Klikzink
Een schuur of bijgebouw dat in de buurt van industrie staat, krijgt een ander soort neerslag op het dak dan een schuur op een erf verder weg. Niet meer regen, maar regen met iets erin: fijnstof, roetdeeltjes, soms een chemische component afhankelijk van wat er in de omgeving geproduceerd wordt. Dat spoelt niet altijd volledig weg. Op een plat of licht hellend dakvlak, en juist een schuur heeft vaak weinig helling, blijft een deel van die neerslag liggen en droogt daar op. Over jaren bouwt zich zo een laagje op dat net iets agressiever is dan gewoon stof en bladresten.
De vraag die dat oproept is niet of het dak dit aankan, maar wat het op de lange termijn doet met de coating en de kleur. Dat is een andere vraag dan bij een schuur die los van industrie staat, en die verdient een eigen antwoord in plaats van een algemeen praatje over weersinvloeden.
De coating op klikfels felsplaten is een organische laag van 50 micrometer op verzinkt staal. Die laag is er om het zink te beschermen tegen weer en om de kleur zijn diepte te geven. Een chemisch actieve omgeving versnelt in theorie de veroudering van elke coating, van elk merk en elk systeem. In de praktijk merkt u dat het eerst aan de glans, niet aan de functie. Een mat oppervlak met een glansgraad onder de 5 heeft weinig glans om te verliezen, dus dat verval valt hier minder op dan bij een glanzende coating. Dat is een reëel voordeel bij deze ligging, niet omdat de coating onaantastbaar is, maar omdat er simpelweg minder te zien is als hij langzaam verandert.
Waar u wel op moet letten is vervuiling die blijft zitten. Een schuurdak wordt zelden gelopen en zelden nagekeken, in tegenstelling tot het dak van het hoofdgebouw ernaast dat misschien wel eens gereinigd wordt bij onderhoud aan een installatie. Bij een schuur naast een fabriek of loods is het dus niet de plaat die vraagt om iets, het is de gewoonte om er nooit naar te kijken die hier extra kan tegenwerken. Een enkele keer per jaar het dakvlak bekijken, en waar nodig een aanslag afspoelen met water, voorkomt dat een neerslaglaag zich jarenlang vastzet op één plek.
Staat de schuur op enige afstand van de bron, met een erf, een sloot of een groenstrook ertussen, dan is het effect van uitstoot op het dak vaak nauwelijks anders dan bij een schuur zonder die buurman. Uitstoot verspreidt zich, verdunt, en het is niet zo dat elk bedrijventerrein evenveel neerslag met dezelfde samenstelling geeft. Een loods met alleen opslag en transport heeft een heel ander uitstootprofiel dan een terrein met een gieterij of een verffabriek. Voor de meeste schuren naast reguliere bedrijvigheid, kantoren, magazijnen, lichte assemblage, verandert er in de praktijk weinig aan de keuze van het dak. De coating en de plaatdikte die op elke andere schuur werken, werken hier ook.
Het is dus geen kwestie van automatisch een zwaardere uitvoering kiezen omdat er industrie in de buurt staat. Dat is een aanname die niet klopt zolang u niet weet wat er precies geproduceerd wordt en hoe dicht de schuur er tegenaan staat. Bij twijfel is een gesprek met de omgevingsdienst of de buurman zelf nuttiger dan een dak overspecificeren voor een risico dat er misschien niet is.
Wat bij dit gebouwtype wel meespeelt, los van de industrie, is dat een schuur of bijgebouw doorgaans klein is, laag bij de grond staat en niet verwarmd wordt. Dat betekent geen dampdruk van binnenuit, geen grote temperatuurwisseling tussen binnen en buiten, en een kapconstructie die niet gebouwd is om veel gewicht te dragen. De opbouw onder de felsplaten kan daardoor eenvoudig blijven: een dragende ondergrond van hout of een lichte stalen constructie, eventueel een dampopen folie, en daarop de platen met klemmen onder de fels bevestigd. Er zijn geen zichtbare schroeven nodig en er is geen zwaar isolatiepakket vereist zoals bij een verwarmde ruimte.
Die eenvoud botst soms met de tweede eis die bij dit gebouwtype hoort: het beeld moet passen bij het hoofdgebouw. Een schuur naast een bedrijfshal krijgt vaak te horen dat hij "er niet uit mag springen", zowel qua kleur als qua profiel. Bij felsplaten is dat goed te regelen omdat de drie beschikbare kleuren, Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver, alle drie mat en ingetogen zijn. Een schuur die in Slate Grey wordt uitgevoerd naast een hoofdgebouw met een grijze gevelbeplating valt qua kleurtoon zelden uit de toon. Dat is anders dan bij een dakpan of golfplaat, waar de kleurkeuze beperkter is en de glans vaak hoger.
Op een klein dak, en een schuur is met de werkende breedte van 475 mm per baan vaak met een handvol platen te dekken, telt de lijnvoering ook mee voor het totaalbeeld. Doorlopende banen van nok tot goot, zonder onderbreking, geven een rustig vlak dat bij een laag gebouw met weinig hoogteverschil beter oogt dan een dak met veel korte stukken en aansluitingen. Omdat de platen op maat geleverd worden, is dat bij een schuur van vier of vijf meter dakvlak precies zo te bestellen dat er geen overlap in de lengte nodig is.
De lichte constructie van een schuur is precies waarom het gewicht van de dakbedekking meetelt, industrie of niet. Met ongeveer 5 kilo per vierkante meter belasten felsplaten een schuurdak nauwelijks, wat ruimte laat om bijvoorbeeld een lichte zonnepaneelconstructie of een dakgoot met extra capaciteit toe te voegen zonder de bestaande spanten te moeten verzwaren. Dat heeft niets met de nabijheid van industrie te maken, maar het is wel relevant omdat schuren vaak naderhand nog een functie krijgen die bij de bouw niet was voorzien, een fietsenstalling, een extra opslag, een technische ruimte voor de installatie van het hoofdgebouw.
Ook het koud vervormen van de platen, tot -15 graden, is voor een onverwarmde schuur praktisch. Er is geen risico dat de plaat bij de montage in de winter moet worden opgewarmd of dat er speciale voorzorg nodig is omdat de ruimte zelf niet verwarmd wordt. Dat scheelt in de planning van de montage, vooral bij een klein bijgebouw waar de aannemer vaak in één dag klaar wil zijn.
Als uw schuur of bijgebouw dicht bij een bedrijventerrein staat, is het zinvol om eerst te weten wat voor bedrijvigheid het precies is en hoe dicht de schuur er tegenaan staat, voordat u een dakkeuze daarop aanpast. Voor de meeste situaties is een standaard felsplaat met de gangbare coating voldoende, en is het onderhoud dat helpt vooral een jaarlijkse controle op vervuiling. Wilt u weten of uw situatie een van de gevallen is waarin het wél verschil maakt, dan denken wij op basis van de kleur en het profiel van uw hoofdgebouw graag mee over de uitvoering, zonder dat daar kosten aan verbonden zijn.