Klikzink

Kapschuur aan de kust: zoutbelasting en de coating

Bij een kapschuur langs de kust komt het gesprek meestal snel op zout terecht. Dat is logisch: chloride uit zeewater tast metaal aan, en iedereen die in de buurt woont heeft wel eens een verroeste fietsbeugel of een dof geworden hekwerk gezien. Voor een kapschuur is die aandacht terecht, maar niet compleet. De coating beschermt de plaat tegen de lucht die ertegenaan waait; de manier waarop de kap zelf is opgebouwd, bepaalt wat er aan de binnenkant van diezelfde plaat gebeurt. Bij een grote, open overspanning zonder isolatie is dat laatste vaak de vraag die het eerst tot problemen leidt.

Zout, wind en de rol van de coating

Onze felsplaten zijn opgebouwd uit verzinkt staal met een organische coating van 50 micrometer, GreenCoat Pural BT. Die coating ligt tussen het staal en de buitenlucht en is de laag die het zout te verduren krijgt. Bij een kapschuur op korte afstand van de duinen of de dijk staat die coating structureel meer onder druk dan bij een vergelijkbaar gebouw een paar kilometer landinwaarts. Vooral de windzijde van het dak, en bij een lessenaars- of zadeldak de laagste rand, vangt de meeste natte, zoute lucht. Daar zet zich het snelst een dun laagje zout af dat bij droog weer weer oplost in de volgende regen- of dauwbui, en dat proces herhaalt zich.

Dit is geen reden om een andere plaat te kiezen. Het is een reden om de coating niet als vanzelfsprekend te behandelen. Een dakvlak dat vlak bij zee ligt en weinig regen krijgt, bijvoorbeeld omdat het onder een overstek ligt of aan de lijzijde van een ander gebouw staat, spoelt zichzelf niet schoon. Zout dat blijft liggen werkt agressiever dan zout dat wordt weggespoeld. Bij zo'n kapschuur is het zinvol om het dakvlak twee, drie keer per jaar met zoet water af te spuiten, vooral na een periode van harde westenwind zonder regen. Dat is geen onderhoud aan de plaat zelf, maar aan de omstandigheden waarin die plaat moet functioneren.

De overspanning maakt condens tot hoofdvraag

Waar zoutbelasting de buitenkant van de plaat raakt, speelt bij een kapschuur meestal een ander probleem aan de binnenkant, en dat probleem is vaak groter. Een kapschuur heeft doorgaans een grote, open overspanning: geen tussenwanden, geen tussenvloer, en de gordingen liggen op ruime afstand van elkaar omdat de constructie voor opslag van machines, hooi of materiaal juist zoveel mogelijk vrije ruimte onder de kap moet bieden. Er is geen isolatie, en vaak ook geen dampopen onderdak. Dat is functioneel volledig terecht: een kapschuur hoeft niet warm te zijn, hij moet droog en toegankelijk zijn.

Maar precies die opzet, grote luchtinhoud onder een koud stalen dakvlak, is de klassieke opstelling waarin condens ontstaat. Warme, vochtige lucht die van onderaf tegen de koude plaat komt, slaat daar neer als druppels. Bij een kapschuur met vee, hooi of machines erin is er vaak meer vocht in de lucht dan je zou denken: ademende dieren, verdampend hooi, natte materialen die naar binnen worden gereden. Bij een kustlocatie komt daar de hogere relatieve luchtvochtigheid van de zeelucht zelf nog bovenop. Het resultaat is een dakvlak dat aan de buitenkant nauwelijks iets mankeert, maar aan de binnenkant drupt op de precies momenten dat je dat niet wilt: 's ochtends vroeg, bij temperatuurwisselingen, na een koude nacht.

Omdat de gordingafstand bij een kapschuur ruim is, ligt er relatief veel plaatoppervlak vrij tussen twee steunpunten. Dat betekent twee dingen voor de aanpak. Ten eerste is er voldoende ruimte om aan de onderzijde van de plaat een condensregulerende folie te toepassen, zonder dat die de doorbuiging tussen de gordingen beïnvloedt: die folie hangt tegen het staal en vangt het condensvocht op totdat het door verdamping weer kan verdwijnen. Ten tweede betekent een ruime overspanning dat de wind onder de kap goed kan rondgaan als er voldoende ventilatieopeningen zijn, in de nok en bij de gevels. Bij een kapschuur is die doorstroming makkelijker te realiseren dan bij een dichtgebouwde loods, juist omdat er geen wanden zijn die de luchtstroom blokkeren.

Waar zout en condens elkaar raken

De twee vraagstukken lijken los van elkaar te staan, maar ze raken elkaar op één punt: de gordingen en de bevestiging. Onze platen worden blind bevestigd met klemmen onder de fels, dus er zitten geen doorlopende schroefgaten in het vlak die vocht of zout naar binnen kunnen leiden. Dat is bij een kustlocatie een reëel voordeel, want een doorboorde plaat is op een zoute locatie een zwakke plek waar zowel corrosie van buiten als condensvocht van binnen samenkomen. Bij bevestiging op houten gordingen gebeurt dat met schroeven in de constructie, niet door de plaat; bij een stalen dakstructuur met zelfborende schroeven, eveneens buiten het felsvlak. Zo blijft het aantal doorbraken in de plaat zelf tot nul beperkt.

De plaat zet bovendien relatief weinig uit: ongeveer half zoveel als zink, en dat is bij een kapschuur met lange, ononderbroken banen over een grote overspanning geen overbodige marge. Temperatuurschommelingen aan de kust kunnen groter zijn dan landinwaarts, met snel wisselend weer van zee. Een plaat die minder beweegt, geeft minder spanning op de klikfels en op de bevestigingspunten, wat op lange termijn scheelt in de kans op loszittende delen langs de rand van het dakvlak, precies de plek waar zoute wind het hardst aangrijpt.

Wanneer dit niet de aangewezen oplossing is

Er zijn situaties waarin een felsplaat bij een kapschuur aan de kust niet de voor de hand liggende keuze is. Staat de schuur direct aan de branding, op de eerste duinenrij, met voortdurende zoute nevel en weinig afscherming door bebouwing of beplanting, dan is de belasting op iedere coating aanzienlijk hoger dan in een dorp of op een erf een paar honderd meter verder landinwaarts. In zo'n uiterste ligging is overleg over de detaillering en het onderhoudsritme belangrijker dan bij een doorsnee locatie, en is het verstandig dat vooraf te bespreken in plaats van na de eerste roestvlek. En als de kapschuur straks alsnog geïsoleerd en gebruikt gaat worden voor iets waar een stabiel binnenklimaat toe doet, dierenverblijf met warmte-eisen, opslag van gevoelige goederen, dan verschuift de vraag van coating en ventilatie naar een volledig ander verhaal over isolatieopbouw, en dat beoordelen we liever voordat de gordingmaat en de plaatkeuze vastliggen.

Wilt u laten kijken naar de ligging van uw kapschuur ten opzichte van de kust, de gordingafstand en de ventilatiemogelijkheden onder het dakvlak? Stuur ons een tekening of een paar foto's van de locatie, dan denken wij vrijblijvend mee over de coating en de opbouw die daar bij past.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink