Klikzink
Bij een gewone woning is de keuze tussen dakpannen en een andere dekking vooral een kwestie van uiterlijk en budget. Bij een stacaravan met opbouw ligt dat anders. Het dak van de opbouw is meestal een lichte constructie van stalen of kunststof platen op een licht houtskelet, gebouwd om een dak af te dekken en te isoleren, niet om een zwaar pannendak te dragen. Dat verschil bepaalt bij dit gebouw vrijwel alles.
Een keramische dakpan weegt, afhankelijk van het type, ergens tussen de 40 en 50 kilo per vierkante meter inclusief de panlatten en tengels die eronder nodig zijn. Een betonpan komt daar nog boven. Op een woning met een dakconstructie van gemetselde muren en zware spanten is dat een te overzien gewicht. Op de opbouw van een stacaravan, waar de spanten vaak dun zijn en op grotere afstand van elkaar staan, is dat een heel andere zaak. De constructie is destijds berekend op het eigen gewicht van de platen en op wind- en sneeuwbelasting, niet op een dekking die tien keer zo zwaar is als wat er al op ligt.
Het probleem zit niet alleen in de vraag of het dak instort, dat gebeurt zelden acuut. Het zit in de langzame vervorming. Een te zware belasting op te lichte spanten leidt op termijn tot doorbuiging, tot scheurvorming bij de aansluitingen met de wanden, en tot een dak dat niet meer waterpas ligt waardoor er nieuwe lekkages ontstaan op plekken waar er eerst geen probleem was. Bij een aannemer die eerlijk naar de tekening kijkt, valt een pannendak op een stacaravan opbouw dan ook vaak al af voordat er over esthetiek gesproken wordt.
Felsplaten wegen ongeveer 5 kilo per vierkante meter. Dat is een tiende van wat een pannendak met de bijbehorende onderconstructie op het dak zet. Voor de opbouw van een stacaravan betekent dat concreet dat de bestaande kap het gewicht in de praktijk zelden merkt. Er is geen zwaardere onderconstructie nodig, geen extra stempels, geen berekening die uitwijst dat de spanten versterkt moeten worden voordat er iets nieuws op mag. De platen komen op de bestaande ondergrond van staal of kunststof, worden vastgezet met klemmen onder de fels en op de juiste plekken met schroeven, en het gewicht dat de opbouw al zijn hele leven draagt verandert nauwelijks.
Een voorbeeld uit de praktijk: een opbouw op een stacaravan uit de jaren negentig, dak van geprofileerde kunststof platen op een lichte houten spantconstructie met tengels op ruime afstand. De eigenaar wilde van de verweerde kunststof platen af en dacht aan pannen omdat dat bij het beeld van een vaste woning past. Bij het opmeten bleek dat de spanten überhaupt niet berekend waren op puntlasten van pannenlatten, laat staan op het totale gewicht van de dekking. Met felsplaten kon de bestaande dakconstructie blijven zoals hij was; alleen de buitenste laag veranderde.
Bij een vrijstaand huis met een dakconstructie van gemetselde gevels en zware kapspanten is het gewicht van pannen geen showstopper. Daar gaat de discussie eerder over kleur, over de aansluiting op de buren, of over wat er in de omgeving gebruikelijk is. Bij een stacaravan met opbouw draait de discussie in de praktijk vaak juist om de vraag of de constructie het gewicht wel aankan, en pas daarna om hoe het eruit komt te zien. Dat is de reden dat felsplaten hier niet in de eerste plaats gekozen worden om hun strakke aanzien, maar om wat ze niet doen: de bestaande kap niet extra belasten.
Daar komt bij dat een pannendak een minimale dakhelling nodig heeft om het water goed af te voeren, en dat opbouwen op stacaravans regelmatig een flauwe helling hebben die daarvoor te gering is. Felsplaten zijn toepasbaar vanaf zes graden, wat bij veel van deze daken wel binnen bereik ligt, terwijl een pannendak dan al niet meer aan de orde is zonder de dakvorm zelf aan te passen.
Er zijn situaties waarin dakpannen wel degelijk kunnen, en dan is het oneerlijk om dat te verzwijgen. Als de opbouw destijds is neergezet op een fundering en met een dakconstructie die wél op een zwaardere dekking berekend is, bijvoorbeeld omdat de vorige eigenaar al met dat idee heeft laten bouwen, dan is er geen technisch beletsel. Dat komt voor bij opbouwen die eigenlijk als volwaardige aanbouw zijn uitgevoerd, met een fundering en een kapconstructie die niet meer verschilt van een gewone woning. In dat geval is de keuze tussen pannen en felsplaten weer een kwestie van smaak, onderhoud en budget, en niet van draagvermogen.
Ook als iemand toch wil bouwen naar een zwaardere dekking toe, bijvoorbeeld omdat de opbouw op termijn wordt uitgebreid tot een permanente woning met een aangepaste vergunning, kan het verstandiger zijn om de constructie in één keer te versterken en gelijk voor pannen te gaan, in plaats van eerst een lichte oplossing te plaatsen die later weer verdwijnt. Dat is een beslissing die per situatie verschilt en die beter aan een constructeur voorgelegd kan worden dan aan een leverancier van dakbedekking.
De kernvraag bij dit gebouw is niet welke dekking het mooist is, maar wat de bestaande spanten en tengels aankunnen zonder aanpassing. Bij twijfel is het navragen van het bouwjaar en het opvragen van een tekening, als die er nog is, de snelste manier om daar duidelijkheid over te krijgen. Is die duidelijkheid er niet, dan is een lichte dekking als felsplaten de veiligere aanname, juist omdat het risico van te zwaar belasten bij een lichte opbouwconstructie zich niet meteen toont maar zich jaren later pas laat zien in scheuren en doorzakkende vlakken.
Wilt u laten narekenen of uw specifieke opbouw geschikt is voor felsplaten, of wilt u de platen op maat laten leveren voor uw dakvlak? Wij denken kosteloos mee op basis van een tekening of een paar foto's van de bestaande constructie.