Klikzink

Felsplaten dakkapel: condens en ventilatie

Een dakkapel is een klein, geïsoleerd doosje dat boven op een groter, vaak veel minder goed geïsoleerd dakvlak staat. Dat maakt het gevoelig voor condensvorming op een manier die bij een groot dakvlak minder speelt. In dit stuk gaat het niet over welke platen we leveren of hoe de baanindeling eruit ziet, maar over die ene vraag: waar komt het vocht vandaan, en hoe zorgt de opbouw eronder dat het weer weg kan.

Waar het vocht vandaan komt

In een bewoonde ruimte onder een dakkapel, een slaapkamer, een zolderkamer, een kantoortje, wordt voortdurend waterdamp geproduceerd. Ademen, douchen, koken, zelfs planten geven vocht af. Die damp trekt door kieren, door naden in de afwerking en soms gewoon door het isolatiemateriaal heen naar boven. Bij een groot dakvlak verspreidt zich dat over een fors oppervlak en is er meestal een goed doorgerekende dakopbouw met voldoende luchtspouw. Bij een dakkapel is het volume klein, de opbouw vaak dunner dan je zou willen omdat er nu eenmaal weinig ruimte is tussen binnenafwerking en buitenplaat, en de temperatuurwisseling tussen binnen en buiten groter naar verhouding. Het gevolg: waterdamp die de koude onderkant van de dakplaat bereikt, condenseert daar tot vocht. Dat vocht moet twee dingen kunnen: niet in het isolatiemateriaal blijven zitten, en de kans krijgen om weer te verdampen en af te voeren.

De rol van de luchtspouw onder de plaat

Onder de felsplaten hoort een spouw te zitten waar lucht doorheen kan bewegen, van onder bij de dakvoet naar boven bij de nok of de aansluiting op het hoofddak. Die spouw doet twee dingen. Ze zorgt dat eventueel condensvocht dat zich aan de onderkant van de plaat vormt, kan verdampen en afgevoerd worden voordat het isolatie of houtwerk beschadigt. En ze houdt de temperatuur van de plaat dichter bij de buitenlucht, waardoor er aan de onderkant van het staal juist minder condens ontstaat dan wanneer de plaat direct op een dicht, vochtig pakket zou liggen. Bij een dakkapel is die spouw vaak nauwelijks een paar centimeter, simpelweg omdat de opbouw van binnenafwerking tot buitenplaat al smal is door de beperkte constructiehoogte. Dat is precies waarom bij dit gebouwtype de ventilatie-inlaten en -uitlaten zorgvuldiger gepland moeten worden dan bij een groot dakvlak waar een ruimere spouw meer speling geeft.

Wat een dakkapel anders maakt dan een groot dakvlak

Bij een groot schuin dak is er vaak lengte genoeg om de lucht in de spouw goed op gang te laten komen: instroom bij de gootrand, uitstroom bij de nok, en een flink stuk daartussen waar de lucht kan opwarmen en stijgen. Een dakkapel heeft die lengte niet. Het dakvlak is vaak niet meer dan een paar meter, soms nog korter bij een smalle kapel. Daardoor is er weinig ruimte om drukverschil op te bouwen dat de lucht door de spouw laat bewegen. Als de open inlaat aan de voet van de dakkapel te klein is, of als de uitlaat bij de nok of bij de aansluiting op het hoofddak wordt dichtgezet door een verkeerd geplaatste daktrim, staat de lucht in de spouw praktisch stil. Dan verdampt condensvocht nauwelijks en verzamelt het zich juist op de plek waar je het niet wilt: tegen de onderzijde van de plaat en tegen het isolatiemateriaal aan.

De symmetrie van de baanindeling en wat dat met vocht te maken heeft

Bij een dakkapel van enkele vierkante meters is de neiging vaak om de platen zo te verdelen dat het beeld symmetrisch uitkomt: gelijke banen aan beide zijden van het midden, een nette overgang bij de dakranden. Dat is op zichzelf een keuze die met uitstraling te maken heeft, maar ze raakt ook de ventilatie. Elke fels tussen twee platen ligt namelijk boven de spouw, en de plek waar de randen van de platen aansluiten op de daktrim aan de voet en aan de nok bepaalt mee hoe de lucht daaronder in en uit kan. Wanneer de indeling zo wordt gekozen dat een volle baan precies in het midden komt en twee smallere reststroken aan de zijkanten, kan het gebeuren dat de detaillering van de trim ter plaatse van die smalle stroken minder ruimte overlaat voor een goede ventilatieopening dan bij de volle baan. Bij een groot dakvlak valt zoiets weg in de lengte van het geheel; bij een dakkapel van een paar vierkante meter is elke centimeter randdetail relevant voor hoeveel lucht er onderdoor kan.

Om die reden bekijken we bij een dakkapel de baanindeling niet los van de ventilatie-uitvoering. Een symmetrische indeling is prima te maken, platen zijn op de millimeter leverbaar dus een middenbaan en twee gelijke buitenbanen zijn geen probleem qua materiaal. Maar de trim aan de dakvoet en bij de nok moet vervolgens over de volle breedte van het dakvlak dezelfde vrije doorgang bieden, ongeacht of daaronder een volle baan of een smallere reststrook ligt. Wordt dat niet vooraf op tekening bekeken, dan loop je het risico dat de mooiste, meest symmetrische indeling net op de plek waar het vocht weg moet een detail oplevert dat de doorgang vernauwt.

Wanneer dit wél en niet de kern van het probleem is

Niet elke klacht over vocht bij een dakkapel komt door de spouw of de baanindeling. Als er water binnendringt via een lekkende voeg of een verkeerd aangesloten loodslabbe, is dat een ander probleem dan condens uit de eigen leefruimte. Ook een slecht werkende dampremmende laag aan de binnenzijde, of helemaal geen dampremmende laag, kan evenveel of meer vocht opleveren dan een te smalle spouw. In die gevallen helpt een betere ventilatie onder de plaat niet genoeg: dan moet eerst binnen, bij de afwerking van het plafond en de wanden van de dakkapel, iets gebeuren. Wij kijken daarom altijd naar het geheel voordat we een uitspraak doen over wat er bij de nieuwe dakbedekking moet veranderen. Soms is de conclusie dat de bestaande spouwbreedte en ventilatieopeningen prima zijn en dat alleen de nieuwe plaat en trim eroverheen moeten; soms is de conclusie dat er eerst iets aan de opbouw zelf moet gebeuren voordat het zin heeft om nieuwe felsplaten te leggen.

Wat u kunt doen

Als u een dakkapel laat herdekken met felsplaten en de nieuwe indeling symmetrisch wilt laten uitkomen, is het verstandig om vooraf op tekening te laten zien hoe de baanindeling samenvalt met de ventilatie-inlaten en -uitlaten bij dakvoet en nok. Dat meedenken op tekening kost niets en voorkomt dat een mooi, symmetrisch dakvlak achteraf een detail blijkt te hebben dat de luchtstroom onder de plaat beperkt. Heeft u twijfels over de huidige spouwbreedte of over waar het vocht in uw dakkapel precies vandaan komt, dan is dat een vraag die uw dakdekker of aannemer samen met ons het beste vooraf kan uitzoeken, voordat de nieuwe platen besteld worden.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink