Klikzink
Een kantoorunit is geen gebouw dat op zijn plek blijft staan tot het wordt gesloopt. Het is een doos die verhuurd wordt, verplaatst wordt, gestapeld wordt op een andere unit, en na een paar jaar weer ergens anders neergezet wordt. Dat verandert de vraag hoe lang een dak meegaat, want bij een kantoorunit gaat het niet alleen om hoe het materiaal reageert op weer en wind, maar ook om hoe het materiaal reageert op transport, kraanwerk en het steeds opnieuw aan- en afkoppelen van units aan elkaar. Wij krijgen die vraag dan ook net iets anders gesteld dan bij een vast gebouw: niet alleen hoe lang gaat het mee, maar ook blijft het mee terwijl de unit zelf drie keer wordt opgetild en neergezet.
De stalen plaat zelf, met de verzinklaag en de coating erop, is niet het onderdeel dat bij een unit het eerst aan de orde komt. Sendzimir verzinkt staal met een coating van 50 micrometer reageert op units net zo als op elk ander plat dak: het corrodeert niet zomaar, de kleur blijft mat en verandert weinig, en de plaat zelf heeft van regen, zon of vorst weinig te vrezen. Dat deel van het verhaal is bij een kantoorunit niet anders dan bij een kantoorpand dat blijft staan. Een dakvlak van een unit van bijvoorbeeld 3 bij 12 meter krijgt evenveel zon en evenveel regen als een even groot dakvlak op een gebouw met funderingen in de grond. Als u dus vraagt of het materiaal het weer overleeft, is het antwoord hetzelfde als overal: ja, dat is waar staal met deze coating voor gemaakt is.
Het verschil zit in de verbindingen tussen de units, en tussen het dak en de rest van de constructie. Een unit wordt op de fabriek afgewerkt tot een vast formaat, en het dakwerk voegt zich naar die maat: geen overstek die in de weg zit bij het stapelen, geen rand die uitsteekt bij het transport over de weg. Onze platen worden op de millimeter geleverd, van 450 tot 8000 millimeter, precies om aan te sluiten op de maat van de unit in plaats van dat er op de bouwplaats iets wordt afgezaagd en dichtgekit. Dat is meteen ook waar de meeste slijtage in de eerste twintig jaar vandaan komt: niet van het weer, maar van de plek waar twee units tegen elkaar aan komen te staan, of waar een dakrand telkens opnieuw wordt vastgezet nadat de unit is verplaatst.
Stel een kantoorunit die in 2015 is geplaatst bij een bouwbedrijf als tijdelijk kantoor tijdens een verbouwing, twee jaar later is verplaatst naar een ander project, en daarna nog eens is doorverhuurd aan een school die tijdelijk extra klaslokalen nodig had. Bij elke verplaatsing is de unit los van de andere units gehaald, op een dieplader gezet, en op de nieuwe plek weer aangesloten op de buurunit. Het dakvlak zelf, de felsplaten met hun opstaande naad van 35 millimeter, heeft daar weinig van gemerkt: de fels ligt hoog genoeg dat er bij het loskoppelen niet snel iets beschadigt, en de klemmen onder de fels zitten verscholen, dus er is niets dat bij het hijsen kan afbreken. Wat wel aandacht vraagt, is de kitvoeg of de overgangsstrip tussen twee units: die wordt bij elke verplaatsing losgemaakt en opnieuw aangebracht, en dat is een onderdeel dat na verloop van tijd om vervanging vraagt, los van hoe het dakvlak van de plaat zelf erbij staat.
Bij een gestapelde unit, waarbij een tweede laag units boven op de eerste komt, ligt het dak van de onderste laag ineens binnen het gebouw. Dat verandert de vraag niet voor het bovenste dak, dat gewoon weer als een normaal plat dak fungeert vanaf zes graden helling, maar het maakt de onderste laag dak plots minder relevant voor het antwoord op deze vraag. Als u een unit koopt of huurt die al gestapeld staat, is het zinvoller om te vragen naar de staat van het bovenste dakvlak dan naar het vlak dat er niet meer als buitendak bij ligt. Dat is een detail dat bij een vast kantoorgebouw niet speelt, maar bij verplaatsbare en stapelbare units wel, en het is precies waarom deze vraag voor een unit anders beantwoord moet worden dan voor een gebouw dat op een fundering staat.
Omdat units in vaste, herhaalbare maten worden gebouwd, is de standaard werkende breedte van 475 millimeter bij felsplaten meestal goed te combineren met de breedte van de unit zonder dat er een smal reststrookje overblijft dat apart moet worden opgelost. Dat lijkt een detail voor de fabriek, maar het is relevant voor de vraag hoe lang het meegaat: een dak dat in hele, ongesneden banen is gelegd heeft minder naden en minder aansluitingen dan een dak waar met restjes is gewerkt, en elke extra naad is een plek waar in theorie iets kan gaan zitten. Bij een unit van bijvoorbeeld 2,4 meter breed betekent dat vaak dat het dakvlak in een paar banen dekt, in plaats van in tien smalle stroken.
Er zijn units waarbij deze platen niet de voor de hand liggende keuze zijn. Bij een unit die uitsluitend voor een paar maanden wordt neergezet en daarna wordt gesloopt in plaats van doorverhuurd, is de levensduur van het dakmateriaal niet de vraag die er speelt, en dan is een lichtere, goedkopere afwerking vaak logischer. Bij een unit met een dakhelling van minder dan zes graden is een andere dakbedekking nodig, en felsplaten zijn dan niet aan de orde. En bij een unit die heel vaak, bijvoorbeeld jaarlijks, wordt gedemonteerd tot losse wanden en vloeren voor opslag, ligt de nadruk minder op het dakvlak zelf en meer op hoe makkelijk het geheel uit elkaar te nemen is; daar is dit verhaal dan ook niet het eerste waar u naar moet kijken.
Als u een kantoorunit heeft, huurt of laat bouwen en wilt weten wat een felsplatendak daarop betekent voor de lange termijn, is het zinvol om vooraf te melden hoe vaak de unit naar verwachting verplaatst of gestapeld wordt. Dat bepaalt namelijk niet zozeer de levensduur van de plaat zelf, maar wel hoeveel aandacht de aansluitingen tussen units nodig hebben. Wij denken op tekening mee over de maatvoering van de platen op uw specifieke unit, zonder dat dat u iets kost, en leveren de banen op de millimeter zodat het dakwerk zich naar de fabrieksmaat voegt in plaats van andersom.