Klikzink
Een vakantiewoning staat een groot deel van het jaar leeg of wordt maar af en toe gebruikt. Dat lijkt gunstig voor een dak, want er wordt weinig gestookt, weinig gedoucht en weinig gekookt. Toch is het juist die wisselende bewoning die van condens en ventilatie een ander vraagstuk maakt dan bij een woning waar iedere dag iemand rondloopt.
In een normaal bewoond huis wordt vocht dagelijks aangemaakt en dagelijks weer afgevoerd, via ventilatie, via de badkamer, via het gewoon leven in het huis. De temperatuur in de woning blijft redelijk stabiel. Bij een vakantiewoning gebeurt het tegenovergestelde. Er is een lange periode van leegstand waarin het gebouw afkoelt tot de buitentemperatuur, gevolgd door een weekend of een week waarin de woning plotseling wordt opgestookt, mensen gaan douchen en er gekookt wordt. Die piekbelasting van vocht in een gebouw dat net weer op temperatuur komt, is precies het moment waarop condensatie tegen de onderkant van een koud dakvlak het meest waarschijnlijk is.
Bij een vakantiewoning zijn er twee aparte bronnen van vocht, en het is goed om ze uit elkaar te houden omdat ze om een andere oplossing vragen. De eerste bron is bouwvocht en vocht dat via de constructie zelf naar binnen kan trekken, bijvoorbeeld via een kruipruimte die nooit goed geventileerd is, of via een vloer die in de winter vochtig blijft omdat er niemand is om een raampje open te zetten. De tweede bron is het gebruiksvocht van de bewoners zelf: douchen, koken, was drogen op een verwarming, allemaal dingen die in korte, intensieve periodes gebeuren in plaats van verspreid over de dag zoals in een permanent bewoond huis.
Dat gebruiksvocht trekt als damp omhoog door de constructie. Raakt die damp de onderkant van een koude dakplaat, dan slaat het daar neer als condens, precies zoals een koude waterleiding beslaat in een warme kelder. Bij een vakantiewoning is het verschil tussen binnen- en buitentemperatuur op het moment van gebruik vaak groter dan bij een bewoond huis, omdat het gebouw net is opgewarmd vanuit een koude uitgangssituatie. Dat maakt de kans op condensvorming op dat moment groter, niet kleiner.
Een stalen dakplaat zelf laat geen vocht door en neemt ook niets op, dat is een isolerende laag onder de plaat wél. Waar het op aankomt, is dat er een geventileerde luchtspouw zit tussen de isolatie en de onderkant van de felsplaat, met aan de onderkant van de dakconstructie een dampremmende laag die voorkomt dat vocht vanuit de woning de constructie in trekt. Die spouw zorgt ervoor dat lucht van buiten naar binnen kan stromen, langs eventueel condensvocht heen, en het weer naar buiten afvoeren voordat het kan optrekken in isolatie of houtwerk.
Bij een woning die dagelijks bewoond wordt, is dit systeem redelijk vergevingsgezind: een klein foutje in de dampremmende laag wordt over jaren verspreid en blijft meestal beheersbaar. Bij een vakantiewoning is dat anders. Een detail dat niet helemaal dicht is, een dampremmende laag die op één plek is doorboord voor een leiding, een ventilatieopening die dichtgeslibd is met stof omdat er nooit iemand langsloopt om het te controleren: die kleine gebreken krijgen bij een vakantiewoning meer tijd om schade te veroorzaken, simpelweg omdat niemand het opmerkt.
Dit is het punt waarop een vakantiewoning echt afwijkt van een gewoon huis. In een bewoond huis valt een lekkage of een vochtplek meestal snel op, er loopt iemand onder het dak, er wordt een klamme geur geroken, er verschijnt een vlek op het plafond die iemand ziet voordat hij zich uitbreidt. Bij een vakantiewoning kan diezelfde vochtplek weken of maanden onopgemerkt blijven, gewoon omdat er niemand is. Tegen de tijd dat de eigenaar of een gast het opmerkt, is het vaak al een stuk verder dan wanneer het dagelijks in het zicht had gestaan.
Dat betekent niet dat de felsplaat zelf de oorzaak is van zo'n probleem, de plaat blijft gewoon dicht. Het probleem zit in de onderliggende constructie, in de isolatie, in de dampremmende laag, en in het feit dat een sluipend gebrek bij een vakantiewoning nu eenmaal langer de tijd krijgt om zich te ontwikkelen voordat iemand het ziet. Voor de eigenaar betekent dit vooral dat de opbouw onder de plaat, en niet de plaat zelf, de plek is waar de aandacht naartoe moet.
Een tweede praktisch verschil is wanneer er onderhoud gepleegd kan worden. Bij een bewoond huis kan een aannemer vrijwel ieder moment van het jaar langskomen. Bij een vakantiewoning is dat vaak beperkt tot het laagseizoen, omdat de eigenaar niet wil dat er tijdens de verhuurperiode steigers staan of dakwerk gaande is. Dat betekent dat een controle van de ventilatieopeningen, het nakijken van doorvoeren en het schoonhouden van de spouwventilatie in de praktijk maar één of twee keer per jaar gebeurt, vaak buiten het seizoen wanneer de eigenaar zelf ook aanwezig is.
Dit pleit ervoor om bij de bouw of renovatie van een vakantiewoning te kiezen voor een detaillering die zo weinig mogelijk onderhoud vraagt tussen die controlemomenten door. Ventilatieroosters die niet snel dichtslibben, doorvoeren die goed zijn afgedicht in plaats van later bij te werken, en een dampremmende laag die in één werkgang zonder onderbrekingen is aangebracht, schelen aanzienlijk in de kans dat er tussen twee bezoeken iets misgaat dat niemand ziet.
Het is goed om hier eerlijk over te zijn: niet elke vakantiewoning heeft een verhoogd risico. Een woning die het hele jaar op een lage temperatuur wordt gestookt, ook als er niemand is, heeft veel minder te maken met die scherpe pieken in vochtbelasting. Ook een vakantiewoning met een goed werkende mechanische ventilatie die blijft doordraaien, ook bij afwezigheid, voert vocht structureel af in plaats van het te laten optrekken tussen twee gebruiksperiodes. In die gevallen verschilt de situatie niet veel meer van een gewoon bewoond huis, en is er geen aanleiding om de dakopbouw anders te ontwerpen dan bij elk ander gebouw met een stalen felsdak.
Het risico is het grootst bij woningen die volledig koud blijven staan tussen de verhuurperiodes door, zonder enige vorm van basisverwarming of ventilatie, en waar de temperatuurschommeling bij ingebruikname het grootst is. Daar loont het om bij de bouw extra aandacht te geven aan de spouwventilatie en de dampremmende laag, en om in het onderhoudsschema vast te leggen wie de roosters en doorvoeren controleert en wanneer.
Heeft u een vakantiewoning die met wisselende bezetting wordt gebruikt, dan is het verstandig om samen met de aannemer te kijken naar de bestaande ventilatie in de dakconstructie voordat er een nieuwe felsplaat op gaat, en om een vast moment in het jaar te prikken waarop de roosters en doorvoeren gecontroleerd worden. Wij denken op tekening mee over de opbouw en de ventilatiedetails, dat kost u niets. Heeft u vragen over een specifieke situatie, neem dan gerust contact met ons op.