Klikzink
Bij een woonhuis is de keuze tussen felsplaten en dakpannen vaak een kwestie van smaak en budget. Bij een bedrijfsloods speelt een ander soort rekenwerk. De dakvlakken zijn groot, de kapconstructie is meestal licht opgezet omdat er geen zolder of woonruimte onder zit, en de dakvlakken lopen vaak tientallen meters door zonder onderbreking. Die twee dingen samen, gewicht en lengte, bepalen bij een loods eigenlijk de hele afweging.
Dakpannen wegen aanzienlijk meer dan een stalen felsplaat. Een pannendak brengt al snel een veelvoud van het gewicht van felsplaten op de kap, en dat gewicht moet ergens landen: op de spanten, de gordingen en uiteindelijk op de fundering. Bij een woonhuis is de kapconstructie daar doorgaans op berekend, ook als er ooit van pannen naar iets anders wordt gewisseld. Bij een bedrijfsloods ligt dat anders. De constructie is vaak strak berekend op de functie van het gebouw: net genoeg staal of hout om het dak te dragen, plus een marge voor sneeuw en wind, en niet meer dan dat. Er is geen reserve ingebouwd voor een zwaarder dakpakket, want die reserve kost geld en een loods moet vooral goedkoop overkappen.
Dat betekent dat de keuze voor dakpannen op een bestaande loods niet zomaar een kwestie van esthetiek is. Een constructeur moet uitrekenen of de bestaande spanten en gordingen het extra gewicht kunnen dragen, en in de praktijk is het antwoord bij lichte stalen portalen regelmatig nee, of alleen met versterkingen die niet in verhouding staan tot de rest van de investering. Felsplaten van ongeveer 5 kilo per vierkante meter vragen dat rekenwerk vrijwel nooit. Bij nieuwbouw kan de constructeur uiteraard vooraf rekening houden met pannen, en dan is het gewicht geen probleem meer. Maar bij een bestaande loods is het vaak juist het gewicht dat de knoop doorhakt, nog voordat er over uiterlijk gesproken wordt.
Het tweede punt dat bij een loods een rol speelt, is de lengte van het dakvlak. Bij een woonhuis loopt een dakschild misschien vier tot acht meter van goot tot nok. Bij een loods is een aaneengesloten dakvlak van dertig, veertig of zestig meter niet ongewoon. Dakpannen zijn kort en worden in overlappende rijen gelegd; de lengte van het dak is voor een pan geen probleem, want elke pan werkt onafhankelijk van de andere. Een stalen felsplaat werkt anders. Die is een doorlopende baan die van goot tot nok kan lopen, en bij een lang dakvlak wordt de vraag hoe die baan wordt opgebouwd en hoe die omgaat met uitzetting.
Staal zet uit en krimp met temperatuur, weliswaar ongeveer half zoveel als zink, maar bij een baan van dertig meter is die uitzetting toch een aantal millimeters die ergens moeten landen. Bij Klikzink leveren we platen op maat tot 8000 millimeter lengte, op de millimeter besteld, zodat een dakvlak vaak in doorlopende banen kan worden uitgevoerd zonder lasnaad halverwege het dak. Bij nog langere dakvlakken werkt de detaillering met schuifbare klemmen onder de fels: de plaat kan bewegen ten opzichte van de ondergrond zonder dat de coating scheurt of de fels loskomt. Dat is precies het soort detail dat bij een woonhuis nooit een rol speelt, en bij een loods met een dakvlak van vijftig meter wel degelijk de uitvoering bepaalt. Een dakdekker die dat niet meeneemt in het ontwerp, loopt het risico dat de platen na een paar jaar gaan golven of dat de klemmen onder spanning komen.
Het zou onterecht zijn om dakpannen bij een loods af te schrijven. Bij nieuwbouw waar de constructeur vanaf het begin met het gewicht rekening houdt, is een pannendak een volwaardige optie, vooral als de loods een kantoordeel heeft dat qua aanzicht meer op een utiliteitsgebouw dan op een fabriekshal moet lijken. Ook bij een steil dakvlak, waar de dakhelling ruim boven de minimale zes graden van felsplaten ligt, geven pannen een ander silhouet dat bij sommige bestemmingsplannen of welstandseisen gewenst is. En bij een dakvlak dat toch al is opgedeeld in kortere schilden, bijvoorbeeld door dakkapellen, lichtstraten of een geknikt dakvlak, verdwijnt het voordeel van de lange doorlopende baan van felsplaten vanzelf, en wordt het verschil tussen de twee systemen kleiner.
Een voorbeeld uit de praktijk: een transportbedrijf met een loods uit de jaren negentig wilde de bedrijfshal een warmer aanzien geven en dacht aan pannen, omdat het kantoorgedeelte ervoor al pannen had. Bij het narekenen bleek de stalen portaalconstructie van de hal zelf niet berekend op het extra gewicht zonder aanpassing van de gordingen. Voor het kantoordeel, met een eigen, zwaardere houten kapconstructie, was een pannendak wel gewoon mogelijk. Zo kregen kantoor en hal elk een andere dakbedekking, wat in dit geval niet uit smaak voortkwam maar uit wat de constructie toeliet.
Voor een bestaande loods is de vraag dus niet in de eerste plaats welk materiaal het mooiste is, maar wat de kap aankan en hoe lang de dakvlakken zijn. Is de constructie licht en zijn de dakvlakken lang, dan ligt een lichte, doorlopende stalen felsplaat voor de hand. Is de constructie zwaar genoeg, of gaat het om nieuwbouw waar dat vooraf is meegenomen, dan is een pannendak een reële optie, vooral bij een steiler en meer verdeeld dakvlak. Bij een dakvlak dat door de vorm van het gebouw toch al in kortere stukken uiteenvalt, verliest de felsplaat een deel van zijn voordeel en wordt de knoop minder eenzijdig.
Wilt u weten of de bestaande kap van uw loods een pannendak kan dragen, of past u liever een lichte oplossing toe zonder dat rekenwerk, dan denken wij op basis van een tekening of een foto van de dakconstructie met u mee. Dat meedenken kost niets, en het geeft u een concreet antwoord voordat er een keuze op papier wordt gezet.