Klikzink
Een kapschuur is meestal een simpel gebouw met een grote overspanning, gordingen op ruime afstanden en geen isolatie onder de dakplaat. Juist die eenvoud maakt de keuze tussen bitumen en felsplaten anders dan bij een geïsoleerde loods of een woning. Er is geen dampremmende laag die condens tegenhoudt, er is vaak geen onderconstructie die een dakbedekking extra ondersteunt, en de gebruiker staat meestal op maaiveldniveau naar het dak te kijken in plaats van er langs te lopen. Dat zijn drie factoren die bij dit gebouw net iets anders wegen dan bij de meeste andere daken.
Bitumen wordt op een kapschuur bijna altijd toegepast op een houten of plaatmatige ondergrond met een lichte helling, vaak net boven wat nog als plat dak geldt. Het is een bekende, betaalbare oplossing en de meeste dakdekkers kunnen het aanbrengen en herstellen. Felsplaten liggen op gordingen, hebben zelf voldoende stijfheid om de overspanning tussen twee gordingen te overbruggen, en werken al vanaf een helling van zes graden. Bij een kapschuur met een duidelijk hellend dakvlak is dat vaak al voldoende, bij een kapschuur die bijna vlak is gebouwd, is bitumen soms de enige praktische optie omdat de plaat dan te weinig afschot heeft om regenwater snel genoeg af te voeren.
Omdat een kapschuur meestal niet geïsoleerd is, ontbreekt de laag die bij een woning of kantoor condensvorming aan de onderkant van het dak beperkt. Bij bitumen op een gesloten houten ondergrond blijft die condens meestal onopgemerkt: het vocht slaat neer tegen de onderzijde van de bitumen laag zelf en verdwijnt niet verder de constructie in, al kan het op de lange duur wel de onderplaat aantasten. Bij felsplaten ligt dat anders. Het stalen oppervlak is een koude vlakte waar lucht met een hogere temperatuur en luchtvochtigheid tegenaan condenseert, en zonder isolatie of een geventileerde spouw druppelt dat vocht terug naar beneden, op de opslag of het gereedschap dat onder het dak staat. Dat is geen gebrek aan de plaat, het is een eigenschap van een onverwarmde metalen overkapping. Bij een kapschuur die alleen als open stalling dient, is dat vaak geen probleem: het vocht valt op de vloer of op materiaal dat toch buiten zou staan. Bij een kapschuur waar hout, hooi of gereedschap droog moet blijven, is condens wel een reden om extra aandacht te geven aan ventilatie onder het dakvlak, of om alsnog voor bitumen op een gesloten dek te kiezen, waar dat risico kleiner is.
Een kapschuur wordt zelden intensief onderhouden. Er loopt niet elke maand iemand over het dak om een kier te controleren, en een lekkage wordt vaak pas opgemerkt als het al een tijd regent. Dat maakt levensduur een andere afweging dan bij een gebouw waar iemand dagelijks aanwezig is. Bitumen heeft een beperkte levensduur en vraagt op termijn onderhoud: een nieuwe toplaag, reparatie van blaasvorming, aandacht bij overgangen en randen. Bij een kapschuur die ergens achterin een tuin of op een erf staat, wordt dat onderhoud in de praktijk nogal eens uitgesteld, tot het te laat is en het houten dek al vocht heeft opgenomen. Felsplaten hebben die onderhoudscyclus niet op dezelfde manier: de coating en het verzinkte staal zijn juist bedoeld om jarenlang zonder ingrijpen mee te gaan. Dat scheelt een gebouw waar niemand periodiek naar boven klimt.
De andere kant van die medaille is herstelbaarheid. Een bitumen dak dat lek is, is doorgaans eenvoudig te repareren: een dakdekker snijdt het beschadigde stuk uit, plakt of brandt een nieuw stuk erin, en het dak is weer dicht. Dat kan vaak met gereedschap dat op elke bouwplaats voorhanden is en zonder dat de rest van het dak eraf moet. Bij felsplaten is een gerichte lokale reparatie lastiger. De platen lopen in banen van gording tot gording of over de hele daklengte, ze zijn blind bevestigd onder de fels, en een beschadiging in het midden van een baan betekent meestal dat die hele baan vervangen wordt, niet een lapje ertussenin. Bij een kapschuur waar wel eens een ladder tegen het dak zwiept, een boom overhangt of een balk tegen het dakvlak kan stoten, is dat een reëel punt: schade is zichtbaar en blijvend tot er een nieuwe baan geplaatst wordt, in plaats van onopvallend gerepareerd.
Bij een kapschuur zijn de gordingen vaak verder uit elkaar geplaatst dan bij een woning, juist omdat het gebouw met minimale onderconstructie een grote ruimte moet overspannen. Felsplaten van 0,55 millimeter dik zijn stijf genoeg om die afstand te overbruggen zolang de gordingmaat past bij de opgegeven plaatdikte en breedte; bij een ruimere overspanning dan gebruikelijk moet dat vooraf gecontroleerd worden, anders gaat de plaat tussen de gordingen doorbuigen bij wind of een regenbui met veel water. Bitumen ligt op een aaneengesloten houten of plaatmatige ondergrond en stelt in die zin minder eisen aan de gordingafstand, omdat de druk gelijkmatig over het hele oppervlak wordt opgevangen door het dek zelf. Bij een kapschuur met een ongewoon grote overspanning tussen de spanten kan dat verschil de doorslag geven: soms is het dek met bitumen de eenvoudigere constructieve oplossing, ook als felsplaten qua uitstraling de voorkeur zouden hebben.
Een kapschuur wordt zelden van dichtbij bekeken. Vanaf de begane grond, van een erfpad of vanaf de weg, valt vooral de grote vlakke lijn van het dak op. Bitumen heeft doorgaans een egale, donkere en enigszins doffe uitstraling zonder duidelijke lijnen in het vlak. Felsplaten met hun opstaande felsnaad geven het dakvlak een duidelijke richting en structuur, ook op afstand herkenbaar als metalen dak. Voor een kapschuur bij een boerderij of op een landgoed maakt dat verschil vaak meer uit dan bij een gebouw dat achter andere bebouwing verscholen ligt: een felsplatendak in een van de matte kleuren geeft het gebouw een net iets ander karakter dan een egaal bitumen vlak, terwijl het bij een kapschuur die uit het zicht staat nauwelijks een overweging is.
Bij een kapschuur met voldoende dakhelling, een gordingmaat die bij de plaat past en een functie waarbij een beetje condens onder het dak geen probleem geeft, is een felsplatendak een logische keuze voor wie weinig onderhoud wil en een lange levensduur belangrijker vindt dan eenvoudig herstel bij toevallige schade. Bij een kapschuur met een minimale helling, een overspanning die niet zonder meer geschikt is voor een dunne stalen plaat, of een functie waarbij droge opslag onder het dak zwaarder telt dan lange levensduur, is bitumen op een gesloten dek vaak de praktischere weg. Wilt u weten welke situatie voor uw kapschuur geldt, dan denken wij op basis van een tekening of een paar foto's van de bestaande constructie kosteloos mee over welke platen passen en op welke gordingmaat gerekend moet worden.