Klikzink
Bij een bestaande schuur werkt u met wat er staat. Bij nieuwbouw ligt dat anders, en dat is meteen het verschil dat deze pagina waard is om te lezen voordat u iets vastlegt op tekening. De maten van het gebouw, de plek van de goten, de hoek van het dak en de plaats van eventuele lichtstraten of deuren liggen nog niet vast. Dat betekent dat de platen niet ingepast hoeven te worden op een bestaand grid, maar dat het gebouw juist afgestemd kan worden op de platen. Dat scheelt zaagwerk, resten en visuele onrust in het vlak, en het is precies het soort meedenken dat wij graag doen als de tekening nog een concept is.
Een schuur of bijgebouw bij een woonhuis heeft meestal een andere rol dan het huis zelf. Er wordt niet in gewoond, er hoeft niet verwarmd te worden, en de eisen aan het gebouw zijn daardoor lichter. Geen dampopen folies om vocht van binnenuit af te voeren, geen knooppunten die luchtdicht moeten aansluiten op een verwarmde ruimte, geen isolatiepakket dat mee moet in de opbouw. Dat maakt de bouw zelf eenvoudiger, maar het maakt de keuze voor de dakbedekking niet minder belangrijk. Want wat er wel blijft is de eis dat het beeld klopt. Een schuur staat zichtbaar bij het huis, en de meeste eigenaren willen niet dat hij eruit springt als een bouwmarktdoos naast een verzorgd hoofdgebouw.
Onverwarmd en onbewoond betekent niet dat het dak zomaar iets mag zijn. Regen, wind en zon werken evengoed op een schuurdak als op een woonhuisdak, en een klein gebouw heeft vaak een even grote gevel-tot-inhoud verhouding, waardoor windbelasting op een laag dak relatief zwaarder kan meewegen dan je zou denken. Bij een schuur van vier bij vijf meter met een flauwe kap zijn de randen en de nok net zo bepalend voor de duurzaamheid van het geheel als bij een groot dak, alleen is er minder oppervlak om fouten in te verstoppen. Wat wel losser ligt, is de opbouw onder de plaat. Zonder isolatie-eis en zonder binnenklimaat kan de constructie simpeler blijven: een dichte houten ondergrond of een gording met damwand, afhankelijk van de overspanning, is meestal voldoende. Bij een woonhuis bepaalt de isolatienorm vaak de dikte van de opbouw en daarmee ook de aansluitdetails rond dakranden en doorvoeren. Bij een schuur bepaalt vooral de architect of de eigenaar zelf hoe dik het dakpakket wordt, en dat geeft ruimte om de fels en de plaatrichting al vroeg in het ontwerp een plek te geven.
Bij nieuwbouw loopt het proces net iets anders dan bij vervanging. Eerst staat de vorm van het gebouw vast, of wordt die in overleg vastgelegd: de dakhelling, de looprichting van het dakvlak, de plek van de nok en de goten. Vanaf zes graden helling is een felsdak mogelijk, en bij een schuur met een flauwe kap is dat vaak precies de situatie. Daarna volgt de maatvoering van de platen. Omdat wij op de millimeter leveren, van 450 tot 8000 millimeter, kan de werkende breedte van 475 millimeter zo worden ingepast dat de laatste baan aan de rand niet een smal reststrookje wordt, maar een volle of nette halve baan. Bij een bestaand gebouw is dat soms niet meer te sturen omdat de dakmaten al vastliggen; bij nieuwbouw kan de aannemer de dakbreedte desgewenst een paar centimeter aanpassen zodat de platenverdeling precies uitkomt. Dat overleg, meedenken op tekening, kost niets en is precies waar we in dit stadium het meeste verschil kunnen maken.
Na de maatvoering komt de bevestiging aan de orde: op een houten ondergrond met schroeven, op een stalen damwand met zelfborende schroeven, en de platen zelf blind bevestigd met klemmen onder de fels, zodat er geen schroefkoppen in het zicht komen. Bij een klein dak op een schuur valt dat extra op, want er is weinig vlak om de blik van af te leiden. Vervolgens wordt de plaat gelegd en gefelst, wat ook bij vorst kan: de plaat is koud vouwbaar tot -15 graden, dus een winterse bouwplanning is geen belemmering.
De reden dat mensen voor een schuur toch nadenken over het materiaal en niet zomaar het goedkoopste nemen, is bijna altijd het aanzicht vanaf het erf of vanaf de weg. Een schuur naast een woonhuis met een rustige, donkere kap oogt anders met een golfplaat erop dan met een vlak, mat dakvlak. Wij leveren de felsplaat in drie kleuren, Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver, alle met een glansgraad onder de 5, dus geen glimmend oppervlak dat de aandacht trekt. Bij nieuwbouw kan de kleur van de schuur vooraf worden afgestemd op de kleur van het hoofddak of de gevelbekleding, iets wat bij een noodgedwongen snelle vervanging na schade minder tijd krijgt. Een schuur in dezelfde donkere kleur als de dakpannen van het huis, of juist een subtiel verschil in tint tussen hoofdgebouw en bijgebouw, is een keuze die nu nog te maken is, zonder dat er iets hersteld of ingepast moet worden.
De fels zelf, 35 millimeter hoog en haaks opstaand, geeft een duidelijke lijn in het dakvlak. Bij een lang, laag bijgebouw kan die lijn in de looprichting van het dak worden gelegd om het gebouw optisch langer te laten lijken, of dwars erop om de nadruk op de breedte te leggen. Dat soort keuzes wordt in het ontwerp gemaakt, niet achteraf op de bouwplaats.
Een schuur wordt vaak lichter gebouwd dan een woonhuis, met dunnere spanten en minder overcapaciteit in de constructie. Het gewicht van de dakbedekking telt dan iets zwaarder mee in de berekening. Met ongeveer 5 kilo per vierkante meter is de felsplaat aanzienlijk lichter dan bijvoorbeeld dakpannen, wat bij een lichte kapconstructie ruimte geeft in de dimensionering van de spanten. Ook de uitzetting door temperatuurwisseling speelt een rol, vooral bij een lang dakvlak zonder onderbreking: staal zet ongeveer half zoveel uit als zink, en bij het ontwerp van de plaatlengtes en de expansievoorzieningen wordt daar nu al rekening mee gehouden, in plaats van dat het achteraf moet worden opgelost met een extra naad.
Is de schuur nog in de planfase maar wordt hij vooral gezien als een tijdelijke of budgetoplossing zonder aandacht voor aanzicht, dan is een felsdak vaak meer dan nodig. Een eenvoudige damwandplaat of een golfplaat kan dan voldoen, zeker als de schuur niet zichtbaar is vanaf het huis of de straat. Ook als het bijgebouw straks toch weer verwarmd gaat worden, bijvoorbeeld als kantoor of hobbyruimte, is het verstandiger om dat nu al mee te nemen in het isolatieplan, want dan verschuift de opbouw richting de eisen van een woonhuis en verandert ook het detailwerk rond de randen. En bij een dakhelling onder de zes graden is een fels sowieso niet de juiste keuze; dan ligt een andere dakbedekking meer voor de hand.
Heeft u een tekening, een schets of alleen een idee van de maten, dan kunnen wij daar nu al naar kijken. We denken mee over de plaatverdeling, de kleurkeuze in relatie tot het hoofdgebouw en de aansluiting op de constructie, zonder dat dit iets kost. Dat voorkomt dat er straks op de bouwplaats nog gepast en gepuzzeld moet worden.