Klikzink

Levensduur felsplaten op een schuur of bijgebouw

Een schuur of bijgebouw krijgt te maken met andere belasting dan het huis waar hij bij staat. Er is geen verwarming, dus geen dampdruk van binnen naar buiten. Er is meestal weinig hoogte, dus minder windbelasting dan bij een vrijstaande loods of een hoog dak. En de constructie is vaak licht: een paar spanten, een dunne onderconstructie, soms niet meer dan een houten regelwerk. Dat verandert wat er met een felsplatendak gebeurt over de jaren, en het is de reden dat het antwoord op de vraag hoe lang het meegaat er anders uitziet dan bij een verwarmd hoofdgebouw.

De plaat zelf verandert nauwelijks

Het materiaal waar de plaat uit bestaat, de verzinkte stalen kern met de coating erop, reageert vooral op vocht, zon en temperatuurwisseling. Bij een schuur is dat vocht er net zo goed als bij het huis: het regent op een schuurdak evenveel als op een woonhuisdak. Het verschil zit in de temperatuur aan de onderkant. Zonder verwarming blijft de plaat aan de binnenzijde ongeveer op buitentemperatuur, terwijl een plaat op een verwarmd gebouw 's winters aan de binnenkant warmer is dan aan de buitenkant. Dat verschil zorgt bij een verwarmd gebouw voor condensvorming tegen de onderzijde van de plaat als er geen achterventilatie is. Bij een onverwarmde schuur speelt dat veel minder: binnen en buiten zijn ongeveer gelijk, dus er is weinig aandrijvende kracht voor condensatie. Dat is winst voor de schuur, geen verlies.

Wat overblijft is gewoon buitenweer: uv, regen, wind, eventueel wat vorst. Daar is de coating op gemaakt. In de eerste twintig jaar zal de kleur iets minder fel aanvoelen dan op dag één, dat gebeurt bij elke buitentoepassing met kleur erop, maar de plaat zelf, de fels en de verzinklaag daaronder blijven functioneel intact als de rest van het dak in orde is. Dat "de rest van het dak" is precies waar het bij een schuur om gaat, meer dan om de plaat.

De onderconstructie is de zwakke schakel, niet de plaat

Bij een schuur wordt vaak bespaard op de onderconstructie, en dat is op zich niet verkeerd: een schuur hoeft niet even zwaar gebouwd te worden als een woonhuis. Maar het betekent dat de gordels, panlatten of dakbeschot waar de felsplaat op ligt, met minder marge zijn uitgevoerd. Een schuur met een dunne houten onderconstructie die na tien jaar wat is gaan doorbuigen door een tak die er ooit op is gevallen, of door jarenlange belasting van sneeuw die nooit is weggehaald, geeft de felsplaat een oneffen ondergrond. De plaat zelf gaat daar niet stuk aan, maar de fels kan onder spanning komen en de waterafvoer kan grillig worden. Bij een schuur die verder niet wordt gebruikt, valt dat soms jaren niet op, tot er ergens een lekkage ontstaat die niet aan de plaat ligt maar aan het hout eronder.

Dit is een reden om bij een schuur juist wél naar de onderconstructie te kijken voordat de knoop wordt doorgehakt over het dakmateriaal. Een felsplaat presteert zoals de ondergrond het toelaat. Op een goed onderhouden schuur met een degelijke, ook al is die licht uitgevoerde kapconstructie, gaat de plaat lang mee zonder aandacht te vragen. Op een schuur waar de balken al zichtbaar verweerd zijn, is de plaat niet het probleem dat u eerst moet oplossen.

Bevestiging en beweging bij een lichte constructie

Felsplaten zetten uit en krimpen met de temperatuur, ongeveer half zoveel als zink. Bij een groot dak op een verwarmd gebouw moet daar in de lengte van de banen goed rekening mee gehouden worden. Bij een schuur, die meestal kort en smal is, blijft die uitzetting in absolute zin klein. Een baan van drie of vier meter beweegt nauwelijks merkbaar. Dat is een van de weinige punten waarop een schuur het juist makkelijker heeft dan een groot gebouw: minder lengte, minder beweging, minder kans dat de klemmen onder de fels ooit onder spanning komen die ze niet aankunnen.

De bevestiging zelf, blind onder de fels op hout of met zelfborende schroeven op een stalen frame, is dezelfde techniek als bij een groot gebouw. Bij een lichte schuurconstructie is het wel belangrijk dat de onderconstructie voldoende houvast biedt voor die klemmen of schroeven. Een schuur op een heel dun regelwerk, dunner dan waarvoor de bevestiging is bedoeld, is een detail dat bij de aanleg besproken moet worden, niet iets dat zich na tien jaar zomaar oplost.

Het beeld moet passen bij het hoofdgebouw, de functie hoeft niet te overtuigen

Bij een schuur of bijgebouw ligt de nadruk vaak anders dan bij een schuur die zelf het belangrijkste gebouw op het perceel is. Meestal staat de schuur naast een huis, en moet hij er niet uitspringen. De eisen aan het dak zijn licht: geen zware isolatie-eis, geen ingewikkelde doorvoeren voor installaties, vaak geen dakraam. Maar het aanzicht moet kloppen. Een felsplaat in Nordic Night Black naast een pannendak in een donkere kleur oogt na twintig jaar nog steeds bij elkaar horend, ook al zijn het twee verschillende materialen, omdat de mat afgewerkte plaat geen glans heeft die opvalt naast pannen. Dat is anders dan bij een schuur die los van een hoofdgebouw staat en waar het aanzicht er minder toe doet.

Dit betekent voor de levensduur van het dak zelf niet zoveel, maar het betekent wel iets voor de tevredenheid over de keuze na verloop van tijd. Een schuurdak dat er na tien jaar nog steeds bij past, wordt niet als eerste vervangen zodra er ergens geld voor een opknapbeurt is. Een schuurdak dat vanaf het begin een vreemde eend was, sneuvelt eerder bij de volgende verbouwing, niet omdat het materiaal het niet meer aankan, maar omdat het niet meer past bij wat er inmiddels omheen staat.

Wanneer een schuur niet de aandacht van een felsplaat verdient

Er zijn schuren waar een felsplatendak weinig toevoegt. Een tijdelijk bouwwerk, een schuurtje dat binnen een paar jaar toch wordt vervangen omdat er verbouwingsplannen zijn, of een opslagschuur die ver van het zicht af staat en waar het aanzicht niemand raakt: daar is de investering in een gefelst dak met een matte coating in een gerichte kleur niet in verhouding tot wat het gebouw nodig heeft. Een eenvoudiger materiaal volstaat dan net zo goed, en het geld kan beter naar iets anders.

De situaties waarin een felsplaat wél de moeite waard is, zijn de schuren die blijven staan: een garage bij een woonhuis, een bijgebouw dat al jaren meegaat en dat naar verwachting nog jaren meegaat, een schuur waarvan de eigenaar weet dat hij hem niet binnenkort vervangt. Daar telt dat de plaat weinig onderhoud vraagt in de jaren die volgen, en dat het aanzicht van het geheel, huis en bijgebouw samen, over die jaren blijft kloppen.

Wat u nu kunt doen

Wilt u weten of de onderconstructie van uw schuur geschikt is voor een felsplatendak, of heeft u een tekening waarop wij kunnen meekijken naar de maatvoering en de kleurkeuze bij het hoofdgebouw? Dat meedenken kost niets. Neem contact op met Klikzink om uw situatie te bespreken.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink