Klikzink
Een kantoorunit die nog gebouwd moet worden, is een ander verhaal dan een dak dat vervangen wordt op een bestaand pand. Bij nieuwbouw ligt er nog geen dakvlak dat u moet passen; er ligt een tekening, en die tekening is nog te veranderen. Dat is precies het verschil dat deze pagina behandelt: wat het voor de felsplaten betekent dat de unit zelf nog niet vastligt, en in welke volgorde dat werk dan loopt.
Een kantoorunit is meestal een verplaatsbare of gestapelde constructie, opgebouwd uit één of meer modules met een vlak of licht hellend dak. De maat van die modules komt uit de fabriek: een breedte van rond de drie meter is gangbaar, een lengte van zes tot twaalf meter evenzo, en bij stapeling komt daar een verdieping bovenop. Bij een gewoon woonhuis is het dakvlak een gegeven; de kap staat er al, en de platen worden daarop aangepast. Bij een kantoorunit is die volgorde vaak om te draaien. Omdat de indeling nog open ligt, kan de lengte van de dakvlakken worden afgestemd op de plaatbreedte in plaats van andersom.
Onze felsplaten zijn leverbaar van 450 tot 8000 millimeter, op de millimeter nauwkeurig, bij een vaste werkende breedte van 475 millimeter. Dat is ruim genoeg om een dakvlak van bijna elke unit in één baan te overspannen, van dakrand tot dakrand, zonder overlap in de lengte. Bij een bestaand gebouw is dat een gelukkige bijkomstigheid als het past, en behelpen als het niet past. Bij nieuwbouw is het een keuze die u vooraf kunt maken.
Stel dat een architect een kantoorunit ontwerpt van 3,20 meter breed en 9,60 meter lang, met een plat dak en een dakrand rondom van tien centimeter. Wordt de lengterichting van de banen gekozen langs de korte zijde, dan is elke baan ruim 3,4 meter en past het dakvlak op de fabrieksmaat zonder rekenwerk achteraf. Wordt er gekozen voor de lange zijde, dan wordt elke baan bijna tien meter, wat nog steeds binnen de leverbare lengte valt, maar wel meer materiaal en een andere aansluiting aan de kopgevel vraagt. Geen van beide is fout; het punt is dat deze keuze nu nog vrij is, en na de bouw niet meer.
Dit is ook waar het meedenken op tekening zijn nut bewijst. Als de tekening van de unit bij ons binnenkomt voordat de vloer gestort is, kunnen wij de plaatindeling laten aansluiten op de kolomafstand, de locatie van doorvoeren voor installaties en de plek waar een dakrand een hoek maakt. Dat meedenken kost niets en scheelt op de bouwplaats een hoop passen en meten dat anders ter plekke moet gebeuren.
Bij nieuwbouw van een kantoorunit loopt het traject net iets anders dan bij een dakvervanging. Eerst staat de casco-tekening vast, met de definitieve buitenmaten van de unit en de plaats van doorvoeren, hemelwaterafvoeren en eventuele dakranden of opstanden. Die tekening gaat naar ons toe, en daar bepalen wij de platindeling: hoeveel banen, welke lengte, waar de fels valt ten opzichte van een doorvoer of een hoek. Vervolgens worden de platen op maat gewalst en geleverd, afgestemd op de bouwplanning van de unit.
Op de bouwplaats zelf worden de platen blind bevestigd met klemmen onder de fels, op de houten of stalen ondergrond van de unit. Bij een houten dakbeschot gaat dat met schroeven, bij een stalen drager met zelfborende schroeven. Er komen geen schroeven door het zicht van de plaat, wat bij een kantoorunit prettig is omdat het dak vaak van de grond af zichtbaar is, zeker bij een enkele bouwlaag.
Een praktisch punt bij verplaatsbare units is het transport. Een unit die per as vervoerd wordt naar de definitieve locatie, moet onderweg tegen wind en schudden bestand zijn. Felsplaten die al op de fabrieksmaat gewalst zijn en op de fels vastklikken, geven daarbij weinig aanleiding tot loszitten, omdat er geen los bevestigingsmateriaal aan de buitenkant zit dat kan gaan trillen. Bij een gestapelde unit die op locatie in elkaar wordt gezet, speelt dit niet, maar dan telt weer de precisie waarmee de dakdelen van de losse modules op elkaar aansluiten.
Vanaf zes graden dakhelling is de plaat toepasbaar, wat een kantoorunit met een lichte afschotrichting geen probleem maakt. Bij een volledig vlak dak zonder enig afschot ligt de zaak anders, en dat is precies het punt waarop dit niet de vanzelfsprekende keuze is.
Als de unit al besteld is bij een leverancier met een eigen standaard dakafwerking, is er weinig ruimte meer om de plaatindeling nog te laten meebepalen. Dan komt de felsplaat op een dakvlak te liggen dat al vastligt, en wordt dit verhaal identiek aan dat van een bestaand gebouw: passen op wat er is, niet meer sturen op wat er komt. Dat is op zichzelf geen probleem, maar het voordeel van de vrije maatvoering waar deze pagina over gaat, is er dan niet meer.
Ook bij een tijdelijke unit die voor een periode van enkele maanden wordt geplaatst, bijvoorbeeld als noodhuisvesting tijdens een verbouwing elders, is de investering in op maat gewalste felsplaten vaak niet in verhouding tot de gebruiksduur. Daar ligt een lichter dakpakket meer voor de hand, en komt de vraag naar duurzame afwerking pas aan de orde als de unit een permanente bestemming krijgt.
En bij een dak dat volledig vlak wordt uitgevoerd, zonder enig afschot, is een felsdak niet de eerste keuze. De platen zijn gemaakt om water snel af te voeren over een hellend vlak; zonder enige helling blijft er water op het dak staan, ongeacht het aantal banen of de kwaliteit van de fels. Dan ligt een dakbedekking die voor vlakke daken ontworpen is meer voor de hand, en is felsplaat pas weer aan de orde zodra er alsnog een lichte afschotrichting in het ontwerp wordt meegenomen.
Als de unit nog op de tekentafel ligt, is dit het moment om de plaatindeling mee te laten wegen in de definitieve maatvoering. Stuur de tekening van de casco-unit naar ons toe, met de beoogde afschotrichting en de plaats van doorvoeren, en wij denken mee over de indeling van de banen voordat er iets gewalst wordt.