Klikzink
Een gebogen dakvlak op een woonboerderij is meestal geen toeval maar een gevolg van de bouwgeschiedenis. De kap is in de loop van de tijd verzakt, uitgebreid, of hij is destijds bewust rond gebouwd om aan te sluiten op een rietgedekt gedeelte. Wie voor zo'n dak felsplaten overweegt, stelt eigenlijk twee vragen tegelijk: volgt de plaat de bocht, en hoe sluit die plaat aan op het materiaal dat op het dak blijft liggen. Beide vragen hangen samen, want de kromming bepaalt de baanindeling en de baanindeling bepaalt weer waar de overgang naar riet of pannen valt.
Klikfels felsplaten zijn koud vouwbaar en volgen een ronding tot op de millimeter besteld, maar dat geldt niet voor elke straal. Bij een flauwe welving, zoals je die ziet bij een boerderijkap die in de loop der jaren een beetje is doorgezakt, is er weinig aan de hand: de baan buigt mee zonder dat er iets bijzonders gebeurt op de fabriek. Bij een uitgesproken ronde kap, zoals bij een mansardekap met een sterk gebogen onderste vlak, wordt de straal kleiner en moet de plaat op de wals specifiek voor die kromming worden gezet. Hoe kleiner de straal, hoe belangrijker het is dat wij de exacte maten van het dakvlak hebben voordat de platen gewalst worden. Een plaat die voor een te grote straal is gemaakt, gaat op het dak golven; een plaat voor een te kleine straal laat zich niet meer plat leggen op het rechte deel waar de bocht overgaat in een vlak dakvlak. Dat overgangspunt, waar krom in recht verandert, is op tekening vaak lastiger te bepalen dan het lijkt, en het is de plek waarnaar wij het eerst vragen als een architect of aannemer met een gebogen boerderijdak belt.
Bij een recht dakvlak leg je de banen meestal evenwijdig aan de goot en bepaalt de lengte van het dakvlak de lengte van de plaat. Bij een gebogen vlak werkt dat anders. De banen lopen nog steeds van goot naar nok, maar omdat het vlak rondt, verschilt de werkelijke lengte van elke baan een beetje van de baan ernaast, ook al is de werkende breedte overal 475 mm. Op een lang gebogen dakvlak van een woonboerderij, waar de kap makkelijk twintig meter kan lopen, loont het om het vlak in te delen op basis van een paar referentiepunten in de bocht in plaats van te rekenen vanaf één kant. Doe je dat niet, dan loopt de fels aan het eind van het dak net niet meer haaks op de goot, en dat zie je goed op een dak dat toch al een organische vorm heeft. Wij delen dat vlak liever samen met de aannemer in aan de hand van een paar gemeten dwarssneden van de kap, zeker als het gebogen deel overgaat in een recht stuk boven de aanbouw of de stal.
Het kenmerkende van een woonboerderij met een gebogen dak is dat het gebogen deel zelden het hele dak beslaat. Vaak is het de voorkant, de kop van de boerderij, die rond is uitgevoerd, terwijl de rest van het dakvlak recht doorloopt in riet of pannen. Of andersom: het rietgedekte deel zit precies op het punt waar de bocht het sterkst is, omdat riet zich nu eenmaal makkelijker om een ronding legt dan starre pannen. Die overgang tussen twee materialen op één doorlopend dakvlak is de plek waar het meeste denkwerk in gaat zitten, en ook de plek waar het bij een verkeerde aanpak misgaat.
Bij een overgang van riet naar staal is de vorstlaag onder het riet meestal dikker dan de plaatdikte van de felsplaat zelf. Dat betekent dat de felsplaat aan de rietzijde niet zomaar tegen het riet aan kan lopen; er moet een overgangsprofiel komen dat het niveauverschil opvangt en dat het regenwater van het rietdek niet onder de felsplaat kan lopen. Bij een overgang naar pannen ligt het net andersom: de pannen liggen juist lager dan de felsplaat dik is inclusief de fels, en daar is vaak een loodslabbe of een aangepast overgangsprofiel nodig dat wij op maat laten walsen. In beide gevallen geldt dat de overgang op de tekening al moet staan voordat de eerste plaat gewalst wordt, omdat de lengte van de felsplaat op het gebogen deel afhangt van waar precies die overgang komt te liggen.
Het meest voorkomende probleem dat wij zien bij gebogen boerderijdaken met een gemengd dakvlak, is dat de felsplaten worden bestemd voor het gebogen deel zonder dat er goed is nagedacht over de aansluiting met het riet of de pannen ernaast. De platen worden dan wel keurig gewalst op de juiste straal, maar op de bouwplaats blijkt dat de rand van het rietdek een stuk hoger ligt dan verwacht, of dat de pannen een overstek hebben waar de felsplaat net niet onder past. Dat is op te lossen, maar het kost tijd en het kost vaak een extra profiel dat niet in de oorspronkelijke planning stond.
Een ander punt waar het misgaat is de dakhelling op het gebogen deel zelf. Felsplaten zijn toepasbaar vanaf zes graden, en op een gebogen dak verandert de helling voortdurend: bij de nok kan die vlak zijn, bij de goot juist steil. Bij een woonboerderij waar het gebogen deel overgaat in een bijna vlak stuk boven een uitbouw, is het goed om te controleren of dat vlakke stuk nog wel boven de minimale helling uitkomt. Onder die grens is een felsplaat niet de juiste keuze voor dat specifieke stuk dak, ook al is de rest van het vlak er wel geschikt voor. Dat is dan ook precies de situatie waarin wij aanraden om voor dat ene vlakke stuk een andere oplossing te zoeken, en de felsplaat te beperken tot het deel van het dak waar de helling voldoende is.
Er zijn boerderijdaken waarbij de kromming zo grillig is, met bochten in twee richtingen tegelijk zoals bij een tongewelf met een verzakking erin, dat een felsplaat niet meer overal gelijkmatig aansluit. In dat geval is het denkbaar dat een deel van het dak beter in een ander materiaal wordt uitgevoerd, juist omdat de plaat zich dan te veel moet vervormen om overal strak te blijven liggen. Ook als het rietgedekte deel dominant is en het stalen deel klein en sterk gebogen tegelijk, kan het praktischer zijn om voor dat kleine stuk een andere dekking te kiezen dan speciaal voor een paar vierkante meter een gewalste kromme plaat te laten maken.
Als u een gebogen dakvlak op een woonboerderij heeft waar riet of pannen overgaan in staal, is het handigst om ons een paar gemeten dwarssneden van de kap te sturen, samen met de plek waar u de overgang naar het andere materiaal voor ogen heeft. Wij kijken dan mee of de straal binnen de mogelijkheden valt, hoe de baanindeling er het beste uit kan zien en welk overgangsprofiel nodig is op de rand met riet of pannen. Dat meedenken op tekening kost niets, en juist bij een dak met een bocht en twee materialen is dat de stap die achteraf het meeste tijd bespaart.