Klikzink
Een kapschuur is een ander gebouw dan het woonhuis waarvoor de meeste adviezen over dakonderhoud geschreven zijn. Grote open overspanning, gordingen op ruime afstand, geen isolatie en vaak geen plafond dat de onderkant van het dak aan het zicht onttrekt. Dat verandert wat er aan een felsdak te onderhouden valt, en het verandert vooral wat er misgaat als u dat over het hoofd ziet. Wij krijgen deze vraag vaak van eigenaren die net een offerte hebben en willen weten waar ze na de bouw nog naar moeten kijken. Het antwoord is: aan de plaat zelf weinig, aan de onderkant van het dak juist wel.
In een woonhuis zit er meestal isolatie, een dampremmende laag en een geventileerde spouw tussen het felsdak en de leefruimte daaronder. Die opbouw houdt vocht uit de lucht onder het dak vandaan, of voert het gecontroleerd af. Bij een kapschuur ontbreekt die opbouw vaak volledig. De plaat hangt of ligt direct op de gordingen, en de ruimte daaronder is dezelfde lucht als waarin het vee, de machines of de opslag staan. Warme, vochtige lucht van dieren, van pas gemaaid gras, van een tractor die net binnenkomt, stijgt op en komt in contact met de onderkant van een stalen plaat die 's nachts snel afkoelt. Het gevolg is condens aan de binnenzijde: druppels die op de gordingen, de opslag of het vee vallen.
Dit is geen storing aan het felsdak en geen gebrek aan de plaat. Verzinkt staal met een coating van Pural BT corrodeert niet door een beetje condensvocht dat weer opdroogt. Het probleem is druip, niet aantasting van het materiaal. Maar wie dat niet vooraf doordenkt, krijgt een schuur die het grootste deel van het jaar prima functioneert en op koude heldere nachten in het najaar en voorjaar binnen natregent, terwijl er buiten geen wolkje te zien is.
De oplossing zit niet in het onderhoud achteraf, maar in de keuze bij de bouw. Een anticondens vlies onder de plaat, dat het vocht vasthoudt tot het via verdamping weer kwijt kan, is bij een open kapschuur vaak de meest praktische maatregel. Ventilatie aan de nok en aan de gevel, zodat er altijd een luchtstroom onder het dak is, helpt eveneens en is bij een open constructie relatief eenvoudig te realiseren omdat er geen dichte gevel in de weg zit. Wat niet werkt, is achteraf een plaat vervangen omdat hij nat aanvoelt: het vocht zit dan aan de binnenzijde, en dat verandert niet door een ander dakvlak neer te leggen. Als condens bij u al een probleem is op een bestaand dak, ligt de oplossing bijna altijd bij ventilatie en een vlies, niet bij het dakmateriaal zelf.
De volgorde waarin dit moet worden opgelost is dus: eerst het gebruik van de schuur vaststellen (vee, machines, hooi, droge opslag), dan de ventilatiebehoefte bepalen, en pas daarna de dakopbouw kiezen. Wie deze volgorde omdraait en pas na oplevering merkt dat het binnen drupt, kan het meestal nog verhelpen, maar dat is duurder en omslachtiger dan het in het ontwerp meenemen.
Als de condensvraag goed is opgelost, blijft er weinig onderhoud over aan de plaat zelf. De coating van 50 micrometer is bestand tegen weer en wind zonder dat u hem moet behandelen, en er zijn geen zichtbare schroeven die kunnen gaan lekken of los kunnen trillen, omdat de klikfelsplaten met klemmen onder de fels bevestigd zijn. Wat wij aannemers en eigenaren aanraden is een jaarlijkse blik op drie dingen: de goten, de aansluitingen bij doorvoeren of lichtstraten, en de staat van de gordingen zelf.
Goten raken bij een kapschuur eerder verstopt dan bij een woonhuis, simpelweg omdat er vaak bomen dichtbij staan of omdat er meer stof en organisch materiaal in de omgeving is, denk aan een schuur naast een erf met veel loofbomen of naast een weiland. Een verstopte goot bij een grote overspanning betekent een grotere hoeveelheid water die ergens anders naar buiten moet, en dat is bij een kapschuur zonder onderliggende isolatie sneller een zichtbaar probleem dan bij een woonhuis waar een spouw het even opvangt.
De aansluitingen bij lichtstraten of doorvoeren voor ventilatie zijn het tweede punt. Bij een grote open overspanning worden deze doorvoeren vaak wat ruimer gedimensioneerd dan bij een woonhuis, om voldoende daglicht of luchtcirculatie te krijgen, en elke doorvoer is een onderbreking van het gesloten vlak. Bij oplevering horen deze goed afgewerkt te zijn; bij controle achteraf is het vooral kijken of er geen beweging is ontstaan door de wat grotere overspanningen en de daarmee samenhangende vervorming van de constructie onder wind- of sneeuwbelasting.
Gordingen op ruime afstand betekenen ten derde dat de plaat over een langere vrije lengte zijn eigen gewicht en de belasting van sneeuw of wind moet overbruggen tussen twee bevestigingspunten. Bij 0,55 mm plaatdikte en ongeveer 5 kg per vierkante meter is dat met de juiste gordingafstand geen probleem, maar het is wel een reden om bij een kapschuur met een grotere overspanning dan gebruikelijk vooraf goed te laten narekenen wat de maximale gordingafstand voor uw situatie is. Dat is geen onderhoudspunt, maar een ontwerpkeuze die latere onderhoudslast voorkomt.
Er zijn situaties waarin een kapschuur met een onderhoudsarm felsdak niet de beste combinatie is. Als de schuur bedoeld is voor gevoelige opslag, bijvoorbeeld hooi dat niet vochtig mag worden, granen, of elektronische apparatuur, dan is condens niet iets wat u met een vlies en wat ventilatie tot een aanvaardbaar restrisico kunt terugbrengen: dan is een geïsoleerde opbouw nodig, en dat is een ander vraagstuk dan waar deze pagina over gaat. Ook als de schuur inmiddels een tweede functie krijgt, bijvoorbeeld een werkplaats waar mensen langere tijd verblijven, verschuift de vraag van condensbeheersing naar comfort, en dan komt isolatie weer in beeld.
Een kapschuur die maar een deel van het jaar gebruikt wordt, bijvoorbeeld voor de opslag van tuinmachines of als overkapping voor materiaal dat toch al buiten zou staan, heeft juist weinig aan een uitgebreide ventilatie-oplossing. Daar is condens minder een probleem, omdat er geen vochtige lucht van vee of gebruik continu wordt aangevoerd. In dat geval is de eenvoudigste opbouw vaak ook de meest onderhoudsarme.
Als u een kapschuur laat bouwen of vervangen en onderhoudsarm wilt uitkomen, begin dan met het gebruik: wat staat of loopt er onder het dak, en hoeveel vocht brengt dat gebruik mee. Leg die vraag naast de gordingafstand en de gewenste overspanning voordat u een dakopbouw vastlegt. Wij denken op tekening mee over de platen op maat en de aansluitingen, kosteloos en zonder verplichting, en werken zelf met walsmachines waarmee de platen op de millimeter geleverd worden. Heeft u al een kapschuur en merkt u condens, dan is het meestal zinvoller om eerst de ventilatie en een vlies te bespreken dan het dak te vervangen.