Klikzink
Bij een recreatiewoning met een klikfels-dak komt de vraag naar zonnepanelen vaak later dan bij een gewoon woonhuis. Het dak is net vervangen, of net gerenoveerd, en dan pas ontstaat de wens om ook energie op te wekken. Dat is een andere volgorde dan bij nieuwbouw, en het vraagt om een andere manier van bevestigen dan de standaard dakhaak die door de dakbedekking heen in de constructie wordt geschroefd.
Bij pannendaken en de meeste andere dakbedekkingen wordt een montagehaak door het dakvlak heen bevestigd, tot in de gordingen of spanten. Bij een klikfels-dak hoeft dat niet. De felsplaten hebben een haaks opstaande naad van 35 millimeter, en op die fels klemmen speciale montageklemmen die de panelen dragen. Er wordt niet in de plaat geboord en niet in de dakconstructie geschroefd. De bevestiging loopt volledig over de klem, die op zijn beurt de kracht verdeelt over de fels en dus over de volle lengte van de plaat.
Dat is precies waarom dit systeem past bij een recreatiewoning. Een gaaf dakvlak blijft gaaf. Er komen geen doorvoeren die op termijn een aandachtspunt worden, en er hoeft niet lokaal versterkt te worden op de plek van elke bevestiging. Bij een woning die niet permanent bewoond wordt en waar een lekkage pas bij het volgende bezoek wordt opgemerkt, is dat een reëel voordeel. Een paar maanden een nat plekje op de vlonder ontdekt niemand, een paar maanden een nat plekje op zolder wel des te minder.
Het verschil met een gewoon woonhuis zit niet in het dakmateriaal, maar in wat daaronder zit. Veel recreatiewoningen uit de jaren zestig tot tachtig zijn licht gebouwd. Dunne spanten, ruime hart-op-hart afstanden, en een dakconstructie die berekend is op de belasting van destijds: een lichte dakbedekking, wat sneeuw, wind, en verder niet veel meer. Zonnepanelen wegen niet extreem veel op zichzelf, maar ze komen er wel bovenop, en ze veranderen ook de manier waarop windbelasting op het dak grijpt.
Bij een vakantiewoning aan de Veluwe die wij eerder van felsplaten voorzagen, bleek achteraf dat de eigenaar zonnepanelen wilde laten plaatsen door een andere partij. Die partij rekende met een montagesysteem dat uitgaat van puntbelasting op enkele plekken, geconcentreerd op de plek van de haken. Bij de spantafstand van die woning kwam dat neer op een belasting die de constructeur niet zonder voorbehoud kon goedkeuren. Met de felsklem lag dat anders, omdat de belasting via de fels over de volle plaatlengte wordt verdeeld en niet op één punt in de gording terechtkomt. Dat scheelt niet in het gewicht van de panelen zelf, maar wel in hoe geconcentreerd dat gewicht op de spanten drukt.
Dit betekent niet dat elke lichte kapconstructie zonder nadenken zonnepanelen kan dragen omdat de bevestiging over de fels loopt. Het betekent dat de manier van bevestigen minder een probleem toevoegt dan een doorgeschroefde haak zou doen. Of de constructie de extra belasting in totaal kan dragen, wind incluis, blijft een vraag die per gebouw beantwoord moet worden, met de spantmaten en de dakhelling als uitgangspunt.
Bij een bestaand klikfels-dak is de volgorde meestal: eerst vaststellen welk type klem past bij de felshoogte en de plaatrichting, dan een berekening laten maken van de extra belasting op de bestaande constructie, en dan pas de panelen bestellen en plaatsen. Dat is een andere volgorde dan bij een nieuw dak, waar de klemmen en eventueel een verstevigde onderconstructie al bij de aanleg meegenomen kunnen worden.
Bij een recreatiewoning waar het dak nog gelegd moet worden, is het verstandig om de zonnepanelen meteen in het gesprek te betrekken, ook als de plaatsing pas later gebeurt. Dan kan bij het leggen van de platen al rekening gehouden worden met de looprichting en de plek van de felsen ten opzichte van de gewenste opstelling van de panelen. Wij denken daarin mee op tekening, zonder dat dit iets kost, juist omdat een goede afstemming vooraf een stuk werk bespaart bij de installatie achteraf.
Bij een dak dat er al ligt, is de eerste stap navragen bij de installateur van de zonnepanelen of hij bekend is met bevestiging op felsklemmen. Niet elke installateur werkt daarmee, en een systeem dat voor pannendaken is ontworpen, past niet zomaar op een felsdak. De klem moet aansluiten op de exact 35 millimeter hoge fels, en op de juiste plaatsen langs de plaat gepositioneerd worden.
Er zijn situaties waarin de combinatie van felsplaten en zonnepanelen op een lichte recreatiewoning geen vanzelfsprekende keuze is. Bij een zeer beperkte dakhelling, net boven de zes graden waarbij felsplaten nog toepasbaar zijn, wordt de opstelling van zonnepanelen al snel lastig, omdat er dan vaak een extra hellingshoek nodig is die met een eigen frame gerealiseerd moet worden. Dat frame brengt weer eigen bevestigingspunten met zich mee, en dan is de winst van het klemsysteem op de fels minder groot dan bij een dak met voldoende eigen helling.
Ook bij een kapconstructie die al zichtbare gebreken vertoont, zoals doorbuigende spanten of eerdere waterschade aan het houtwerk, is het verstandig om eerst de constructie op orde te brengen voordat er over zonnepanelen wordt gesproken. Een sterk dakvlak met een zwakke onderconstructie eronder wordt door zonnepanelen niet sterker, welke bevestigingsmethode er ook gebruikt wordt.
En bij een recreatiewoning die maar een deel van het jaar wordt gebruikt en waar de opbrengst van zonnepanelen vooral in de eigen stroomvoorziening wegvloeit zonder dat er een aansluiting op het net is, is het de vraag of de investering in verhouding staat tot het gebruik. Dat is geen bouwtechnische overweging, maar wel een praktische, en die weegt bij een tweede woning vaak net anders dan bij een hoofdwoning.
Heeft u een klikfels-dak op uw recreatiewoning en overweegt u zonnepanelen, dan is het verstandig om eerst te laten vaststellen of de bestaande kapconstructie de extra belasting kan dragen. Ligt het dak er nog niet, dan kunt u de wens voor zonnepanelen nu al meenemen in het gesprek over de platen, zodat de plaatrichting daarop afgestemd wordt. Neem gerust contact met ons op om mee te denken, dat kost niets en scheelt achteraf zoekwerk.