Klikzink
Bij een schuurwoning is de ondergrond onder de felsplaten geen bijzaak die u aan de aannemer overlaat zonder erover na te denken. Het bepaalt hoe de platen worden vastgezet, en bij een schuurwoning heeft dat meer gevolgen dan bij een gewoon huis. Dat komt door de vorm van het gebouw zelf: dak en gevel lopen bij een schuurwoning in één doorgaand vlak van de nok tot de fundering, zonder dakrand of goot die de twee van elkaar scheidt. De ondergrond moet dat hele vlak dragen, en de manier waarop hij dat doet, bepaalt of die overgang van dak naar gevel er strak uitziet of niet.
Er zijn in de praktijk drie ondergronden waarop wij felsplaten bevestigen: hout, staal en beton. Elk vraagt een andere manier van vastzetten, en bij een schuurwoning werkt die keuze door tot in het silhouet van het gebouw.
Een houten dakconstructie is bij schuurwoningen de meest voorkomende ondergrond, zeker bij nieuwbouw en bij schuurwoningen die als vrijstaande woning op het platteland worden gebouwd. De felsplaten worden dan met schroeven op de houten regels of platen bevestigd, onder de fels verwerkt met klemmen zodat er aan de buitenkant niets te zien is. Bij een schuurwoning waar het dakvlak zonder onderbreking doorloopt in het gevelvlak, ligt hier een praktisch voordeel: hout is relatief eenvoudig in dezelfde lijn en dikte door te zetten van dak naar gevel. Een timmerman kan de onderconstructie op de hoek waar dak en gevel samenkomen in één beweging aanpassen, zonder dat er een sprong in de dikte van de ondergrond ontstaat. Dat is precies waar het bij een schuurwoning om gaat: als de ondergrond op die hoek niet in één vlak doorloopt, is dat straks van buitenaf te zien, ook onder een gladde felsplaat.
Een aandachtspunt bij hout is vochtregulatie. Schuurwoningen worden vaak gebouwd met een geïsoleerde schil, en de houten ondergrond moet dan voldoende geventileerd blijven om vocht te kunnen afvoeren. Dat is verder niet iets dat de felsplaten zelf oplossen of veroorzaken, maar de manier waarop de ondergrond wordt opgebouwd, met tengels en een ventilerende laag, is bij een schuurwoning met een doorlopend vlak net iets kritischer dan bij een dak met traditionele overstekken. Er is simpelweg minder ruimte om lucht via de gootlijn te laten ontsnappen wanneer het dak zonder onderbreking in de gevel overgaat.
Bij schuurwoningen die op een stalen frame worden gezet, wat regelmatig gebeurt bij grotere agrarische schuren die tot woning worden verbouwd, worden de felsplaten met zelfborende schroeven op de stalen gordingen bevestigd. Dat is een andere aanpak dan bij hout, maar het resultaat aan de buitenzijde is hetzelfde: geen zichtbare bevestiging, de klemmen onder de fels doen het werk.
Het verschil met hout zit in de stijfheid en in de manier waarop de hoek tussen dak en gevel wordt opgelost. Een stalen frame is maatvaster dan hout: het zet minder uit onder temperatuurwisselingen en vervormt niet door vocht. Bij een schuurwoning waar de gevel rechtstreeks in het dak overloopt, is dat een voordeel voor de felsplaten zelf, want de platen zetten met ongeveer de helft van wat zink doet toch al enigszins uit en in met de temperatuur, en een stabiele ondergrond helpt om die beweging gelijkmatig te laten verlopen over de hele lengte van de plaat, van goothoogte tot aan de nok.
Waar staal minder gemakkelijk is dan hout, is bij de exacte hoek waar dak en gevel samenkomen. Stalen gordingen worden in de fabriek op maat gezaagd en gelast, en een wijziging op de bouwplaats is minder eenvoudig dan bij hout waar de timmerman nog kan bijschaven. Bij een schuurwoning met een doorlopend vlak betekent dit dat de hoek tussen dak en gevel al in de tekenfase goed moet worden bepaald. Wij denken daarin mee als de platen op tekening worden besteld, juist omdat die hoek bepaalt waar de fels van de ene plaat overgaat in die van de andere, en een verkeerde inschatting daar is achteraf lastig te herstellen.
Beton komt minder vaak voor als directe ondergrond voor felsplaten bij een schuurwoning, maar het gebeurt bij gevels die uit een betonnen wand bestaan, bijvoorbeeld bij een schuurwoning met een verhoogde plint of een gedeeltelijk verdiepte begane grond. Op beton worden de felsplaten niet rechtstreeks bevestigd; er komt altijd een houten of stalen regelwerk tussenin, dat op zijn beurt in het beton wordt verankerd. De felsplaten zelf worden dan weer op dat regelwerk vastgezet zoals bij hout of staal.
Bij een schuurwoning is dit vaak het punt waar de gevel overgaat van beton naar de houten of stalen dakconstructie erboven, precies op de plek waar het silhouet van het gebouw doorloopt van verticaal naar hellend. Die overgang in ondergrond, van beton naar hout of staal, moet in de regelwerkopbouw worden opgevangen zodat de felsplaten er in één rechte lijn overheen kunnen doorlopen. Zie het als een schuurwoning waarbij de onderste meter van de gevel in beton is gestort voor de stevigheid en vochtwering, en daarboven de houten dakconstructie begint: de platen zelf merken dat verschil niet, omdat het regelwerk de aansluiting gelijk maakt.
Bij een gewoon huis met een apart dakvlak en een gemetselde gevel eronder, is er altijd een goot of een dakrand die de twee van elkaar scheidt. Fouten in de overgang zijn daar te verstoppen achter boeidelen of een regenpijp. Bij een schuurwoning is die overgang er niet: het vlak loopt door, en dat is precies het ontwerpidee. Elke oneffenheid in de ondergrond op die plek is zichtbaar, want er is niets dat de aandacht ervan afleidt.
Dit betekent dat de keuze voor de ondergrond bij een schuurwoning niet los kan staan van de vraag hoe dak en gevel op elkaar aansluiten. Bij een houten schuurwoning is dat meestal het makkelijkst te regelen, omdat de timmerman ter plekke kan bijwerken. Bij een stalen frame moet die hoek al in de engineering goed staan. Bij een combinatie van beton en hout of staal moet het regelwerk de overgang gelijktrekken.
Er zijn situaties waarin een doorlopend vlak van felsplaten over dak en gevel bij een schuurwoning niet de aangewezen keuze is. Als de bestaande ondergrond, bijvoorbeeld bij een verbouwing van een oude schuur, op de hoek tussen dak en gevel al scheef of ongelijk is en dat niet eenvoudig te corrigeren is zonder de constructie open te breken, dan is een felsplaat die in één lijn doorloopt niet de juiste keuze. De platen leggen elke onvolkomenheid in de ondergrond bloot in plaats van hem te verbergen. In dat geval is het soms verstandiger om dak en gevel bekledingstechnisch los van elkaar te behandelen, met een aparte overgang, zelfs als dat niet het meest strakke resultaat geeft.
Als u een schuurwoning laat bouwen of verbouwen en overweegt om klikfels toe te passen, is het verstandig om de tekening van de dak- en gevelaansluiting met ons te delen voordat de ondergrond wordt aangelegd. Wij denken kosteloos mee over de maatvoering en de manier waarop hout, staal of beton op die specifieke hoek het beste wordt opgebouwd, zodat de platen straks in één rechte lijn van nok tot fundering kunnen doorlopen.