Klikzink
Bij een gewone woning is de dakrand het laatste dat wordt bedacht. Bij een mantelzorgwoning is het vaak het eerste probleem waar de aannemer op stuit, en niet omdat de fabricage anders is. Het zit in de vergunning. Een mantelzorgwoning staat er tijdelijk, moet soms binnen een paar jaar weg of verplaatst kunnen worden naar een andere plek op het perceel, en de opbouw is vaak zo licht en demontabel mogelijk gehouden. Dat heeft rechtstreeks gevolgen voor hoe de goot en de dakrand worden uitgevoerd, en dat is precies waar we het hier over hebben.
Een vast gebouw krijgt een dakrand die voor decennia vastligt: ingemetseld, verankerd, met een gootconstructie die op de fundering rust. Bij een mantelzorgwoning ligt dat anders. Als de woning op een verplaatsbare fundering staat, of op poeren die er weer uit kunnen, moet de dakrand zo zijn afgewerkt dat hij loskomt zonder dat er iets scheurt, lekt of achterblijft aan schroeven en kit die je bij demontage moet doorslijpen. Wij zien dat aannemers dit punt regelmatig onderschatten: ze werken de rand af zoals ze dat altijd doen, en komen er bij de eerste verplaatsing achter dat de gootrand vastzit aan het onderliggende dakbeschot met een lijmkit die niet meer loskomt zonder de plaat te beschadigen.
Onze felsplaten worden blind bevestigd: de klemmen zitten onder de staande fels, er gaat geen schroef door het zicht van de plaat. Bij een vast dak is dat vooral een kwestie van uiterlijk en een lagere kans op lekkage rond de bevestigingspunten. Bij een mantelzorgwoning is er een tweede voordeel dat bij een vast gebouw niet meespeelt: als de opbouw ooit gedemonteerd moet worden, zit de bevestiging aan de gootrand niet vast in het hout of de gevelbeplating zelf, maar in de klem. Dat maakt het makkelijker om de randafwerking in delen te demonteren zonder het beschot te beschadigen, wat weer meespeelt als de constructie herbruikt wordt op een andere locatie. Dit is geen reden om voor felsplaten te kiezen als de mantelzorgwoning nooit meer van zijn plek komt; dan is het verschil met een geschroefde regel minimaal. Het telt pas als verplaatsing of demontage in de vergunning of het bouwplan al is voorzien.
De vergunning voor een mantelzorgwoning is vaak tijdelijk en gekoppeld aan een zorgsituatie die kan veranderen. Aannemers plannen deze klussen daarom vaak strak: het dak moet in één dag dicht, inclusief de randen, omdat de bewoner niet een week met een halfopen dak kan zitten en omdat de bouwtijd op de vergunning soms is meegewogen. Voor de dakvlakken zelf is dat met felsplaten te doen omdat de banen op maat tot 8000 mm worden geleverd en er dus weinig aansluitingen op het vlak zelf nodig zijn. Maar de goot en de dakrand zijn waar een dag alsnog kan uitlopen, want daar komen meerdere onderdelen samen: de gootbak, de eindkap, de aansluiting op de gevel, en bij een mantelzorgwoning vaak ook nog een tijdelijke aansluiting op een tuinhuis of berging naast de woning. Wij leveren de randstroken en de gootbekleding op maat mee met de platen, op de millimeter, zodat dit op de bouwplaats geen kwestie van passen en zagen wordt maar van monteren. Dat scheelt op de dag zelf het meest, meer dan op het dakvlak.
Een voorbeeld uit de praktijk: bij een mantelzorgwoning met een lessenaarsdak van ruim vijf meter breed liep de dakrand aan de laagste zijde vlak boven een terrasoverkapping die al stond. De goot moest daar smal blijven om de doorloophoogte niet te verliezen, en tegelijk zo zijn bevestigd dat de hele randconstructie er bij een eventuele verplaatsing van de woning in één stuk af kon. Dat is met een klemsysteem onder de fels op te lossen door de gootbak apart te monteren op een drager die los van het dakbeschot vastzit, in plaats van de gootbak rechtstreeks aan het beschot te schroeven. Bij een vast gebouw zou niemand deze moeite nemen; daar schroef je de goot gewoon vast en is de discussie gesloten.
Als de mantelzorgwoning een vaste plek krijgt zonder enig voornemen tot verplaatsing, en de vergunning is niet aan een termijn gebonden maar bijvoorbeeld omgezet naar een bijgebouw met een andere bestemming, dan is er geen reden om de dakrand duurder of ingewikkelder te maken dan bij een gewoon bijgebouw. Een gewone geschroefde gootrand is dan net zo goed, en soms goedkoper omdat er geen aparte drager nodig is. Ook als de opbouw dermate licht is dat de hele mantelzorgwoning in één keer wordt opgetild en verplaatst, inclusief dak, heeft de manier waarop de dakrand vastzit aan het beschot weinig invloed: de constructie gaat toch als geheel mee, en de klemverbinding levert dan geen tijdwinst op bij demontage omdat er niets wordt gedemonteerd. Het detail dat we hier beschrijven is dus vooral van belang bij mantelzorgwoningen die in delen worden opgebouwd en ook weer in delen uit elkaar gehaald kunnen worden, of waarbij de dakbedekking los van de draagconstructie een tweede leven kan krijgen.
Een ander punt waar we op letten: bij een dakhelling net boven de zes graden, wat bij veel mantelzorgwoningen met een vlak of licht hellend dak voorkomt, is de afwatering naar de goot minder vanzelfsprekend dan bij een steil dak. De felsen liggen dan dicht bij het minimum waarbij het systeem nog goed afwatert, en de aansluiting op de gootrand moet preciezer worden uitgevoerd om plasvorming bij de rand te voorkomen. Dat is geen reden om van het materiaal af te zien, maar wel iets om bij de tekening al te bespreken in plaats van het op de bouwplaats te ontdekken.
Als u een mantelzorgwoning bouwt of laat bouwen die ooit verplaatst of gedeeltelijk gedemonteerd moet kunnen worden, is het praktisch om de randafwerking al op de tekening mee te nemen voordat de platen besteld worden. Stuur ons de maatvoering van de goot en de dakrand, inclusief eventuele aansluitingen op een berging of overkapping die al staat, en wij denken gratis mee over hoe de randstroken op maat worden meegeleverd. Zo staat op de dag van montage niet alleen het dakvlak, maar ook de rand waar het water het dak verlaat.