Klikzink
Een zadeldak op een opbouw bij een stacaravan bestaat uit twee vlakken die samenkomen in één nok. Er is geen keper, geen wolfseind, geen knik in het vlak. Dat maakt dit dak op papier het eenvoudigste geval uit de hele reeks dakvormen die op een opbouw voorkomen. Juist daardoor valt bij dit dak elke onregelmatigheid in de baanindeling het meest op. Bij een schilddak met vier vlakken en meerdere kepers verdwijnt een baan die net niet goed uitkomt in de complexiteit van het geheel. Bij een zadeldak met twee rechte vlakken van vaak niet meer dan drie meter breed en drie meter diep, ziet iedereen die om de opbouw loopt onmiddellijk of de banen symmetrisch verdeeld zijn of niet.
Onze felsplaten hebben een werkende breedte van 475 millimeter en worden op maat gewalst tot op de millimeter, van 450 tot 8000 millimeter lengte. Voor een zadeldak van een opbouw betekent dit dat wij de platen precies zo lang laten walsen als de schuinte van het dakvlak, van goot tot nok, in één stuk. Er is dan geen overlap in de lengte nodig en geen naad halverwege het vlak. De vraag die overblijft is hoe de breedte van het vlak wordt verdeeld over een geheel aantal banen van 475 millimeter, en hoe je voorkomt dat er aan een van de twee kanten een smal reststrookje overblijft dat in het oog springt.
Bij een eenvoudig zadeldak met twee gelijke vlakken beginnen wij de indeling niet vanaf een van de goten, maar vanaf het midden van het dakvlak, ter hoogte van de nok. Dat geeft twee kanten die spiegelbeeldig verdeeld worden, met aan beide zijden dezelfde restmaat. Bij een opbouw van bijvoorbeeld 3,20 meter breed levert dat twee volle banen plus twee gelijke reststroken op, in plaats van vijf volle banen aan de ene kant en een smal randje aan de andere kant. Dat randje is precies wat bij dit dak, met zijn overzichtelijke twee vlakken, als eerste opvalt.
Om dat te kunnen doen moet de breedte van de opbouw vooraf goed opgemeten worden, inclusief de overstek aan de gootzijde. Wij vragen daarom altijd de maten van het bestaande dak op, liefst met een paar foto's van de nok en de gootranden erbij, voordat we de platen laten walsen. Een opbouw die ooit zelf is bijgebouwd wijkt nogal eens een paar centimeter af van de fabrieksmaten van de stacaravan zelf, en die afwijking wilt u liever vooraf weten dan achteraf op het dak ontdekken.
Omdat een zadeldak maar één nok heeft, is dat de enige plek waar de twee dakvlakken op elkaar aansluiten en waar dus een nokstuk nodig is. Bij een schilddak of mansardedak zijn er meerdere van dat soort ontmoetingen; hier is er precies één, en die loopt over de volle lengte van het dak. Het nokstuk wordt over de felsranden van beide vlakken heen gezet en blind bevestigd, net als de platen zelf. Er komen geen zichtbare schroeven in het dakvlak, wel eventueel in het nokstuk aan de zijkanten waar het afgewerkt wordt tegen de windveer.
Bij een opbouw die niet helemaal haaks is, wat bij zelfbouwconstructies op een stacaravan geregeld voorkomt, moet het nokstuk op maat aangepast worden. Wij meten dat liever ter plekke of aan de hand van een goede tekening, dan dat we uitgaan van de standaardmaat van de caravan. Een nok die een paar millimeter scheef loopt is op een zadeldak met zijn strakke, overzichtelijke lijnen sneller te zien dan op een dakvorm met meer facetten.
De randen van een zadeldak op een opbouw zijn de gootrand aan de onderkant van elk vlak en de windveer aan de zijkanten, bij het voor- en achtergeveltje van de opbouw. Bij de gootrand loopt de felsplaat door tot in de gootbak of tot op de druiplijst, afhankelijk van hoe de bestaande goot is uitgevoerd. Bij een opbouw die al een dak van staal of kunststof heeft, gaat de nieuwe laag felsplaten over de bestaande dakbedekking heen, op een raamwerk van tengels of rechtstreeks op het bestaande beplating met zelfborende schroeven voor de klemmen. Dat scheelt het strippen van het oude dak en voorkomt dat de constructie tijdelijk open ligt voor weer en wind, wat bij een stacaravan die u nog gebruikt niet altijd praktisch is.
De windveer aan de kopgevels vraagt om een aparte afkanting, meestal een simpele haakse strip die de felsplaat aan de zijkant afdekt en het water naar de gootrand leidt in plaats van naar de gevel. Bij een zadeldak zonder overstek aan de kopgevel, wat bij opbouwen soms uit ruimtebesparing wordt gedaan, moet die windveer wat breder uitgevoerd worden om voldoende overslag te houden. Dat is een detail dat op tekening besproken moet worden voordat de platen gewalst worden, niet iets dat u achteraf op het dak corrigeert.
Een stacaravan met opbouw is oorspronkelijk niet gebouwd om een zwaar dakpakket te dragen. De bestaande dakplaat van staal of kunststof is vaak gekozen om licht te blijven, met een draagconstructie die daarop is afgestemd. Onze felsplaten wegen ongeveer 5 kilogram per vierkante meter, wat in de praktijk betekent dat een nieuwe huid over het bestaande dak zonder aanpassing van de sporen of gordingen kan, in de meeste gevallen. Bij een zadeldak met twee vlakken van beperkte oppervlakte, zoals bij een opbouw gebruikelijk is, blijft het totale extra gewicht daardoor beperkt.
Dat is anders wanneer onder de bestaande dakplaat al een zwaardere laag isolatie of een tweede beplating verstopt zit die u niet op het eerste gezicht ziet. Bij een opbouw die in de loop der jaren al eens is aangepast, raden wij aan om vooraf te controleren wat er precies onder de zichtbare bovenlaag zit, voordat er van uitgegaan wordt dat het gewicht van de felsplaten zonder meer op te vangen is door de bestaande constructie.
Bij een zadeldak dat kleiner is dan ongeveer 450 millimeter in een van de twee richtingen, past er geen enkele felsplaat op de minimale walsmaat, en is een andere, kleinschaliger bekleding praktischer. Dat komt bij een opbouw zelden voor, omdat de vlakken doorgaans breder zijn dan de goot-tot-nok maat, maar bij een heel smalle aanbouw met een puntig zadeldakje kan het spelen. Ook wanneer de dakhelling minder dan zes graden bedraagt, is een zadeldak feitelijk een vlak dak geworden en gelden andere regels voor de waterafvoer dan bij een echt hellend dak met een duidelijke nok.
Een derde situatie waarin wij aanraden om eerst goed te kijken, is een opbouw waarvan de bestaande dakconstructie zichtbaar is doorgezakt of scheefgetrokken. Een nieuwe laag felsplaten volgt de vorm van het onderliggende dak, en verbetert de constructie zelf niet. Bij een duidelijk verzakte nok is het verstandiger om eerst de draagconstructie te laten beoordelen, en pas daarna de nieuwe dakbedekking te bepalen.
Om tot een goede baanindeling en detaillering te komen, hebben wij een paar maten en foto's van het bestaande dak nodig: de breedte en diepte van elk dakvlak, de lengte van de nok en de manier waarop de gootrand nu is afgewerkt. Op basis daarvan denken wij op tekening mee over de verdeling van de banen en de aansluiting bij nok en windveer, zonder dat daar kosten aan verbonden zijn.