Klikzink

Felsplaten over bestaande dakpannen bij een schuur

Bij een woonhuis is overdekken van een pannendak een ingreep waar veel bij komt kijken: hogere isolatie-eisen, ventilatie-onderbrekingen, aansluitingen op dakramen en schoorstenen. Bij een schuur of bijgebouw zonder verwarming liggen die eisen veel lichter. Er is geen binnenklimaat om rekening mee te houden, geen dampopen folie die moet aansluiten op een bestaand isolatiepakket, geen stookgedrag dat condens veroorzaakt. Dat maakt overdekken bij dit soort gebouwen vaak eenvoudiger dan mensen denken, maar niet in alle gevallen mogelijk.

Waarom overdekken hier vaker kan

De reden dat overdekken bij een schuur relatief vaak een reële optie is, zit in het gewicht en de eenvoud van de kap. Een lichte houten of stalen spantconstructie zonder geïsoleerd plafond kan doorgaans het gewicht van een tweede dakbedekking aan, zeker als de bestaande pannen zelf niet worden verwijderd en er alleen een nieuwe laag overheen komt. Bij een schuur van bijvoorbeeld zes bij tien meter met een eenvoudige kap gaat het om een beperkt aantal spanten die relatief gemakkelijk te controleren zijn. Bij een woonhuis met een dakkapel, een schoorsteen en drie dakvlakken die op elkaar aansluiten is diezelfde controle een stuk arbeidsintensiever, en dat weegt vaak niet op tegen het voordeel.

Wat er in de praktijk gebeurt, is dat wij op de oude panlatten of op de bestaande pannen een nieuwe ondergrond van houten regels of damwandplaten aanbrengen, waarop de felsplaten vervolgens blind bevestigd worden met klemmen onder de fels. De platen zelf wegen ongeveer 5 kilo per vierkante meter, wat behoorlijk weinig is in vergelijking met een laag beton dakpannen die vaak tussen de 40 en 50 kilo per vierkante meter ligt. Het bijkomende gewicht van de nieuwe regels en de felsplaten samen blijft daardoor meestal ruim onder wat de oude pannenlaag zelf al wegend op de constructie drukte.

Wat de hoogte en de goot met de keuze doen

Het punt waar dit traject echt anders loopt dan bij nieuwbouw of bij een asbestsanering is de opbouwhoogte. Door de tussenlaag van regels komt het dakvlak een paar centimeter hoger te liggen dan voorheen. Bij een schuur die los op het erf staat, is dat meestal geen probleem: niemand meet het verschil met een architect na. Maar bij een aanbouw die aansluit op het hoofdgebouw, of bij een schuur die dicht tegen de erfgrens staat met een overstek die al minimaal is, telt elke centimeter.

De goot is hier vaak de bottleneck. Een bestaande hangend bevestigde goot ligt op een hoogte die is afgestemd op de oorspronkelijke pannen. Komt het dakvlak door de overdekking hoger te liggen, dan kan de waterloop naar de goot verstoord raken, of raakt de onderrand van de felplaat net niet meer boven de goot. Bij een klein bijgebouw is dit meestal met een paar centimeter op te lossen door de goot iets te verzetten of door bij de daklijst een extra strook toe te voegen, maar het is wel iets waar wij bij de eerste opname naar kijken voordat er een plaat besteld wordt. Bij een schuur met een dakhelling die al aan de lage kant is, gecombineerd met een beperkte overstek, kan dit net het verschil maken tussen wel en niet overdekken.

De volgorde van het werk

Het traject bij een schuur wijkt op een aantal punten af van hoe dit bij een woonhuis gaat. Eerst wordt gekeken of de bestaande pannen goed vastliggen en of de onderconstructie, de gordingen en panlatten, nog voldoende draagkracht heeft. Bij een schuur die twintig of dertig jaar niets aan onderhoud heeft gehad, is dit niet altijd vanzelfsprekend; verrotte panlatten onder verder prima uitziende pannen komen voor. Waar de onderconstructie in orde is, worden de pannen niet verwijderd maar blijft die liggen als basis.

Daarna komt de nieuwe regelwerkconstructie, meestal van hout, die de felsplaten gaat dragen en tegelijk de ventilerende spouw vormt tussen de oude pannen en de nieuwe plaat. Bij een schuur zonder verwarming is die spouw minder kritisch dan bij een woning, omdat er geen groot vochtoverschot van binnenuit ontsnapt, maar een minimale ventilatie tussen de lagen blijft aan te raden om vochtophoping tussen de pannen en de nieuwe plaat te voorkomen. Op deze regels komen vervolgens de felsplaten, op maat gewalst en met de kliklengte die past bij de kaplengte, blind bevestigd zodat er geen doorboringen in de plaat zelf zichtbaar zijn. Bij een houten ondergrond gebeurt die bevestiging met schroeven in de regels; bij een stalen dakconstructie, wat bij nieuwere bijgebouwen vaker voorkomt, met zelfborende schroeven.

De volgorde is dus: controleren, regelwerk aanbrengen, goot en aansluitingen herbeoordelen, platen leggen. Bij een schuur duurt dit meestal een fractie van de tijd die eenzelfde ingreep bij een woonhuis kost, simpelweg omdat er minder doorbrekingen, minder dakvlakken en geen bewoners zijn die om het werk heen moeten leven.

Waarom het beeld toch moet kloppen

Bij een schuur die los staat, is de kleurkeuze vrij. Maar bij een bijgebouw dat zichtbaar is vanaf de oprit, of dat in dezelfde bouwstijl staat als het huis waar het bij hoort, speelt het aanzien wel degelijk een rol, ook als de eisen aan isolatie en luchtdichtheid licht zijn. Een schuur met een dak in Nordic Night Black naast een hoofdhuis met een antracietkleurige kap oogt anders dan wanneer die schuur plotseling in een lichtgrijze plaat is uitgevoerd. Wij leveren de felsplaten in drie matte kleuren, Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver, met een glansgraad onder de 5, wat in de praktijk betekent dat het dak niet opvallend blinkt in de zon en qua uitstraling goed aansluit bij bestaande matte dakbedekkingen. Voor een parkbeheerder die op een terrein meerdere bijgebouwen bij elkaar heeft staan, is die eenduidigheid in kleur en glans vaak reden om voor dezelfde plaat te kiezen als bij het hoofdgebouw, ook als de schuur zelf geen verwarmingseisen heeft.

Wanneer overdekken niet de goede keuze is

Overdekken werkt niet overal. Als de bestaande pannen los liggen, gebroken zijn of als de panlatten en gordingen sporen van rot of verzakking vertonen, is het risico dat de nieuwe constructie op een verzwakte basis komt te rusten te groot. In die situatie is het verstandiger de oude bedekking te verwijderen en de felsplaten direct op een nieuwe, gecontroleerde ondergrond te leggen. Ook bij een schuurdak met een helling die al onder de zes graden ligt, is overdekken met felsplaten geen optie, simpelweg omdat de platen vanaf die hoek pas hun waterdichtheid goed kunnen waarborgen; een bijkomende laag regelwerk verandert die hoek niet in positieve zin en kan hem zelfs verder verkleinen als de goot niet meeverandert.

Een derde situatie waarin overdekken afvalt, is wanneer de goothoogte simpelweg geen ruimte meer laat. Bij een aanbouw die strak aansluit op een bestaande gevel, of bij een schuur waarvan de goot al op de wettelijke grens met de erfafscheiding zit, kan een paar centimeter extra opbouw al voor een knelpunt zorgen dat niet met een eenvoudige aanpassing te verhelpen is. In dat geval is strippen tot op de gordingen en opnieuw opbouwen vaak de nettere oplossing, ook als dat meer werk met zich meebrengt.

Wat u nu kunt doen

Heeft u een schuur of bijgebouw waarvan de pannen aan vervanging toe zijn, maar twijfelt u of overdekken kan zonder de goot te verstoren? Stuur ons een foto van de bestaande situatie en de maten van het dakvlak, dan kijken wij vrijblijvend mee of dit traject voor uw gebouw haalbaar is en welke platen op maat daarbij passen.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink