Klikzink
Een kantoorunit staat er meestal niet voor de eeuwigheid, maar ook niet voor vijf jaar. Units worden verplaatst, gestapeld, doorverhuurd, soms tien of vijftien jaar op één plek gezet en dan weer elders neergezet. Die onzekere levensduur maakt de keuze tussen bitumen en felsplaten anders dan bij een gebouw dat vaststaat. U kiest niet alleen een dakbedekking, u kiest ook hoe het dak zich gedraagt als de unit een tweede of derde leven krijgt.
Bitumen is de gangbare keuze op het vlakke dak van een unit, en dat is niet zonder reden. Het is snel aan te brengen, het volgt elke vorm van het dakvlak en de kosten liggen laag. Voor een unit die na een paar jaar toch wordt afgeschreven of vervangen, is dat vaak een verstandige keuze. Waarom zou u meer investeren in een dak dat de unit zelf misschien niet overleeft.
Bitumen daken op units krijgen te maken met iets wat op een vast gebouw minder speelt: transport en herplaatsing. Een unit die van de ene locatie naar de andere wordt gereden, wordt getild, gekanteld en weer neergezet. Bitumen is niet star, maar de naden en de opstanden bij randen en doorvoeren zijn de plekken waar dat soort bewegingen het eerst een lek veroorzaken. Bij een unit die op zijn plek blijft staan valt dat risico weg, en dan is bitumen een prima en betaalbare keus. Bij een unit die na verloop van tijd wordt verplaatst, is het iets om vooraf te wegen.
De tweede kwestie is herstelbaarheid, en die ligt bij bitumen eigenlijk gunstig. Een lek in een bitumen dak is doorgaans lokaal te vinden en te repareren met een reparatieset of een nieuwe laag op die plek. Dat is een van de sterke kanten van bitumen: het probleem zit vaak op één plaats en blijft daar ook. De keerzijde is de levensduur van het geheel. Bitumen droogt in de loop der jaren uit, wordt stugger, en na verloop van tijd is niet één plek aan vervanging toe maar het hele dakvlak. Bij een unit die twintig jaar op dezelfde plek blijft staan, is dat een moment dat u vroeg of laat inplant.
Felsplaten zijn stalen banen van 0,55 millimeter met een haaks opstaande fels van 35 millimeter, blind bevestigd met klemmen onder die fels. Er zitten geen schroeven door het dakvlak, en de platen worden op maat gewalst tussen 450 en 8000 millimeter. Voor een unit met een vaste fabrieksmaat betekent dat: het dakwerk voegt zich naar de afmeting van de unit, niet omgekeerd. Er is geen overlap nodig die bij bitumen soms wel ontstaat als een baan net niet past.
De levensduur van het staal zelf is aanmerkelijk langer dan die van bitumen, en dat is precies waar de afweging omslaat. Bij een unit die voor een langere periode blijft staan, telt dat verschil. Maar diezelfde lange levensduur is ook waar felsplaten minder gemakkelijk zijn dan bitumen: een fels die beschadigd raakt bij transport, is niet met een reparatieset te verhelpen. Er moet een nieuwe baan gewalst en ingepast worden. Dat is geen groot probleem als de unit vaststaat, maar bij een unit die regelmatig wordt opgetild en verplaatst, is dat een reëel risico om mee te nemen in de beslissing. Een deuk in een felsplaat door een hijsband of een vorkheftruck is minder onschuldig dan een schaafplek in bitumen.
Bij een kantoorunit kijkt bijna iedereen naar het dak vanaf de begane grond of vanaf een naburig gebouw, zelden van boven. Dat verandert wat er werkelijk telt in het aanzien. Bitumen op een vlak dak is vanaf de grond nauwelijks te zien, en dat is precies het punt: het is een neutrale, onopvallende afwerking die niemand opvalt, in positieve of negatieve zin.
Felsplaten zijn wel zichtbaar zodra het dak enige helling heeft of zodra de unit hoger is dan de omgeving, zoals bij gestapelde units of een unit naast een lager gebouw. De lijnen van de felsen, in Nordic Night Black, Slate Grey of Metallic Dark Silver, geven het dak een strak, herkenbaar beeld met een lage glansgraad. Voor een unit die aan de straatkant staat, bij een schoolterrein of op een bedrijventerrein waar de units het gezicht van de locatie bepalen, is dat een reden om voor felsplaten te kiezen, ook als het financiële plaatje op de bitumen keuze wijst. Voor een unit die op een achterterrein staat, tussen andere bebouwing, weegt dat argument veel minder.
Het is niet zo dat felsplaten hier altijd de voorkeur verdienen. Bij een unit die tijdelijk is neergezet voor een project van een paar jaar, met een duidelijk einddatum, is bitumen vaak de logische keuze: lagere kosten, snelle montage en een dak dat niet meer moet meegaan dan de unit zelf. Ook bij units die met enige regelmaat worden verplaatst tussen locaties, is bitumen minder kwetsbaar voor de fysieke belasting die daarbij ontstaat.
Bij een dakhelling van minder dan zes graden is bitumen technisch de aangewezen route; felsplaten vragen die minimale helling om water goed af te voeren. Bij een volledig vlak dak zonder enig afschot komt u dus vaak toch bij bitumen terecht, wat de duurzaamheid van de opstelling ook is.
Staat de unit voor langere tijd op één plek, is er enige dakhelling of kan die eenvoudig worden aangebracht, en telt het aanzien vanaf de grond, dan is de afweging vaak omgekeerd. De langere levensduur van het staal weegt dan op tegen de hogere aanschaf, en de blinde bevestiging zonder doorboringen scheelt op de lange termijn in het aantal plekken waar een lek kan ontstaan. Voor gestapelde units, waarbij het dak van de onderste laag ook nog het loopvlak of zicht bepaalt voor de bovenste, is de vlakke, felsloze onderkant van het profiel eveneens een praktisch voordeel.
Om tot een goede keuze te komen, is het nuttig om vooraf te weten hoe lang de unit op de huidige plek blijft staan, of er sprake is van stapeling of verplaatsing, en welke kant van het gebouw het meest in het zicht ligt. Die drie gegevens bepalen in de praktijk meer dan de vergelijking tussen de materialen op zichzelf. Wilt u dat voor uw situatie doorrekenen, dan denken wij daarin mee op basis van de tekening van de unit.