Klikzink

Over bestaande dakpannen heen op een kantoorunit

Bij een gewoon woonhuis met een zadeldak komt de vraag om over bestaande dakpannen heen te bouwen vooral voort uit gemak: geen sloopafval, geen rommel in de tuin, sneller klaar. Bij een kantoorunit ligt er een ander probleem onder, namelijk dat het dak vlak of nagenoeg vlak is, en dat de unit een vaste fabrieksmaat heeft die niet meebeweegt met wat er bovenop komt. Dat verandert de vraag wezenlijk. Het gaat hier niet om of het mooi wordt, maar of het past.

Kantoorunits worden geleverd in vaste hoogtematen, vaak gestapeld tot twee of drie lagen, en vaak bedoeld om na een paar jaar weer te verhuizen of te verplaatsen. Een dakpannendek op zo'n unit is meestal geen traditioneel zadeldak zoals op een woonhuis, maar een lichte, vlakke of licht hellende constructie met pannen die daar destijds bovenop zijn gelegd om het geheel er wat vriendelijker uit te laten zien. Onder die pannen zit dan een panlatten- en tengelconstructie op een dakplaat, en die hele opbouw heeft al hoogte gekost voordat er ook maar iets nieuws op komt.

Waarom de hoogte hier de eerste vraag is

Bij een woonhuis is een paar centimeter extra bouwhoogte op de nok meestal geen probleem. Bij een verplaatsbare kantoorunit ligt dat anders. De unit is ontworpen binnen een tot op de centimeter vastgelegde transporthoogte, en als er meerdere units op elkaar zijn gestapeld, is de totale hoogte van het gebouw vaak al krap tegen een vergunningsgrens of een technische grens voor windbelasting aan gerekend. Een nieuwe dakopbouw over de bestaande pannen heen telt op bovenop wat er al staat: de pannen blijven liggen, de panlatten blijven liggen, en daar komt dan nog een nieuwe drager voor de felsplaten bovenop.

In de praktijk betekent dat: eerst opmeten hoeveel hoogte er nog beschikbaar is voordat de nok van het gebouw een grens raakt, en dat afzetten tegen de opbouwhoogte die nodig is om de felsplaten goed te bevestigen. Bij een enkele unit op maaiveld is dat vaak geen probleem, er is dan meestal wat marge. Bij een gestapelde unit van drie lagen, waar de bovenste laag al bijna tegen een maximum zit, kan die marge er niet zijn. Dan is over de pannen heen bouwen geen kwestie van willen, maar van niet kunnen zonder de constructie opnieuw te laten beoordelen.

Wat het met de waterafvoer en de goot doet

Het tweede punt dat bij een kantoorunit zwaarder telt dan bij een woonhuis is de goot. Een woonhuis heeft een dakrand die los van de gevel is ontworpen, met ruimte voor een nieuwe goot op de gewenste plek. Een kantoorunit heeft de goot vaak al ingebouwd in het frame van de unit zelf, op een vaste hoogte ten opzichte van de gevelplaat. Als de nieuwe dakopbouw over de bestaande pannen heen een paar centimeter hoger uitvalt, komt de nieuwe daklijn niet meer overeen met waar de goot zit. Het water krijgt dan een langere weg naar de rand te overbruggen, of de aansluiting tussen dakrand en gevel moet met een extra strip of kraal worden opgelost die er niet voor bedoeld was.

Dit speelt sterker naarmate het dak vlakker is. Bij een woonhuis met een dakhelling van dertig graden valt een paar centimeter extra opbouwhoogte nauwelijks op in het silhouet en heeft het weinig invloed op de afvoer, omdat het water toch al snel wegloopt. Bij een kantoorunit met een dak dat net de minimale helling van zes graden haalt, of daar net onder zit, telt elke centimeter mee. Een nieuwe drager over de oude pannen heen verandert het afschot net genoeg om een rand te krijgen waar water blijft staan, vooral bij de aansluiting op de goot en bij de hoeken waar de unit tegen een volgende unit aan geplaatst is.

Hoe het werk in de praktijk loopt

Als de hoogte en de goot geen belemmering vormen, is de volgorde van werken bij een kantoorunit anders dan bij een woonhuis. Bij een woonhuis wordt vaak een nieuwe panlattenconstructie op de bestaande pannen gemaakt, en daarop een dakplaat waarop de felsplaten komen. Bij een kantoorunit is de ondergrond vaak een lichte stalen dakplaat waarop de oude pannen direct of via een dunne regelconstructie liggen. Daar een nieuwe drager op bevestigen vraagt om zelfborende schroeven in staal, niet om houtschroeven zoals bij een houten dakbeschot. Dat is een detail dat op tekening moet staan voordat er iemand op het dak klimt, want de verkeerde bevestiging op een dunne stalen plaat houdt simpelweg niet.

Omdat de felsplaten op maat gewalst worden, van 450 tot 8000 millimeter op de millimeter nauwkeurig, is het ook praktisch om eerst de werkelijke maat van het bestaande dakvlak in te meten, inclusief de opbouw die er nu al ligt, in plaats van uit te gaan van de oorspronkelijke tekening van de unit. Bij verplaatsbare kantoorunits is het namelijk niet ongewoon dat er in de loop der jaren al een keer een reparatie op het dak heeft plaatsgevonden, met een lichte verspringing in het vlak als gevolg. Wij denken in die fase kosteloos mee op tekening, juist omdat een foutieve maatvoering hier niet met een extra plaat op te lossen is zoals bij een golfplatendak, maar om een nieuwe bestelling vraagt.

De felsplaten zelf zijn met ongeveer vijf kilo per vierkante meter een relatief licht materiaal, en dat is voor een lichte stalen constructie als een kantoorunit een reƫel voordeel: het voegt weinig extra belasting toe aan een frame dat al berekend is op transport en stapeling, niet op een zwaar dakpakket. Dat neemt niet weg dat de bestaande pannen en hun onderconstructie er nog steeds bovenop liggen, en dat gewicht is er al, of het nu gezien wordt of niet.

Wanneer dit niet de goede oplossing is

Als de unit al aan de bovengrens van zijn toegestane hoogte zit, of als er een volgende laag units bovenop gepland staat, is over de bestaande pannen heen bouwen geen praktische route. In dat geval is het verstandiger de pannen en hun drager te verwijderen en de felsplaten rechtstreeks op een nieuwe, lage drager te leggen, zodat de opgebouwde hoogte beperkt blijft tot wat er werkelijk nodig is. Ook als de bestaande pannenconstructie al sporen van verzakking of vochtschade vertoont, is doorbouwen geen oplossing: een nieuwe laag daarboven verbergt het probleem dan alleen maar, terwijl de kantoorunit vaak toch al bedoeld is om op termijn te verplaatsen, en een verzwakte onderconstructie dat verplaatsen niet makkelijker maakt.

Wilt u weten of uw kantoorunit voldoende hoogtemarge heeft voor deze aanpak? Neem de bouwtekening en de huidige dakopbouw erbij en leg die naast elkaar, dan kunnen wij op basis daarvan aangeven of over de bestaande pannen heen werken hier haalbaar is, of dat afbreken de nette weg is.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink