voor felsplaten? Stuur ons de technische tekening van de unit of geef de gemeten helling en de dakmaten door. Wij kijken er kosteloos naar mee en zeggen u eerlijk of felsplaten hier passen, of dat een aanpassing van de dakconstructie nodig is om er wel voor in aanmerking te komen.