Klikzink
Een kantoorunit staat er meestal niet voor de eeuwigheid, en dat zie je terug aan het dak. De oude bedekking, vaak bitumen of een gladde kunststofbaan, is na een aantal jaren aan vervanging toe terwijl de rest van de unit nog jaren meegaat. Wij vervangen dan alleen de dakbedekking, niet de unit zelf, en dat is precies waar de planning om draait: het gebouw moet in gebruik blijven en het dak moet binnen een paar dagen weer dicht zijn.
Voordat er iets nieuws op kan, moet de oude bedekking eraf. Bij een kantoorunit is dat meestal een dunne laag op een stalen of houten plaatvloer, zonder de opbouw van isolatie en ballast die je bij een regulier plat dak op een gebouw ziet. Het verwijderen gaat daardoor sneller dan bij een woonhuis, maar de plaat die overblijft moet wel goed beoordeeld worden. Unitdaken staan vaak jarenlang bloot aan stilstaand water bij minimaal afschot, en dat laat sporen na: roestplekken op stalen dekplaten, verzakte plekken in de ondersteuning, of een plaatvloer die op de randen na is doorgezakt. Wat wij hier vaststellen bepaalt of we direct door kunnen naar de nieuwe bedekking, of dat er eerst een stuk plaatvloer vervangen of bijgelegd moet worden. Dat laatste kost een dag extra, maar is verstandiger dan felsplaten leggen op een ondergrond die niet vlak genoeg is om de klemmen goed te laten aansluiten.
Bij een unit die op stalen dwarsbalken rust met een houten plaatvloer erop, komen we vocht tegen dat via kleine gaten in de oude bedekking is binnengedrongen. De platen bevestigen we dan met schroeven in plaats van klemmen op een ondergrond die zelf nog draagkracht genoeg heeft, maar plaatselijk vervangen dat wel eerst nodig is. Dat soort werk plannen we in dezelfde week in, zodat het dak niet een weekend open blijft liggen.
Het verschil met een woonhuis zit voor een groot deel in de maatvoering. Een kantoorunit is geen gebouw dat op de bouwplaats is opgetrokken naar de wensen van de architect, maar een fabrieksproduct met een vaste breedte, vaak rond de drie meter, en een lengte in stappen van anderhalve meter. Het dakvlak is daardoor kleiner en regelmatiger dan bij een woonhuis, zonder dakkapel, schoorsteen of hoekkeper om rekening mee te houden. Voor het dakwerk is dat een voordeel: we kunnen de platen op de millimeter laten walsen op de exacte maat van het dakvlak, van gevel tot gevel in één baan, zonder overlap in de lengte. Bij een woonhuis moet je vaak werken met de lengte die de fabriek toevallig levert en een overlap inpassen; bij een unit hoeft dat niet, omdat wij de plaat precies op de maat van die ene unit laten maken.
Dat klinkt als een klein verschil, maar het scheelt in de uitvoering wel een dag. Geen overlapnaden betekent minder felswerk op het dak zelf, en dat is precies waar je bij een strak tijdschema behoefte aan hebt. Bij een dubbele of gestapelde unit, waarbij twee losse cellen naast of op elkaar staan, lopen we wel tegen een naad aan op de plek waar de units aansluiten. Die naad zetten we standaard af met een aparte overgangsprofiel, en daar moet in de planning rekening mee gehouden worden: dat detail bepalen we voordat de platen gewalst worden, niet erna.
Omdat een kantoorunit meestal in gebruik blijft tijdens de werkzaamheden, plannen we het verwijderen van de oude laag en het aanbrengen van de nieuwe felsplaten zo dicht mogelijk op elkaar. In de praktijk betekent dat: op maandag de oude bedekking eraf en de ondergrond keuren, op dinsdag eventueel plaatwerk herstellen, en vanaf woensdag de nieuwe platen erop. Bij een enkele unit met een rechttoe rechtaan dakvlak is het dak vaak binnen drie werkdagen weer dicht. Bij een gestapelde unit met meerdere vlakken en een overgangsdetail loopt dat op naar een week.
Wat deze planning kwetsbaar maakt, is het weer. Een lessenaarsdak of plat dak met licht afschot ligt tijdens de vervanging een tijd open, en bij een voorspelde regenperiode schuiven we het moment van blootleggen naar achteren totdat de nieuwe platen er ook echt op kunnen. Bij een kantoorunit die in gebruik is, met apparatuur en dossiers binnen, is een dag uitstel verstandiger dan een nacht met een zeil dat het niet houdt.
Bij een unit die op korte termijn verplaatst of afgevoerd wordt, is een volledige vervanging met felsplaten vaak niet de moeite. De levensduur van de nieuwe bedekking overtreft dan ruimschoots de resterende levensduur van de unit op die locatie, en een tijdelijke reparatie van de bestaande laag is dan verstandiger. Ook bij een unit die binnen een jaar weer verplaatst wordt, adviseren wij vaak om te wachten tot de unit op zijn definitieve plek staat: het dak van een verplaatsbare unit ondervindt tijdens transport belasting die je liever niet op een net vernieuwd felsdak zet.
Een andere situatie waarin we terughoudend zijn, is een dakvlak dat structureel te weinig afschot heeft om water goed af te voeren, ook na herstel van de plaatvloer. Felsplaten voeren water via de banen af, maar hebben daarvoor wel een minimale helling nodig. Is die er niet en is de constructie niet aan te passen, dan is een aaneengesloten kunststof of bitumen laag met opstaande randen soms de praktischere oplossing, ondanks dat die vaker onderhoud vraagt.
Wilt u weten hoe lang de vervanging van uw kantoorunit gaat duren en of de bestaande ondergrond geschikt is voor felsplaten, stuur ons dan een foto van het huidige dak en de maten van de unit. Wij denken kosteloos mee op tekening en geven aan waar de planning op dat specifieke dak van afhangt.