Klikzink
Een bungalow met een schilddak heeft een vorm die er rustig uitziet, maar op het dak zelf gebeurt er meer dan bij een zadeldak. Vier vlakken lopen naar elkaar toe, er zijn vier hoekkepers, en omdat een bungalow van zichzelf laag is, is de verhouding tussen dakvlak en gevel groot. Het dak is bij dit type woning het gezicht van het huis. Wat daar gebeurt met de banen, de kepers en de randen, bepaalt of het strak oogt of rommelig.
Bij een zadeldak legt u de banen simpel van goot naar nok, in één rechte lijn, op elk vlak apart. Bij een schilddak op een bungalow ligt dat anders. De vier vlakken zijn vaak niet gelijk van vorm: het voor- en achtervlak zijn meestal groter dan de twee zijvlakken, en soms staat de nok niet centraal. Dat betekent dat u voor elk vlak apart moet bepalen waar de banen beginnen en hoe ze aflopen op de hoekkeper. Omdat wij op de millimeter leveren, van 450 tot 8000 mm werkende lengte, kan de plaat precies op maat gemaakt worden voor elk vlak. Maar de keuze waar de eerste baan valt en hoe de resterende breedte verdeeld wordt over het vlak, dat werk moet vooraf op tekening gebeuren. Doet u dat niet, dan krijgt u aan één kant een volle baan en aan de andere kant een smal reststrookje van tien centimeter naast de kepers. Dat ziet u van de grond af meteen, zeker bij een laag dak waar je als voorbijganger recht tegen het dakvlak aankijkt.
Een praktijkvoorbeeld: bij een bungalow met een dakvlak van ruim negen meter breed hebben we de indeling zo gelegd dat de banen symmetrisch om het midden vallen, met aan beide zijden een gelijke reststrook tegen de hoekkeper. Dat kost in de voorbereiding een half uur rekenwerk, maar het scheelt op het dak een compromis dat je nooit meer ongedaan maakt. Wij denken daar op tekening in mee, zonder dat dit iets kost.
Op een zadeldak heeft u twee schuine kepers of helemaal geen. Op een schilddak zijn het er standaard vier, en bij een bungalow lopen die kepers vaak over een relatief lang traject omdat het dakvlak groot is ten opzichte van de bouwhoogte. Op elke keper komen de platen van twee vlakken samen onder een hoek die niet negentig graden is. Dat vraagt om zorgvuldig inmeten en zagen op de bouwplaats, en om een kepermbeslag dat de aansluiting waterdicht afwerkt zonder dat er een zichtbare naad ontstaat die niet in lijn ligt met de felsen ernaast.
De fels van 35 mm die haaks op de plaat staat, is bedoeld om over de volle lengte van een baan een dichte, blinde bevestiging te geven. Bij een rechte baan van goot tot nok werkt dat vanzelf. Bij een keper moet de plaat op maat versneden worden en moet de fels op de juiste plek weer aansluiten op het volgende deel. Een baan die halverwege een keper kruist en daar niet exact is afgekort, geeft een sprong in de lijnvoering die op een laag hellend dak van veraf al opvalt. Op een steil dak van dertig graden zie je dat soort onregelmatigheden minder, omdat het perspectief het vervormt; op een bungalowdak met een helling van bijvoorbeeld tien tot vijftien graden ligt het vlak bijna in het gezichtsveld en valt elke afwijking op.
Bij veel bungalows staat er een schoorsteen midden op een van de vlakken, of een klein dakraam. Op een schilddak met beperkte hoogte heeft zo'n doorvoer meteen invloed op de baanindeling van het hele vlak, omdat er geen ruimte is om de doorvoer simpelweg tussen twee banen te laten vallen zonder dat het beeld verstoord wordt. Hier geldt: bepaal eerst de positie van de doorvoer, reken daar de banen omheen, en pas dan de resterende ruimte aan de randen aan. Andersom werken, dus eerst de banen leggen en dan kijken waar de schoorsteen toevallig uitkomt, geeft bijna altijd een lelijke oplossing.
Op een schilddak lopen alle vier de gootranden rond het hele gebouw, in plaats van de twee randen die een zadeldak heeft. Dat betekent vier keer een aansluiting op de goot, vier keer een eindkantafwerking, en op elke hoek een aansluiting tussen twee gootranden die elkaar onder een hoek raken. Bij een bungalow met een lage dakvoet is deze rand het eerste wat opvalt vanaf de grond. Een gootrand die net niet strak doorloopt, of waarvan de eindkant net iets anders is afgewerkt dan de rest, trekt de aandacht.
Boven, bij de nok, komt bij een schilddak geen gewone nokafwerking zoals bij een zadeldak, maar een punt waar vier vlakken samenkomen, of een korte noklijn als het dak niet helemaal spits toeloopt. Die overgang is qua materiaal en verwerking niet ingewikkeld, maar hij moet wel exact passen op de baanindeling die u bij de start hebt gekozen. Een nokdetail dat is voorbereid zonder dat de banen van de vier vlakken daar precies op aansluiten, geeft een verspringing die u niet meer kunt herstellen zonder platen te vervangen.
Felsplaten zijn toepasbaar vanaf een dakhelling van zes graden, en veel bungalows met een schilddak zitten dicht bij die ondergrens of net erboven. Bij zo'n flauwe helling loopt regenwater langzamer af, en dat vraagt om extra aandacht bij de felsverbindingen dwars op de waterloop en bij de aansluitingen op de hoekkepers, waar water van twee vlakken samenkomt en sneller stroomt dan op het rechte vlak zelf. Bij een steiler dak is die keperbelasting kleiner. Hoe flauwer de helling, hoe belangrijker het is dat de kepers goed zijn uitgevoerd, met voldoende overlap en een juiste val van het water naar de goot.
Het felssysteem is geschikt voor elke dakvorm binnen de genoemde hellingsgrens, maar bij een schilddak met heel veel kleine, verspringende vlakken, dus niet vier nette vlakken maar een dak met meerdere kapjes, erkers en aanbouwen die allemaal op verschillende hoogtes aansluiten, wordt de baanindeling zo versnipperd dat de rust die felsplaten normaal geven, verloren gaat. Dan bestaat het dak uit zoveel korte reststroken en kepertjes dat het resultaat eerder een lappendeken is dan een strak vlak. In zo'n geval is het goed om vooraf op tekening te bekijken of het beeld nog overeind blijft, voordat u aan de uitvoering begint.
Heeft u een bouwtekening of een dakopname van uw bungalow, dan kunnen wij daarop laten zien hoe de banen het beste over de vier vlakken verdeeld worden en hoe de hoekkepers en de gootranden daarop aansluiten. Dat meedenken op tekening kost niets en voorkomt dat u pas op het dak zelf ontdekt dat de indeling niet klopt. Stuur de tekening in, of bel ons om te bespreken wat er nodig is voor uw dak.