Klikzink
Een boerderij op een paar kilometer van de kust krijgt iets over zich heen dat een boerderij verder het land in niet krijgt: zout. Niet zichtbaar, niet als een korst op het dak, maar als een voortdurende, fijne belasting van de lucht die met de wind meekomt. Bij westenwind, en die waait aan de kust vaker dan elders, wordt dat zout over het dakvlak geblazen en slaat het neer op elk oppervlak dat er staat. Voor een boerderij die er al honderd jaar staat en er hopelijk nog een eeuw bij staat, is dat geen bijkomstigheid maar een van de belangrijkste dingen om over de dakbedekking te weten.
Het stalen kern van een felsplaat is beschermd door een verzinklaag en daarboven een organische coating. Bij Klikzink is dat een laag van 50 micrometer, GreenCoat Pural BT, die de zinklaag afsluit van de buitenwereld. Zout zelf tast verzinkt staal niet meteen aan; het probleem is dat zout vocht aantrekt en vasthoudt. Op een dak verder van de kust droogt een regenbui op en is het oppervlak binnen een dag weer droog. Bij zoutbelasting blijft er een dun vochtig laagje langer aanwezig, en juist die combinatie van vocht en chloride is waar coatings op getest worden en waar oudere of dunnere coatings eerder aan onderdoor gaan. De 50 micrometer coating die wij standaard leveren is niet toegevoegd omdat de norm dat vraagt voor een boerderij in het binnenland, maar omdat wij liever leveren wat ook aan de kust zijn werk doet dan twee verschillende platen op voorraad houden.
De reden dat dit bij een oude boerderij anders telt dan bij een nieuw pand, is niet de coating zelf, die is voor elk gebouw hetzelfde plaat. Het verschil zit in wat er onder de plaat ligt en wat er gebeurt als een deel van het dak toch eerder aan vervanging toe is dan gepland.
Een gebint van honderd jaar oud is gezet door mensen die met de hand zaagden en met het oog waterpasten. Er zit door de jaren bovendien verzakking in, van de fundering, van de muren, van de balken zelf. Wij hebben platen geleverd voor een stolpboerderij bij Den Helder waar het dakvlak over de lengte van veertien meter bijna vier centimeter verschilde tussen de ene en de andere kant. Felsplaten worden op maat gewalst en per project ingemeten, dus die scheefstand is te verwerken in de platlengte en de plaatsing van de klemmen. Bij een gebogen of verzakt vlak is dat precies waar de blinde bevestiging onder de fels haar waarde toont: er zitten geen schroeven door het oppervlak die op een oneffen ondergrond scheef komen te staan en daar een zwakke plek in de coating veroorzaken. Een schroef die niet haaks invalt, drukt de coating aan één kant dunner, en aan de kust is een dunne plek in de coating precies waar het zout het eerst grip krijgt.
Dit betekent dat de zoutbelasting en de scheve kap elkaar raken op een punt dat bij een recht, nieuw dak niet speelt: op een boerderij aan de kust is een verbinding die niet vlak aansluit een groter risico dan verderop in het land, omdat de tijd tot een probleem zich toont daar korter is.
Veel van deze boerderijen hebben een monumentale of beeldbepalende status, en dat brengt een andere beperking mee dan constructie alleen. Bij een rijksmonument of een pand met gemeentelijke beschermde status ligt vaak vast welke kleur en welk profiel het dak mag hebben, en soms ook welk materiaal. Aan de kust speelt dit twee kanten op. Aan de ene kant willen welstandscommissies vaak een donkere, matte kleur die aansluit bij de streek, en de kleuren Nordic Night Black en Slate Grey met een glansgraad onder de 5 vallen daar doorgaans binnen. Aan de andere kant is het juist bij een monument onwenselijk om over tien jaar het hele dak te moeten vervangen omdat de coating aan de kust sneller sleet dan verwacht: de vergunning, de steiger en het ontzien van een oud gebint zijn dan zaken die je liever niet twee keer doet.
Hier ligt het praktische advies: bij een monumentaal pand aan de kust is het juist de reden om niet te kiezen voor de dunste of goedkoopste coatinguitvoering die nog net binnen budget past, ook al is het verschil in aanschaf klein. Het gebouw zelf is de reden om voor de zwaardere uitvoering te gaan, niet de norm en niet de garantie, die wij hier niet geven, maar het feit dat een volgende renovatie op een monument een ander soort project is dan op een gewone schuur.
Zoutbelasting is geen reden om van felsplaten af te zien, maar er zijn situaties waarin het dat wel zou moeten zijn. Staat de boerderij op de eerste lijn duinen, met zeer directe windbelasting en zoutneerslag die merkbaar is op de ruiten binnen een paar dagen na een storm, dan is het verstandig om niet alleen naar de dakbedekking te kijken maar naar het hele bouwsysteem: goten, hemelwaterafvoeren en de bevestigingsmiddelen in hout of staal moeten dezelfde bestandheid hebben, anders verplaatst het probleem zich naar het onderdeel dat niet is meegenomen. Is de monumentencommissie daarnaast strikt in het voorschrijven van een authentiek materiaal zoals riet of leien, dan is een felsplaat geen optie ongeacht de zoutbelasting, en dat gesprek voert u eerst met de gemeente voordat er over het dak zelf wordt gesproken.
Is er sprake van een dakhelling onder de zes graden in combinatie met zeer zware windbelasting, dan verdient de detaillering van de overlappen extra aandacht, en soms is een andere plaatverdeling nodig dan bij een vergelijkbaar dak verder van de kust. Dat is geen reden om af te zien van felsplaten, maar wel een reden om dat gesprek te voeren voordat de platen gewalst worden.
Als u eigenaar, aannemer of architect bent van een boerderij aan de kust waar het gebint niet meer recht is en waar een monumentale status meespeelt, is het invullen van de dakopbouw op tekening de manier om erachter te komen wat op dit dak wel en niet kan. Wij denken daar kosteloos in mee, en juist bij een oneffen of beschermd dak is dat de stap die voorkomt dat er platen gewalst worden die niet passen op wat er al honderd jaar staat.