Klikzink

Dakhelling boerenschuur bij felsplaten: de ondergrens

De vraag welke dakhelling nodig is voor felsplaten op een boerenschuur heeft een kort antwoord: vanaf zes graden kan het. Dat is de technische ondergrens van het product, en die geldt voor elk gebouw waar we platen op leggen. Bij een boerenschuur is die grens echter niet het enige dat telt. Wat er bovenop komt is de vraag of het dak er tussen de oogst en het weiden door af en weer op kan, en of er onder de bestaande dakbedekking asbest zit dat eerst gesaneerd moet worden. Die twee dingen bepalen bij een schuur vaak meer over de haalbaarheid dan de helling zelf.

Waarom de helling op papier zelden het probleem is

De meeste boerenschuren die we tegenkomen hebben een helling tussen de vijftien en dertig graden, met het zadeldak als meest voorkomende vorm. Dat zit ruim boven de ondergrens van zes graden. Zelfs de lessenaarskappen op oudere jongveestallen, die vaak flauwer zijn uitgevoerd om de goothoogte te beperken, komen doorgaans nog boven die grens uit. Een schuur waar de helling werkelijk tegen het minimum aanzit, is bij ons de uitzondering, niet de regel. Waar de helling wél een rol speelt, is bij platte of nagenoeg platte aanbouwen: een werktuigenberging tegen de bestaande schuur aan, met een dakje van drie of vier graden. Daar is zes graden een harde grens, en onder die grens moet er water blijven wegwerken zonder dat het bij de fels naar binnen kan trekken. Bij twijfel meten we liever ter plekke dan dat we op een tekening afgaan, want een verzakte gording of een dak dat in de loop der jaren is doorgezakt, verandert de werkelijke helling zomaar een paar graden.

De asbestvraag komt eerst, de hellingsvraag daarna

Bij veel schuren van vóór de jaren negentig ligt er asbesthoudende golfplaat, en die combinatie met de helling werkt averechts op wat je zou verwachten. Een schuur met een steile kap is voor een aannemer prettiger om te saneren dan een schuur met een heel flauw dak, simpelweg omdat er meer ruimte is om materiaal veilig naar beneden te krijgen zonder dat het over het hele vlak schuift. Maar de helling zegt niets over of er asbest ligt, en dat moet eerst worden vastgesteld en verwijderd voordat er over de nieuwe dakbedekking gesproken kan worden. Wij leveren de felsplaten, wij saneren geen asbest, en dat volgorde-verhaal ligt bij de aannemer of het saneringsbedrijf. Wat wij wel meenemen in het gesprek: welke helling de nieuwe felsplaten krijgen, hoeft niet gelijk te zijn aan de oude. Een schuur met een asbestgolfplaat op een helling van tien graden houdt na sanering exact diezelfde helling, want de sporenconstructie verandert niet. De felsplaat volgt de bestaande kap, tenzij er ook aan de dakconstructie wordt gewerkt.

Wat de bedrijfsvoering betekent voor de planning, niet voor de helling

Hier zit het echte verschil met een woonhuis of een clubgebouw. Bij een schuur die in gebruik is, met vee erin of een oogst die op een bepaald moment binnen moet, is de vraag niet alleen welke helling het dak heeft, maar hoe snel het dak dicht kan na het openleggen. Een steiler dak, boven de vijftien graden, is voor de meeste aannemers prettiger werken: het water loopt sneller weg tijdens de sanering en de opbouw, en een tijdelijke afdekking met zeil houdt beter stand omdat er minder plassen blijven staan. Bij een heel flauw dak, richting de zes graden, moet je bij een onderbreking van het werk serieus rekening houden met opstuwend water op het zeil, en dat is bij een schuur waar het vee eronder loopt geen theoretisch risico maar een praktisch probleem. Wij hebben dat meegemaakt bij een rundveeschuur waar de sanering een weekend stillag: het platte gedeelte boven de voergang had bij regen al water op de folie staan voordat de ploeg maandag verder kon. Dat is geen reden om van felsplaten af te zien, wel een reden om de planning en de helling samen te bekijken voordat er iets wordt losgeschroefd.

Wanneer de helling wél reden is om iets anders te doen

Er zijn schuren waar we afraden om zomaar door te gaan met felsplaten op de bestaande helling. Dat is met name bij aanbouwen die naderhand tegen de hoofdschuur zijn gezet, vaak voor een werktuigenloods of een mestopslag, waar de helling om bouwkundige redenen tot twee of drie graden is teruggebracht. Onder de zes graden werkt de fels niet meer betrouwbaar, hoe zorgvuldig hij ook wordt gelegd, en dan is het antwoord niet een andere plaat maar een andere dakvorm: een iets steilere opbouw, of een overstek dat het water sneller laat wegkomen. Dat gesprek voeren we liever vooraf, op basis van een paar foto's en een schets, dan dat er eerst een sanering en een sloop plaatsvindt en dan blijkt dat de helling niet voldoet. Andersom komt het ook voor: een schuur met een steile kap van boven de veertig graden, vaak bij oudere hooibergconstructies. Daar is de helling geen probleem voor de plaat, maar wel voor de bevestiging en de veiligheid van het werk zelf, en dat vraagt om een andere aanpak in de uitvoering dan om een andere plaat.

Wat u nu met deze informatie kunt

Wilt u weten of de helling van uw schuur geschikt is en wat dat betekent voor de planning rond sanering en bedrijfsvoering, stuur ons dan een foto van het dak en, als u die heeft, een tekening met de hellingshoek. Wij kijken op basis daarvan mee, zonder dat dit iets kost, en geven aan waar de felsplaten op maat gezaagd of gewalst moeten worden om op uw kap te passen. Voor de asbestsanering zelf verwijzen we u naar een gespecialiseerd bedrijf, maar de aansluiting daarna, van sanering naar nieuw dak, denken we graag met u door.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink