Klikzink

Felsplaten op een mansardedak recreatiewoning

Een mansardedak heeft twee hellingen per dakvlak: een steil onderste deel en een flauwer bovenstuk. Precies op de plek waar die twee hellingen elkaar raken, ontstaat een knik in het vlak. Bij een zadeldak of schilddak loopt de plaat gewoon door van goot naar nok; bij een mansardedak moet die plaat op een bepaalde hoogte van richting veranderen. Dat is de kern van de opgave, en het is meteen de reden waarom een mansardedak niet zomaar hetzelfde wordt aangepakt als een gewoon schuin dak.

Bij recreatiewoningen komt de mansardekap regelmatig voor uit de jaren zestig tot tachtig, toen deze vorm gebruikt werd om op de begane grond meer stahoogte te krijgen zonder de nokhoogte te vergroten. De constructie daaronder is vaak licht: dunne spanten of gordingen, berekend op de rieten of geasfalteerde bedekking die er destijds op lag, niet op een zwaarder pakket. Dat gegeven speelt op de achtergrond mee bij elke keuze die u bij dit dak maakt, ook bij de knik.

De knik vraagt een eigen overgang

Op de plek waar de steile helling overgaat in de flauwere bovenkant, moet de bekleding een knik in het vlak volgen. Er zijn twee manieren om dat op te lossen. De eerste is de platen in twee aparte lengtes leggen, met een aparte overgangslijst op de breuklijn die het water van het onderste vlak opvangt en naar buiten afvoert. De tweede is de plaat over de knik heen laten doorlopen door hem ter plekke te breken, wat bij een lichte knik met dun plaatstaal van 0,55 mm goed te doen is, maar bij een scherpe overgang tot spanning in het materiaal leidt.

Welke van de twee gekozen wordt, hangt af van de hoek van de knik en van hoe recht de onderconstructie op die plek staat. Bij een oude recreatiewoning is die onderconstructie zelden nog helemaal in het lood: houten regels zijn met de jaren iets gezet, de knik loopt daardoor niet overal even strak. In dat geval is een aparte overgangslijst met een klein beetje speling praktischer dan een plaat die precies op de millimeter over een knik moet buigen die in werkelijkheid niet overal dezelfde hoek heeft. De lijst neemt die kleine oneffenheden op; een doorlopende plaat laat ze juist zien.

Baanindeling met de knik als vast punt

Bij een zadeldak bepaalt u de baanbreedte vooral op zicht vanaf de voorgevel. Bij een mansardedak ligt er een extra vast punt: de knik moet op een lijn samenvallen over de volle breedte van het dak, anders valt de overgang op als een kartelrand. Dat betekent dat de baanindeling van boven- en ondervlak op elkaar afgestemd wordt, ook als de platen zelf niet doorlopen. Een baan die op het onderste vlak recht op de knik uitkomt, moet op het bovenste vlak weer op precies dezelfde plek verder gaan.

Door de felsplaten op maat te laten walsen, van 450 tot 8000 mm op de millimeter, valt dit in de tekenfase op te lossen voordat er een plaat gezaagd wordt. Bij een woning waarvan de kap in de loop der jaren scheef is gezakt, meten wij liever twee keer op het dak zelf dan dat wij vertrouwen op een oude bouwtekening. Een verschil van enkele centimeters tussen de linker- en rechterkant van een mansardekap is bij dit type recreatiewoning niet ongewoon en heeft direct gevolgen voor waar de knik op elke baan precies uitkomt.

Randen: gootlijn, hoekkepers en de knik zelf

Een mansardedak heeft meer randen dan een eenvoudig zadeldak: de gootlijn onderaan, vaak hoekkepers omdat het dak aan de gevelzijden ook afgeschuind is, en daarbovenop de knik die het hele dak omgaat. Elke rand heeft een eigen bevestiging. De felsplaten worden blind bevestigd met klemmen onder de fels, zodat er op het vlak zelf geen schroeven te zien zijn; op de randen komen wel zichtbare afwerkprofielen, en die profielen moeten op de knik precies aansluiten op de profielen van het onderste vlak.

Waar het misgaat, is meestal niet op het rechte vlak maar op zo'n aansluiting. Een knikprofiel dat een centimeter te kort is besteld, laat een kier zien die pas opvalt als de zon er vanaf de zijkant op valt. Wij hebben dat weleens teruggezien bij een woning waar de dakdekker de profiellengtes had overgenomen van een dak ernaast, zonder te checken dat de knik op dit specifieke huis een paar centimeter hoger lag. Het kostte een nieuw profiel en een halve dag extra werk, terwijl het met een controlemeting op de eigen kap te voorkomen was geweest.

De lichte kap onder de knik

De knik zelf is een detail dat op te lossen is met de juiste platen en profielen. Waar het bij een recreatiewoning uit deze periode vaker vastloopt, is de constructie die de knik draagt. Op de plek van de knik komt vaak een extra gording of een verzwaarde regel te liggen, omdat daar het knikpunt van de sporen zit. Bij een lichte kap uit de jaren zestig of zeventig is die regel dun bemeten, gebouwd voor het gewicht van de oorspronkelijke bedekking. Felsplaten van ongeveer 5 kg per m2 zijn licht in vergelijking met dakpannen, maar het gewicht van het hele pakket, inclusief eventuele onderconstructie of isolatie die er nu bij komt, kan alsnog meer zijn dan waar deze regel oorspronkelijk op berekend is.

Daarom is bij een mansardedak op een recreatiewoning niet alleen de vraag hoe de knik bekleed wordt, maar ook of de knikregel de nieuwe belasting aankan. Een aannemer die alleen naar het dakvlak kijkt en niet naar de regel onder de knik, mist een stap die achteraf duur wordt: een doorbuigende regel trekt de platen scheef, precies op de plek waar de aansluiting het nauwkeurigst moet zijn.

Wanneer felsplaten hier niet de aangewezen keuze zijn

Bij een mansardedak met een zeer scherpe knik, waarbij het bovenvlak nog maar een paar graden helling heeft, wordt het aantal randen en aansluitingen zo groot dat een ander systeem, met minder naden en een grotere plaatbreedte op het vlak zelf, soms eenvoudiger uitvoerbaar is. Ook als de knikregel en de kapconstructie eronder duidelijk te licht zijn voor welke bekleding dan ook, is het geen kwestie van het juiste plaatmateriaal kiezen maar van de constructie eerst laten beoordelen door iemand die de sterkte kan berekenen. Platen leggen op een regel die het niet houdt, verplaatst het probleem alleen naar een paar jaar later.

Wilt u de knik van uw mansardedak op tekening laten uitwerken voordat er een plaat gezaagd wordt, dan denken wij daarin mee. Dat kost niets en voorkomt dat een aansluiting achteraf met een extra profiel gerepareerd moet worden.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink