Klikzink

Felsplaten op lessenaarsdak vakantiewoning

Een lessenaarsdak heeft maar één vlak, met aan de ene kant een hoge rand en aan de andere kant een lage rand. Geen nok, geen tegenoverliggend vlak, geen ingewikkelde aansluiting in het midden. Dat maakt de opzet in theorie simpel: de lengte van het dakvlak, van hoge rand tot lage rand, is meteen de lengte van de baan. Bij een vakantiewoning met een dieptemaat van bijvoorbeeld 5,4 meter bestellen we de felsplaten op die maat, met de fels als lengterichting van goot naar top. Geen overlap in de looprichting van het water, geen dwarsnaad die ergens halverwege het vlak moet worden afgedicht. Dat is het grote voordeel van deze vorm: één stuk plaat van boven naar onder, per baan van 475 mm breed naast elkaar geklikt.

De eenvoud van het vlak verplaatst de aandacht naar de twee randen. Bij een zadeldak verdelen de nok, de gootlijn en eventueel de wolfseinden de aandacht. Bij een lessenaarsdak zijn het er twee: de hoge kant, waar de plaat aansluit op de gevel of op een hoger dakvlak, en de lage kant, waar het water naar de goot moet. Beide details bepalen op een vakantiewoning meer dan bij een woonhuis, omdat niemand ze dagelijks ziet.

De hoge rand: aansluiting zonder wandcontact

Aan de bovenzijde van een lessenaarsdak loopt de plaat meestal tegen een opstaande gevel, een dakkapel of een aangrenzend dakvlak aan. Hier zit de felsplaat met een opstand tegen de wand, afgewerkt met een loodslabbe of een stalen aansluitprofiel in dezelfde kleur. Bij een vakantiewoning die in een bosrijk of duingebied staat, waait hier vaak meer blad en naaldafval tegen aan dan bij een vrijstaand huis in een woonwijk. Dat afval hoopt zich op in de hoek tussen wand en dakvlak. Bij een woning die alleen in het seizoen wordt schoongemaakt, ligt die hoop er soms een winter lang. Vocht blijft er langer staan dan op het open vlak, en dat is precies de plek waar een slecht aangesloten randprofiel het eerst gaat lekken. We maken deze aansluiting daarom met voldoende overlap onder de gevelbekleding of onder de loodslabbe, niet erop, zodat opstuwend water bij een dichtgeslibde hoek niet meteen naar binnen kan.

De lage rand: de goot als knelpunt

Aan de onderzijde loopt al het water van het hele dakvlak samen in één gootlijn. Bij een zadeldak verdeelt het dakvlak het water over twee goten; bij een lessenaarsdak vangt één goot de volledige neerslag van het hele vlak op. Bij een fors dakvlak van, zeg, zes bij acht meter, is dat een aanzienlijke hoeveelheid water die geconcentreerd op één lijn naar beneden komt. De druiprand van de felsplaat moet hier ruim boven de gootrand uitsteken, zodat water bij harde wind niet achter de goot langs de gevel in loopt. Bij een vakantiewoning die drie weken niet bezocht wordt, zien we dat een lichte verzakking van de gootbeugels of een gedeeltelijk verstopte afvoer niet wordt opgemerkt voordat er al water tegen de gevel heeft gestaan. Een ruime overstek en een stevige bevestiging van de goot zijn hier meer dan decoratie; ze zijn de marge die het gebrek aan toezicht opvangt.

Windbelasting op een enkel vlak

Een lessenaarsdak vangt de wind anders dan een zadeldak. Er is geen nok die de luchtstroom breekt, en bij de lage rand ontstaat vaak een zuigende werking, zeker als de woning op een open plek staat, zoals veel recreatieparken. De klemmen onder de fels houden de platen vast zonder zichtbare schroeven, en dat werkt op een lessenaarsdak net zo goed als op elke andere vorm, mits het klemplan is afgestemd op de positie op het dak. Bij de randen en bij de hoeken van het vlak is de zuigkracht het grootst; daar zetten we de klemmen dichter bij elkaar dan op het middenvlak. Dat is standaardwerk voor de verwerker, maar het is wel iets waar bij een vakantiewoning niemand achteraf naar gaat kijken als het krap is uitgevoerd. Schade door een net iets te ruim klemplan aan de gootzijde wordt vaak pas gezien als er al een paar platen zijn losgekomen, en bij wisselende bewoning kan dat een heel seizoen duren voordat iemand het merkt.

Dakhelling en de praktijk van kleine lessenaarsdaken

Felsplaten zijn toepasbaar vanaf zes graden hellingshoek, en een lessenaarsdak op een vakantiewoning zit daar vaak net boven, ergens tussen de acht en vijftien graden, om het silhouet laag te houden. Bij zo'n geringe helling is de afwatering krapper dan bij een steil zadeldak, en dat maakt de staat van de gootlijn nog belangrijker. Een dakvlak met een helling van acht graden voert het water langzamer af dan een dakvlak van dertig graden; bladafval en vuil blijven er daardoor iets langer liggen. Bij een woning die in de winter leeg staat en in de zomer verhuurd wordt, valt het najaar precies in de periode dat er niemand kijkt. We adviseren daarom, waar de omgeving dat vraagt, een iets grotere overstek aan de gootzijde dan strikt nodig is voor de afwatering alleen; het is een kleine toevoeging in materiaal die het risico op een opstuwing bij een half verstopte goot beperkt.

Waar dit juist niet de aangewezen vorm is

Een lessenaarsdak met felsplaten werkt goed bij een enkel, ononderbroken vlak zonder doorbrekingen. Zodra er een dakkapel, een schoorsteen of een lichtkoepel midden in het vlak staat, ontstaan er extra randen en inwatering die bij een enkelvoudig hellend dak moeilijker op te lossen zijn dan bij een zadeldak, waar zo'n object vaak dichter bij de nok geplaatst kan worden. Bij een vakantiewoning met zonnepanelen midden op het lessenaarsvlak geldt dezelfde overweging: de opstelling verstoort de doorlopende baan en vraagt om een zorgvuldiger doordachte plaatsindeling dan bij een vlak dak zonder obstakels. Ook bij een zeer lang dakvlak, over de acht meter, wordt de baan aan de bovengrens van wat praktisch te vervoeren en te leggen is; dan overwegen we een gedeelde aanpak met een dwarsnaad, wat het voordeel van de ononderbroken lengte weer wegneemt. In die gevallen bekijken we samen met de aannemer of een andere platenmaat of een andere dakvorm niet passender is.

Wat u nu kunt doen

Heeft u de dieptemaat van het dakvlak en de plaats van de aansluitingen op tekening, dan denken we daar kosteloos in mee en werken we een baanindeling en een klemplan uit dat aansluit op de wind- en waterbelasting van dat specifieke vlak. Twijfelt u over de gootcapaciteit of over een obstakel op het dakvlak, geef dat er dan gelijk bij aan, zodat we dat in het voorstel kunnen meenemen.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink