Klikzink

Dakhelling schuur of bijgebouw met felsplaten

Bij een schuur of bijgebouw krijgen we regelmatig de vraag of het dak wel schuin genoeg is voor felsplaten. Dat is een logische vraag, want deze gebouwen zijn vaak laag, klein en soms bijna plat gebouwd tegen een schutting of het hoofdhuis aan. De techniek stelt weinig eisen: klikfels kan vanaf zes graden dakhelling toegepast worden. Maar bij een schuur of bijgebouw spelen andere overwegingen een grotere rol dan bij een woonhuis, en die bepalen vaak meer dan het minimum dat technisch mogelijk is.

Waarom de ondergrens hier anders werkt

De grens van zes graden geldt voor het materiaal zelf: bij die helling voert het felssysteem regenwater voldoende snel af zolang de details goed zijn uitgevoerd. Bij een schuur of bijgebouw is dat minimum vaak wel haalbaar, omdat deze gebouwen klein zijn en de dakvlakken kort. Een kap van drie meter diep hoeft nooit veel hoogteverschil te maken om toch voldoende afwatering te krijgen. Bij een groter dakvlak, zoals op een woonhuis of een loods, telt elke graad extra veel harder door over de lengte van de plaat, en spelen we sneller tegen praktische grenzen aan van hemelwaterafvoer en oploop van sneeuw of blad bij de goot. Bij een schuur is die opgave dus lichter, wat ruimte geeft om de helling te kiezen op basis van uiterlijk in plaats van op basis van wat nog net kan.

Geen verwarming, geen belasting van binnenuit

Een schuur of bijgebouw wordt meestal niet verwarmd. Dat lijkt een detail, maar het scheelt wel iets in de afweging. In een verwarmd gebouw kan condensvorming aan de onderkant van de plaat een rol spelen bij een te vlak dak, omdat warme, vochtige binnenlucht tegen een koud dakvlak afkoelt. Bij een onverwarmde schuur is het binnenklimaat gelijk aan het buitenklimaat, waardoor dat mechanisme veel minder speelt. Dat betekent niet dat helling er niet toe doet, want regenwater moet nog steeds weg, maar het argument om vanwege het interieurklimaat wat extra helling aan te houden vervalt hier grotendeels. Wij zien daardoor bij schuren vaker een bewuste keuze voor een lage, subtiele kap dan bij een hoofdgebouw.

Waar het beeld de doorslag geeft

Bij een schuur of bijgebouw is de dakhelling in de praktijk vaak meer een esthetische vraag dan een technische. Deze bouwwerken staan bijna altijd in het zicht van het hoofdhuis, aan de rand van een tuin of erf, en moeten er wel bij passen. Heeft het hoofdhuis een fors hellend dak met dakpannen, dan oogt een compleet vlakke schuur ernaast al snel als een afwijkend bouwwerk, zelfs als dat technisch geen enkel probleem geeft. Omgekeerd geldt: bij een strak, modern hoofdhuis met een plat of licht hellend dak past een schuur met een steile kap juist niet goed in het beeld. Wij adviseren daarom regelmatig een helling die net iets hoger ligt dan het technische minimum, niet omdat het moet, maar omdat het rustiger aansluit bij de rest van het perceel. Een schuur van vier bij drie meter met een helling van twaalf tot vijftien graden oogt bijvoorbeeld als een volwaardig gebouwtje met een dak, terwijl dezelfde schuur op zes graden eerder als een afdak leest.

Een voorbeeld uit de praktijk

Bij een tuinhuis achter een jaren dertig woning met een steil pannendak kozen de eigenaren voor felsplaten in Slate Grey op een helling van achttien graden, terwijl de constructie ook bij tien graden had gekund. De reden was simpel: op de tekening oogde tien graden als een plat dak dat niet bij het hoofdhuis paste, terwijl achttien graden wel een herkenbare kapvorm gaf die als kleinere versie van het hoofddak werkte. Bij een ander project, een fietsenberging naast een strak nieuwbouwhuis met een minimale dakrand, kozen we juist voor een helling van zeven graden, net boven het technische minimum, omdat daar een nauwelijks zichtbare kap paste bij de rest van de architectuur. Beide keuzes waren functioneel probleemloos; het verschil zat volledig in wat er naast stond.

Wanneer een lage helling wel een risico wordt

Er zijn situaties waarin we een schuur of bijgebouw juist ontraden om strak op het technische minimum te bouwen. Staat het gebouwtje onder bomen, dan valt er meer blad en vuil op het dak dan op een vrijstaand dak, en bij een lage helling blijft dat vuil langer liggen omdat het water er minder snel doorheen spoelt. Ook bij een dakvlak dat breder is dan gebruikelijk voor een schuur, bijvoorbeeld een dubbele garage die eigenlijk als bijgebouw is vergund, telt de afstand tot de goot zwaarder mee en raden we aan boven het minimum te gaan zitten. En bij een schuur die tegen een hogere muur of het hoofdhuis aan gebouwd is, kan wind daar tegen het dakvlak opstuwen en water tegen de looprichting in duwen; ook dan is wat extra helling verstandiger dan het strikte minimum.

Als plat toch beter past

Soms is de conclusie dat een schuur of bijgebouw beter af is met een nagenoeg vlak dak dan met een hellend dak in felsplaten, bijvoorbeeld als het bijgebouw half verzonken staat of onder een overstek van het hoofdhuis valt waar helling optisch niet werkt. In dat geval ligt de oplossing eerder bij een andere dakbedekking die voor platte daken bedoeld is, en is klikfels niet de juiste keuze. Dat is geen tekortkoming van het materiaal, maar simpelweg een kwestie van de juiste oplossing bij de juiste situatie kiezen.

Wat u nu kunt doen

Heeft u een schuur of bijgebouw op de tekentafel en wilt u weten welke helling in uw situatie het beste werkt, stuur ons dan de maten en een schets of foto van het hoofdgebouw ernaast. Wij denken kosteloos mee over de helling, de platenmaat en de kleur, zodat het bijgebouw functioneel klopt en ook nog past bij wat er al staat.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink