Klikzink
Een zadeldak is de eenvoudigste dakvorm die er is: twee vlakken die tegen elkaar aan hellen en samenkomen in een nok. Geen kilkepers, geen hoekpunten, geen overgangen naar een ander dakvlak. Bij een nieuw gebouw is dat een dak waar je in een middag de baanindeling op papier hebt staan. Bij een oude boerderij ligt dat anders, en dat komt niet door de vorm van het dak, maar door wat eronder zit.
De gebinteconstructie van een boerderij van een eeuw oud is met de hand opgezet, met houtverbindingen die in de loop van de tijd zijn gaan werken. De nok zakt hier een paar centimeter, verzakt daar juist niet, en de twee dakvlakken zijn zelden precies even lang of even breed. Wij krijgen regelmatig een inmeting waarbij het dakvlak aan de ene kant van de nok net andere maten heeft dan aan de andere kant, terwijl het van de grond af gezien gewoon één rechte lijn lijkt. Dat is geen fout van de constructie, dat is honderd jaar houtwerk dat beweegt.
Bij felsplaten loopt de baan het liefst van de goot tot de nok in één stuk, zonder lasnaad. Dat kan omdat we platen op maat leveren, tot acht meter lang, op de millimeter gewalst. Bij een strak nieuwbouwdak is dat een kwestie van opmeten en bestellen. Bij een boerderijdak moet je eerst weten welke maat je meet: de maat volgens de tekening, of de maat die er in werkelijkheid ligt.
We hebben dakvlakken ingemeten waar het verschil tussen de ene kant van het dak en de andere meer dan een paar centimeter was over de lengte van het vlak. Niet zichtbaar met het oog, wel merkbaar in de platen. Ga je uit van één standaardmaat voor de hele dakhelling, dan loopt de laatste baan aan de kant met de afwijking uit de fels of moet hij versneden worden. Daarom is het bij dit type dak verstandiger om de aannemer op meerdere plekken te laten inmeten, niet alleen aan het begin en het eind van het dakvlak, en om de indeling van de banen daarop af te stemmen. Soms betekent dat een middenbaan die net iets breder wordt gehouden, zodat de opvang van de kromming daar zit en niet in de banen langs de randen waar het meteen opvalt.
Ook de plaatsing van de eerste en de laatste baan verdient aandacht. Bij een boerderij lopen de gootlijnen aan weerszijden van het huis vaak niet helemaal parallel aan elkaar, zeker niet als er ooit een aanbouw is bijgeplaatst of een deel van de kap is vervangen. Een baanindeling die begint vanaf het midden van het dakvlak en symmetrisch naar beide zijden uitwaaiert, geeft meer ruimte om kleine afwijkingen aan de randen op te vangen dan een indeling die star vanaf één hoek begint.
Het dakvlak zelf is bij een zadeldak het makkelijkste deel. De nok en de randen zijn waar de details bepalen of het dak er over tien jaar nog netjes bij ligt. Bij de nok komen de platen van beide dakvlakken samen onder een nokstuk. Bij een boerderij met een verzakte noklijn is dat nokstuk niet overal even breed nodig, en moet het profiel meebewegen met de lichte glooiing van de nok zelf. Een nokstuk dat strak en recht is gemaakt op een nok die dat niet is, oogt van veraf al scheef, ook al ligt elke plaat er verder prima bij.
Aan de goot speelt iets anders. Bij veel boerderijen is de gootconstructie in de loop der jaren aangepast, verbreed, of vervangen door een ander profiel dan er oorspronkelijk zat. De felsplaat sluit daar aan op de daktrim en de gootrand, en die aansluiting moet passen op de gootconstructie zoals die er nu bij ligt, niet zoals die er ooit bedoeld was. We denken daarin mee op basis van een tekening of een inmeting ter plaatse, en dat meedenken kost niets, juist omdat dit precies het soort maatwerk is waar bij een boerderij vaak iets aan de hand is.
De overstekken aan de kopgevels zijn een derde aandachtspunt. Bij een zadeldak steken de dakvlakken aan de kopgevels vaak nog een stuk uit boven de gevel, met een windveer die het geheel afsluit. Als de kopgevel niet haaks op de dakvlakken staat, wat bij een oude boerderij regelmatig zo is, moet de windveer meebewegen met die kleine scheefstand. Dat is een detail dat je in een dagje meten en zagen kunt oplossen, maar alleen als je het vooraf hebt gezien en niet pas als de platen al liggen.
Het gaat meestal mis wanneer de inmeting is gedaan zonder rekening te houden met de bestaande scheefstand, en de platen op papier passen maar in de praktijk niet. Dan moet er op de bouwplaats versneden worden, wat bij felsplaten met een blinde bevestiging onder de fels lastiger is dan bij een dak waar je gewoon een schroef bijzet. De fels is een precieze verbinding; een plaat die te kort of te lang is bijgesneden, klikt niet meer goed vast in de volgende baan.
Een tweede bron van problemen is de aanname dat een zadeldak, omdat het maar twee vlakken heeft, ook het simpelste dak is om aan te pakken. Dat klopt voor de vorm, niet voor de onderliggende constructie. Bij een boerderij die aangemerkt is als beeldbepalend of monumentaal pand komt daar nog bij dat de zichtlijnen vanaf de weg of het erf soms leidend zijn voor hoe de baanindeling gekozen wordt, ook als een andere indeling technisch net iets makkelijker zou zijn. Een symmetrische baanindeling die vanaf de straat mooi oogt, kan betekenen dat je aan de achterkant van het dak, waar niemand kijkt, een iets minder gunstige baan accepteert.
En er zijn ook situaties waarin een zadeldak van een oude boerderij niet de eenvoudige klus is die de vorm doet vermoeden. Bij een kap die zo ver uit het lood staat dat een rechte plaat nergens meer goed aansluit, is het soms zinvoller om eerst de gebinteconstructie te laten beoordelen en zo nodig te herstellen voordat er een nieuw dak op komt. Felsplaten leggen op een constructie die duidelijk niet meer stabiel is, verhelpt het probleem niet, het verbergt het alleen tot het dak weer open moet.
Wilt u weten hoe de baanindeling op uw dakvlakken zou uitpakken, dan kunnen we op basis van een inmeting of een tekening laten zien waar de platen komen te liggen en waar de aandacht naar de randen en de nok moet gaan.