Klikzink

Kapschuur moderniseren met felsplaten

Een kapschuur is vaak het gebouw op het erf dat het langst hetzelfde is gebleven. De muren zijn misschien al eens opnieuw gevoegd, er is een deur vervangen of een stuk goot vernieuwd, maar het dak ligt er meestal nog bij zoals het er vijftig jaar geleden bij lag: verweerde pannen, een verzakte nok, hier en daar een plaat die niet meer helemaal aansluit. Als u dat dak vervangt door felsplaten, verandert er meer aan het aanzicht van het gebouw dan aan welk ander onderdeel dan ook. Dat is precies waarom het de moeite waard is om hier goed over na te denken, en waarom het niet in elke situatie de juiste ingreep is.

Een kapschuur ontleent zijn karakter aan de vorm van het dakvlak: de helling, de lengte van de vlakken, de manier waarop het geheel oprijst boven de wanden. Felsplaten leggen daar een andere structuur op dan pannen. In plaats van een oppervlak dat is opgebouwd uit duizenden kleine eenheden met slagschaduw en textuur, krijgt u lange, vlakke banen met een rechte lijn op de fels. Van dichtbij is dat een duidelijk andere textuur; van een afstand, wat bij een schuur op een erf vaak de gangbare kijkafstand is, wordt het dakvlak rustiger en strakker. Bij een kapschuur die tussen oudere gebouwen staat, in een lint van boerderijen of aan de rand van een dorp, kan die rust precies zijn wat het aanzicht nodig heeft. Bij een schuur die juist zijn waarde ontleent aan het ambachtelijke, verweerde beeld, kan diezelfde rust ook het karakter wegnemen dat u wilde behouden.

De kleurkeuze is hier het instrument, niet de bijzaak. Nordic Night Black voegt zich meestal het meest terughoudend in een landelijke omgeving; het dakvlak valt weg tegen de lucht en trekt weinig aandacht naar zichzelf, terwijl de vorm van de kap wel goed leesbaar blijft. Slate Grey ligt dichter bij de kleur van oudere zink- of leidaken en past goed bij een schuur die naast een ouder hoofdgebouw staat waarvan u de uitstraling wilt laten meespelen. Metallic Dark Silver heeft iets meer glans in de waarneming, ook al blijft de glansgraad laag, en dat maakt het dakvlak net iets aanwezig, wat bij een schuur die u juist als blikvanger op het erf wilt laten functioneren goed kan werken. Drie kleuren is een beperkt palet, en dat is precies de reden dat de keuze ertoe doet: er is geen ruimte om een fout in kleur te compenseren met een andere kleur.

Waar het aanzicht wint, moet de rest van het gebouw het verdragen

De reden dat we bij een kapschuur niet zomaar over het beeld kunnen praten zonder de constructie erbij te betrekken, is de combinatie van drie dingen die bij dit gebouwtype vaker samenkomen dan bij een woonhuis of een bedrijfshal: een grote open overspanning zonder tussenwanden, gordingen die op ruime afstand van elkaar liggen omdat er nooit isolatie of een zwaarder dakpakket op moest, en een binnenklimaat dat niet verwarmd of geventileerd wordt zoals in een bewoond gebouw. Die combinatie maakt condens hier tot de vraag die alles bepaalt, meer dan bij enig ander gebouw waar we felsplaten op leggen.

Wat er gebeurt is dit. Overdag warmt de lucht in de schuur op, en die lucht bevat vocht: van de grond, van opgeslagen hooi of hout, van dieren als de schuur die functie heeft, soms simpelweg van buitenlucht die naar binnen waait. Zodra de temperatuur zakt, meestal 's nachts, koelt de onderkant van een stalen dakplaat sneller af dan de lucht daaronder. Op dat koude staal condenseert het vocht. Bij een geïsoleerd dak wordt dat probleem opgevangen door de isolatie en een dampremmende laag; bij een kapschuur zonder isolatie ontbreekt die buffer volledig, en de druppels vallen rechtstreeks naar beneden. Bij een grote open overspanning is er geen tussenwand of tussenvloer die dat opvangt: het drupt over de volle breedte van het gebouw, op wat er ook onder staat.

Dit is niet een reden om van felsplaten af te zien, maar wel een reden om vooraf te bepalen wat er in de schuur gebeurt en gaat gebeuren. Een kapschuur die dienst doet als machineberging, waar het niet erg is als er af en toe wat vocht neerslaat op een betonvloer, kan met een enkelvoudige plaat zonder anticondensvoorziening goed uit de voeten. Een kapschuur waar hooi, stro, gereedschap met houten onderdelen of iets anders vochtgevoelig staat, verdient een anticondensvoorziening onder de plaat, of op zijn minst een dakopbouw die voldoende ventilatie tussen plaat en ruimte toelaat om het vocht af te voeren voordat het zich verzamelt. Dat is een beslissing die u vóór de bestelling neemt, niet iets wat u achteraf oplost door een emmer neer te zetten.

De ruime afstand tussen de gordingen speelt hierbij een tweede rol, los van de condens. Bij een kapschuur met een oude, lichte kapconstructie zijn de gordingen vaak geplaatst op een maat die bij de oorspronkelijke, lichte dakbedekking paste, en niet noodzakelijk op een maat die voor elke dakplaat werkt. Felsplaten van 0,55 mm zijn met ongeveer vijf kilo per vierkante meter niet zwaar, en de platen zijn tot op de millimeter leverbaar, wat helpt om ze precies tussen de bestaande spanten te laten aansluiten. Maar de overspanning tussen twee gordingen bepaalt hoeveel de plaat mag doorbuigen, en bij een ruime, onregelmatige gordingmaat uit een oudere constructie is dat niet iets wat u met het blote oog beoordeelt. Voordat we een plaat op maat walsen, kijken we mee op de bestaande tekening of, als die er niet is, op maten die u ons doorgeeft van de bestaande situatie. Dat meedenken op tekening kost niets, en het scheelt achteraf een hoop als de gordingafstand net anders blijkt te zijn dan verwacht.

Wanneer het aanzicht wel verandert maar de schuur er niet beter van wordt

Er zijn kapschuren waarbij een nieuw felsdak het aanzicht verbetert zonder dat er verder iets aan de hand is: de constructie is gezond, de overspanning is bekend, het gebruik van de schuur is droog en het gaat vooral om een dak dat afgeleefd is. Daar is de ingreep precies wat de vraag suggereert: het gebouw ziet er met relatief weinig geld aanzienlijk anders uit.

Maar bij een kapschuur waar de kapconstructie zelf al zwak is, waar de gordingen doorbuigen of waar houtrot in de spanten zit, verandert een nieuw dak niets aan het onderliggende probleem. Het aanzicht wordt beter, de constructie niet, en dat is een volgorde die zich vroeg of laat wreekt. Ook bij een schuur die u eigenlijk wilt gaan isoleren en in gebruik nemen als werkruimte, is het geen goed idee om nu een dak zonder anticondensvoorziening te plaatsen en dat later te repareren: dat is een tweede ingreep die duurder uitpakt dan wanneer u de keuze in één keer goed maakt.

Wilt u weten wat er bij uw kapschuur kan, dan helpt het om vooraf de overspanning, de gordingafstand en het toekomstige gebruik op een rij te hebben. Stuur ons een foto van de bestaande situatie en de maten die u heeft, dan denken we mee over de platen en de kleur die bij uw gebouw en uw erf passen.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink