Klikzink
Bij een dakkapel is de ondergrond onder de felsplaten meestal snel te achterhalen: het is de constructie waarop de dakkapel destijds is opgebouwd. Bij een bestaande dakkapel is dat vaak een houten dakbeschot, soms met een laag OSB of multiplex erover. Bij nieuwbouw of bij een dakkapel die in de fabriek is gemaakt, zien we ook stalen dakkapellen met een dun stalen vlak als ondergrond, en op enkele plekken een dakkapel met een betonnen of gemetselde borstwering waarop een plat dakvlak aansluit. Die drie ondergronden vragen elk een andere manier van bevestigen, en bij een dakkapel speelt daarbij iets wat op een groot dakvlak veel minder opvalt: het vlak is klein, en elke beslissing over de bevestiging werkt meteen door in hoe de banen op dat vlak vallen.
Op een houten dakbeschot bevestigen we de felsplaten met schroeven, verwerkt onder de klemmen die onder de fels vallen. Er zijn geen zichtbare schroeven in het vlak, alles zit verscholen onder de opstaande naad. Bij hout is de conditie van het beschot belangrijker dan het materiaal zelf. Op een dakkapel van dertig jaar oud vinden we soms plekken waar het hout is aangetast door een lekkage die er al langer zat, vaak juist rond de hoeken waar het dakkapelvlak overgaat in de zijwanden. Daar heeft een schroef geen goede houvast meer, en dat merk je niet aan de buitenkant totdat er weer wind op staat. Bij een dakkapel van enkele vierkante meters is er weinig ruimte om zo'n zwakke plek te compenseren met een extra bevestiging verderop; het vlak is te klein om fouten te verdelen. Daarom raden we aan om bij een ouder dakbeschot eerst te laten kijken of het hout nog voldoende draagt, voordat er een nieuwe laag overheen gaat.
Bij een stalen ondergrond, wat je aantreft bij een aantal fabrieksmatig gemaakte dakkapellen, gebruiken we zelfborende schroeven in plaats van de schroeven die op hout gaan. De bevestiging zelf is net zo onzichtbaar, want ook hier vallen de schroeven onder de klemmen en de fels. Het verschil met hout zit niet in het aanzicht na montage, maar in de voorbereiding: op staal moet de schroef precies haaks aangezet worden om goed te grijpen, en dat vraagt op een klein, vaak schuin vlak net iets meer aandacht dan op een groot horizontaal dakvlak waar je makkelijker rechtop kunt staan. Bij een dakkapel werken we vaak op een steiger of ladder, in een hoek die niet altijd ideaal is. Dat is geen bezwaar tegen staal als ondergrond, maar het is wel de reden dat we bij een stalen dakkapel altijd van tevoren kijken hoe het vlak bereikbaar is, zodat de montage niet improviserend hoeft te gebeuren.
Sommige dakkapellen hebben een plat dakdeel dat aansluit op een gemetselde of betonnen borstwering, bijvoorbeeld bij een dakkapel die half is opgetrokken in metselwerk met daarboven een plat dak. Op het beton of het metselwerk zelf bevestigen we geen felsplaten direct; daar komt eerst een houten regelwerk of een ondersteunende constructie op, en op dat regelwerk worden de platen vervolgens net als op een houten beschot met schroeven vastgezet. De ondergrond is dus feitelijk altijd hout of staal op het moment dat de felsplaten erop komen; beton en metselwerk zijn de laag daaronder die bepaalt of er een tussenconstructie nodig is. Bij een dakkapel met zo'n opzet kijken we daarom niet alleen naar het platte dakvlak, maar ook naar hoe de aansluiting op het metselwerk is opgebouwd, omdat daar vaak de kwetsbare plek zit voor vocht.
Dit is waar een dakkapel echt anders is dan een groot dakvlak. Bij een schuur of een loods van dertig meter lang valt een baan van 475 millimeter breed makkelijk in het geheel op te nemen zonder dat je het verschil ziet tussen een volle baan en een halve baan aan de rand. Bij een dakkapel van bijvoorbeeld twee meter breed is dat een heel andere rekensom. Twee meter gedeeld door 475 millimeter komt niet precies uit op een heel aantal banen, en dat betekent dat er aan één kant, of aan beide kanten symmetrisch, een smallere baan komt. Op een klein vlak dat van de straat af goed zichtbaar is, valt zo'n asymmetrie meteen op. Daarom bepalen we de indeling van de banen altijd voordat we de platen laten walsen, en niet pas op de bouwplaats.
De ondergrond speelt hierin mee omdat de bevestigingspunten op vaste afstanden moeten liggen, en die afstanden zijn niet helemaal vrij te kiezen als het hout op een bepaalde plek al is aangetast, of als de stalen ondergrond op een specifieke plaats een las of een verstijving heeft waar je niet doorheen wilt schroeven. Bij een houten beschot met een zwakke plek in het midden van het vlak schuiven we de baanindeling liever een paar centimeter op, zodat de bevestiging op een deugdelijk stuk hout terechtkomt, ook als dat betekent dat de platen aan de zijkanten net iets anders uitkomen dan aanvankelijk gepland. Bij een stalen ondergrond is er meestal minder van dit soort verrassingen, omdat het vlak gelijkmatiger is opgebouwd, maar ook daar kijken we naar waar de ondersteunende profielen onder het stalen vlak precies liggen voordat we de indeling vastleggen.
Omdat felsplaten op maat gewalst worden tot op de millimeter, kunnen we de breedte van de platen aanpassen aan het werkelijke vlak, in plaats van andersom. Bij een dakkapel van twee meter en tien centimeter breed kan de baanindeling zo worden gekozen dat er geen smalle reststrook aan een van de zijkanten overblijft, maar dat het middenpunt van het vlak samenvalt met een naad, of juist met het midden van een baan, afhankelijk van wat er strak uitziet gezien de vorm van de dakkapel. Die keuze maken we aan de hand van een opmeting op locatie of aan de hand van een tekening, en dat meedenken op tekening kost niets.
Als u weet of de bestaande dakkapel een houten of stalen ondergrond heeft, en hoe breed en hoe hoog het vlak precies is, kunnen we op basis daarvan een baanindeling voorstellen die op dat specifieke vlak symmetrisch uitkomt. Twijfelt u over de staat van het hout onder de huidige bedekking, dan is het verstandig dat eerst te laten beoordelen voordat er nieuwe platen op komen. Neem contact met ons op met de afmetingen of een foto van de dakkapel, dan denken we mee over de indeling en de bevestiging die bij uw situatie past.