Klikzink
Een zwembadoverkapping heeft zelden een echt hellend dak. Vaak is er net genoeg afschot gemaakt om water te laten lopen, en dat afschot ligt dicht bij de grens waarop felsplaten nog verantwoord toe te passen zijn. Wij hanteren zes graden als praktische ondergrens. Dat is geen ronde marketingcijfer maar de hoek waarbij water nog snel genoeg van het dak verdwijnt om de naden droog te houden. Bij een zwembadoverkapping komt daar iets bij dat bij een schuur of loods niet speelt: binnen hangt voortdurend warme, vochtige, chloorhoudende lucht. Die combinatie van minimale helling en agressief binnenklimaat maakt dat we dit dak anders beoordelen dan een gewoon plat dak met afschot.
Op een dak met flinke helling loopt water snel weg en heeft een minder perfecte naad weinig gevolgen. Bij zes tot ongeveer tien graden ligt dat anders. Water blijft langer op de plaat staan, vooral bij wind tegen de looprichting van de felsnaad in, en bij sneeuwval die blijft liggen tot de dooi. De staande fels van 35 mm is op zichzelf een goede naad: hoog genoeg om opstuwend water te weren, en blind bevestigd met klemmen onder de fels, zodat er geen schroefgaten in het vlak zitten waar water doorheen kan trekken. Maar de manier waarop die naad wordt afgewerkt bij de overgangen, dat is waar het op een dak met zo weinig helling misgaat of juist standhoudt.
Bij een zwembadoverkapping die wij recent beoordeelden, lag de kop van elke baan op een goot die met een te kleine overlap op de fels aansloot. Bij hevige regen liep water daar terug de naad in in plaats van de goot in. Op een steiler dak was dat nooit opgevallen, omdat het water met snelheid over die overgang heen was gegaan. Hier, met een helling van net boven de zes graden, bleef het water op de aansluiting staan en vond het de kortste weg naar binnen. De oplossing was niet een andere plaat, maar een andere daklengte per baan en een kopafwerking die het water actief van de naad af stuurt in plaats van erlangs te laten glijden.
Bij een minimale dakhelling proberen we de baanlengte zo te kiezen dat er zo weinig mogelijk dwarsnaden nodig zijn. Felsplaten zijn op de millimeter leverbaar van 450 tot 8000 mm, en bij een zwembadoverkapping met een overspanning die binnen die lengte past, leggen we het liefst één ononderbroken baan van goot tot nok, of van gevel tot gevel bij een lessenaarsdak. Elke dwarsnaad is namelijk een extra risicopunt, en bij weinig afschot is dat risico groter dan bij een steil dak. Is de overkapping te lang voor één baan, dan leggen we de overlap zo dat de hoger gelegen baan over de lager gelegen baan valt, met voldoende overlap om opstuwend water bij harde regen op te vangen. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar we zien geregeld overkappingen waar de vorige dekker de overlap net aan de minimale kant heeft gehouden om platen te sparen. Bij zes graden afschot is dat de plek waar het als eerste lekt.
De looprichting van de banen volgt het afschot, niet de lengte van het gebouw. Bij een zwembadoverkapping met een rechthoekige plattegrond en een lessenaarsdak is dat meestal dezelfde richting, maar bij een overkapping met een flauwe tentvorm of een dak dat in het midden afwatert, moet je de indeling apart bekijken. We hebben een overkapping gezien waar de banen om esthetische redenen in de lengte van het gebouw waren gelegd, terwijl het afschot dwars daarop liep. Daar stond na iedere regenbui water in de plooien tussen de felsen, simpelweg omdat het water geen kant op kon zonder dwars over een naad te lopen.
De randen van een zwembadoverkapping zijn vaak drukker dan bij een gewone loods, doordat er glazen gevelpanelen, schuifwanden of luchtroosters in zitten. Iedere doorbreking van het dakvlak is een plek waar de felsnaad wordt onderbroken en waar we met loodslabben, kraalprofielen of een aparte gootconstructie moeten werken. Bij een dak met weinig helling geven we deze randdetails meer overlap dan gebruikelijk, en we kiezen de plaatsing van doorvoeren zo dat ze niet in de laagste lijn van het afschot vallen, waar water het langst blijft staan. Een dakraam of een klimaatunit die toch op die laagste lijn moet, krijgt een verhoogd opstandje, ook als de fabrikant van die unit zelf een lager opstandje toestaat. Dat kost een paar centimeter extra hoogte in het aanzicht, maar het is het verschil tussen een droge en een natte doorvoer bij dit soort platte daken.
De drempel bij de gevel, waar het dakvlak overgaat in een verticaal vlak, verdient bij een zwembadoverkapping ook aandacht. Bij glazen schuifwanden ligt de onderkant van het dakvlak vaak net iets lager dan bij een gemetselde gevel, en de aansluiting tussen fels en het kozijnprofiel moet dan met een aparte strook worden overbrugd. Wij werken die strook het liefst mee in de plaat zelf, met een extra opstaande rand die in hetzelfde materiaal is gezet, zodat er geen kitvoeg nodig is die na een paar jaar moet worden vervangen.
Al deze randdetails zijn nodig, maar bij een zwembadoverkapping wordt het dak niet primair bedreigd door regen. Het wordt bedreigd door de lucht die van binnenuit tegen de onderkant van de plaat drukt. Zwemwater verdampt voortdurend, en die damp is warm, vochtig en chloorhoudend. Komt die damp door de dakconstructie heen, dan condenseert hij tegen de koude onderkant van de stalen plaat, en daar begint corrosie die je van buiten pas ziet als het al langere tijd speelt. Onze coating van 50 micrometer beschermt de buitenkant goed tegen weer en wind, maar de binnenkant van de plaat is bij een zwembad afhankelijk van wat de bouwer aan dampremming en ventilatie heeft gedaan.
Een sluitende dampremmer aan de warme, binnenste zijde van de constructie is bij een zwembadoverkapping geen aanvullende maatregel maar de kern van de opgave. Iedere naad in die dampremmer, iedere doorvoer van een lichtpunt of een sensor, is een plek waar vocht toch naar binnen kan trekken. Daarnaast is er ventilatie nodig tussen de dampremmer en de onderkant van de felsplaat, zodat vocht dat er toch doorheen komt, kan wegdrogen voordat het schade aanricht. Bij een dak met weinig afschot is die spouwventilatie extra belangrijk, omdat de luchtstroom door de geringe hoogteverschillen in de constructie vanzelf al traag is. Wij denken hierin mee op basis van de bouwtekening, en dat advies kost niets, maar de uitvoering van de dampremmer ligt bij de bouwkundig aannemer, niet bij ons als leverancier van de dakbedekking.
Is de dakhelling van de overkapping lager dan zes graden, dan raden we felsplaten af, hoe graag de architect ook voor stalen felsplaten kiest. Bij minder helling is er een dakbedekkingssysteem nodig dat is ontworpen om permanent met stilstaand water te functioneren, en dat is een andere categorie dan een gefelst stalen dak. Ook als de constructie van de overkapping geen ruimte laat voor een goede spouwventilatie, bijvoorbeeld bij een compacte, ongeventileerde dakopbouw zonder luchtspouw, is het beter eerst die opbouw aan te passen dan de dakbedekking te kiezen en te hopen dat het vocht zich wel schikt.
Heeft u de bouwtekening van de overkapping met de dakhelling en de opbouw van binnen naar buiten, dan kunnen wij daar op basis van de baanindeling en de randdetails naar kijken en aangeven of de zes graden in uw geval voldoende is voor een sluitend systeem. Dat meedenken kost niets en helpt u eerder dan een offerte om te bepalen of felsplaten hier de juiste keuze zijn.