Klikzink

Felsplaten op plat dak met afschot recreatiewoning

Een recreatiewoning met een plat dak dat net iets afloopt, zeg tussen de zes en tien graden, valt precies in het gebied waar felsplaten nog wel kunnen maar waar de uitvoering veel nauwkeuriger moet zijn dan bij een steil zadeldak. Wij krijgen deze vraag regelmatig van eigenaren en aannemers die op een bungalowpark of vakantiepark een dak vervangen of vernieuwen, en het antwoord is steeds hetzelfde: het kan, maar de helling zelf is niet het probleem. Het probleem zit in de details op de randen en in de manier waarop het water bij weinig afschot over de naden beweegt.

Bij een dakhelling van zes graden staat water niet stil, maar het stroomt ook niet weg zoals op een dak van dertig graden. Dat verschil lijkt klein, maar het is precies waarom de naadafwerking hier de doorslag geeft. Op een steil dak duwt de zwaartekracht het water vlot langs de fels naar de goot. Op een bijna vlak dak blijft het water langer op de plaat staan, ook bij lichte regen, en dat betekent dat elke naad, elke aansluiting en elke overlap tegen opstuwend water bestand moet zijn, niet alleen tegen neervallend water. Een fels die op een steil dak ruimschoots voldoet, kan op een dak met minimale helling toch een zwakke plek worden als de plaatsing niet klopt.

Waarom dit specifiek een aandachtspunt is bij recreatiewoningen

Recreatiewoningen uit de jaren zestig tot tachtig hebben vaak een lichte kapconstructie die destijds is gebouwd voor een dakbedekking van bitumen of een vergelijkbaar licht materiaal, en niet is berekend op extra gewicht of op puntbelasting. Bij een plat dak met afschot komt daar nog iets bij: de constructie is destijds vaak juist minimaal gedimensioneerd, omdat een plat dak met weinig afschot nu eenmaal minder overspanning en minder stevigheid leek te vragen dan een steil zadeldak. In de praktijk zien we bij dit type woning regelmatig dakbalken die aan de ondermaat zitten voor wat er tegenwoordig aan pakketten op een dak komt, zeker als er ooit een extra laag bitumen overheen is gelegd zonder de oude laag te verwijderen.

Felsplaten wegen ongeveer vijf kilo per vierkante meter, wat op zichzelf licht is, lichter dan de meeste alternatieven. Dat is precies waarom het materiaal hier vaak wél passend is. Maar een lichte plaat verandert niets aan de vraag of de bestaande kapconstructie in staat is om puntbelasting op te vangen bij de klemmen en schroeven, en of de ondergrond stijf genoeg is om de platen zonder doorbuiging te dragen. Bij een aannemer die op een vakantiepark tien vergelijkbare woningen aanpakt, is het daarom gebruikelijk om niet alleen naar de dakbedekking te kijken, maar eerst de kapconstructie te beoordelen: zijn de sporen of balken nog droog, zit er geen verzakking, is de onderconstructie vlak genoeg om een felsplaat overlangs zonder golving te leggen.

De baanindeling bij weinig afschot

Bij een dak met afschot leggen we de banen doorgaans in de richting van de afwatering, dus van de hoogste naar de laagste kant, zodat het water via de fels zelf naar de dakrand of de goot geleid wordt. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar bij een plat dak met slechts een gering verval moet de lengte van de banen goed doordacht worden. Hoe langer de baan, hoe langer het water onderweg is naar de afvoer, en hoe belangrijker het wordt dat er geen enkele dwarsnaad in het midden van het dakvlak ligt. Bij recreatiewoningen met een relatief klein dakvlak is dit meestal goed op te lossen: felsplaten zijn op de millimeter leverbaar tot acht meter, waardoor een baan vaak in één stuk van nok naar rand kan lopen zonder dwarsnaad. Dat scheelt een kwetsbare plek op precies de plaats waar bij weinig afschot het meeste water passeert.

Bij grotere dakvlakken, bijvoorbeeld bij een woning met een aangebouwde berging of veranda onder hetzelfde platte dak, is een dwarsverbinding soms onvermijdelijk. Die plaatsen we dan nooit halverwege het laagste punt van de afwatering, maar juist hoger op het dakvlak, zodat de hoeveelheid water die de naad moet doorstaan zo klein mogelijk blijft.

De randen en de aansluitingen

Op een steil dak is de dakrand vooral een kwestie van netjes afwerken. Op een dak met minimale helling is de rand een punt waar het water zich verzamelt voordat het de goot bereikt, en dat vraagt om een detaillering die het water actief afvoert in plaats van passief laat weglopen. Bij recreatiewoningen zien we vaak dat de bestaande gootconstructie is aangelegd voor bitumen, met een inwendige goot of een randopstand die niet is afgestemd op een stalen felsdak. Wanneer de goot te ondiep is, of de overgang tussen dakvlak en gootrand een obstakel vormt waar het water tegenaan loopt, ontstaat precies op die plek een lek, ook al is de rest van het dak perfect uitgevoerd.

Hetzelfde geldt voor de aansluiting bij een schoorsteen, een dakkapel of een doorvoer voor een cv-afvoer, wat bij recreatiewoningen vaak voorkomt. Bij een steil dak loopt het water met enige snelheid langs zo'n obstakel weg. Bij een bijna vlak dak blijft het water er langer tegenaan staan, en dan moet de opstand van de aansluiting hoger zijn dan op een steil dak gebruikelijk is, simpelweg om voldoende marge te hebben voordat het water over de rand van de aansluiting heen zou kunnen komen.

Waar het misgaat

In de praktijk gaat het meestal niet mis door de platen zelf, maar door drie herkenbare oorzaken. De eerste is een dwarsnaad op de verkeerde plek, aangelegd omdat de aannemer de platen indeelde zoals hij dat bij een steil dak zou doen, zonder rekening te houden met de langere verblijftijd van water bij weinig afschot. De tweede is een gootrand of opstand die is overgenomen van de oude bitumen situatie, terwijl die niet is doorgerekend op de nieuwe situatie met een stalen felsdak. De derde, en misschien de meest onderschatte, is een kapconstructie die onder het nieuwe dakpakket alsnog te veel doorbuigt, waardoor er op een plek waar het dak eigenlijk vlak zou moeten liggen een kleine kuil ontstaat, en juist daar blijft het water het langst staan.

Daarnaast is de dakhelling van zes graden een praktische ondergrens. Bij een dak dat plaatselijk minder afschot heeft dan bedoeld, door een verzakte kapconstructie of door een onnauwkeurige uitvoering in het verleden, is de marge weg voordat er ook maar één plaat ligt. In zo'n geval is het zinvol om vóór de keuze voor felsplaten het dakvlak te laten opmeten, zodat duidelijk is of de werkelijke helling nog voldoende is, en niet alleen de helling die op de oorspronkelijke tekening staat.

Wat u nu kunt doen

Als u een recreatiewoning heeft met een plat dak met afschot en u overweegt felsplaten, is het verstandig om eerst de werkelijke dakhelling te laten vaststellen en de staat van de kapconstructie te laten beoordelen, vooral als de woning uit de jaren zestig tot tachtig stamt. Heeft u een tekening van het dak, met de maten van het dakvlak en de plek van eventuele doorvoeren, dan kunnen wij daar kosteloos in meedenken over de baanindeling en de plaatsing van de naden. Neem gerust contact met ons op om dat samen te bekijken.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink