Klikzink
Bij een bedrijfsloods komt de vraag naar het verschil met echt zink meestal niet uit interesse in materiaalkunde. Ze komt op omdat er een dak ligt van dertig, veertig of zeventig meter lengte, en iemand wil weten of dat met stalen felsplaten net zo goed kan als met zink. Het antwoord hangt vooral af van één eigenschap: uitzetting. En bij lange dakvlakken telt die eigenschap zwaarder mee dan bij een schuur of een woonhuis, omdat de lengte van de banen en het aantal naden per dakvlak hier veel groter is.
Zink zet ongeveer twee keer zoveel uit als staal bij temperatuurwisseling. Dat verschil lijkt op papier misschien niet groot, maar over een baanlengte van vijftien of twintig meter loopt het op tot een verplaatsing die je in de uitvoering moet opvangen. Bij zink doet men dat traditioneel met schuivende bevestiging en een beperkte baanlengte per veld. Bij onze felsplaten, die van Sendzimir verzinkt staal met een organische coating zijn gemaakt, is die uitzetting ongeveer de helft. Dat betekent niet dat er geen rekening mee gehouden wordt, maar wel dat de marges ruimer zijn en de uitvoering eenvoudiger.
Een bedrijfsloods heeft vaak dakvlakken die in één richting doorlopen zonder onderbreking: geen dakkapellen, geen schoorstenen, geen knik in het vlak. Dat is precies de situatie waarin baanlengte een rol speelt. Onze felsplaten zijn leverbaar op maat, tot 8000 mm, en worden met eigen walsmachines op de millimeter gemaakt. Voor een dakvlak van bijvoorbeeld twaalf meter kan dat in principe met een beperkt aantal dwarsnaden, of soms zelfs zonder, afhankelijk van de gekozen lengte en de aanvoer op de bouwplaats.
Bij zink ligt dat anders. Doordat zink meer uitzet, wordt daar vaker gewerkt met kortere banen en constructieve overlappen of schuifverbindingen, juist om de beweging op te vangen zonder dat de fels of de bevestiging onder spanning komt. Op een lang dakvlak van een loods leidt dat tot meer naden en meer werk in de uitvoering. Met stalen felsplaten is de kans groter dat een dakvlak in minder stukken gelegd kan worden, wat op een groot oppervlak in de praktijk merkbaar is in de hoeveelheid felswerk en de doorlooptijd op het dak.
Het is niet zo dat langere banen altijd beter zijn. Bij transport en montage moet een lange plaat wel hanteerbaar blijven, en bij zeer lange dakvlakken wordt soms toch gekozen voor een praktische ondergrens, ook bij staal. Maar de ruimte om met langere, doorlopende banen te werken is bij staal groter dan bij zink, en dat is precies waarom deze vraag bij een loods met lange dakvlakken vaker gesteld wordt dan bij een klein gebouw.
Bij beide materialen wordt blind bevestigd, onder de fels, zodat er geen doorboringen in het zichtvlak zitten. Bij onze platen gebeurt dat met klemmen die de plaat vasthouden maar ook enige beweging toelaten, want ook staal beweegt, alleen minder dan zink. Op hout wordt met schroeven bevestigd, op een stalen ondergrond met zelfborende schroeven. Bij een lange rechte kap zoals bij een loods gaat het om een regelmatig patroon van klemmen over de volle laglengte, waarbij de afstand tussen de klemmen en de ruimte die de klem aan de plaat geeft is afgestemd op de te verwachten uitzetting van het materiaal.
Omdat staal minder beweegt, is de marge in de klem kleiner nodig dan bij zink. Dat scheelt niet dramatisch in het aanzien van het dak, maar het scheelt in de gevoeligheid van de detaillering bij het maken van overgangen, randen en aansluitingen op lichtkoepels of dakdoorvoeren, die op een loodsdak vaak in groten getale voorkomen. Elke doorvoer is een punt waar de plaat rond moet kunnen bewegen zonder dat er scheuren of lekkages ontstaan. Bij een dak met veel van zulke punten, wat bij bedrijfsgebouwen met klimaatinstallaties op het dak geregeld het geval is, telt een kleinere bewegingsmarge in het voordeel van de uitvoering.
Het zou onjuist zijn om te zeggen dat staal in alle situaties de voordeliger keuze is. Zink heeft een eigen patina, een verweringsbeeld dat na verloop van tijd ontstaat en dat door sommige opdrachtgevers bewust gezocht wordt, bijvoorbeeld bij gebouwen waar een bepaalde uitstraling gewenst is die aansluit bij een bestaand zinkdak in de omgeving, of bij een representatief kantoorgedeelte aan een bedrijfsloods waar architectonische overwegingen zwaarder wegen dan praktische. Onze felsplaten zijn juist voorzien van een vaste, matte kleur, Nordic Night Black, Slate Grey of Metallic Dark Silver, die niet verweert zoals zink dat doet. Wie dat verweringsbeeld wil, moet dus niet naar staal kijken.
Ook bij zeer kleine dakvlakken met veel richtingsveranderingen, waar de baanlengte toch al beperkt is door de vorm van het dak, is het verschil in uitzetting van minder belang, en kan de keuze eerder op andere gronden gemaakt worden, zoals gewicht, prijs of gewenste uitstraling. Bij een loods met lange, ononderbroken dakvlakken ligt dat anders: daar werkt het verschil in uitzetting direct door in het aantal naden, de benodigde bevestigingsmarge en de complexiteit van de aansluitingen, en is dat verschil dus wel degelijk relevant voor de keuze.
Gewicht speelt op een loods ook mee, al is dat een ander verhaal dan de uitzetting. Onze platen wegen ongeveer 5 kilo per vierkante meter, aanzienlijk lichter dan zink, wat op een lange overspanning van een loodsdak met een lichte stalen dakconstructie een reële overweging kan zijn naast de vraag over baanlengte.
Bij een dakvlak van bijvoorbeeld veertig meter lengte wordt in overleg bepaald wat een werkbare baanlengte is: lang genoeg om het aantal naden te beperken, maar behapbaar voor transport en montage op de steiger of hijskraan. Omdat wij op de millimeter leveren, wordt dat per project bekeken aan de hand van de tekening, en denken we daarin mee zonder dat dit meerkosten met zich meebrengt. Bij koud weer, tot -15 graden, kunnen de platen nog gewoon gevouwen worden op de bouwplaats, wat bij een winterse planning op een groot dakvlak praktisch is.
De dakhelling van een loods is vaak beperkt, en onze platen zijn toepasbaar vanaf zes graden, wat voor veel bedrijfsdaken ruim voldoende is. Bij een zeer lang, flauw hellend dakvlak is de afvoer van water over de lengte van de baan een aandachtspunt, maar dat staat los van het verschil met zink en geldt voor beide materialen.
Als u een dakvlak heeft dat door zijn lengte om een specifieke uitvoering vraagt, is het verstandig om de maatvoering en het aantal geplande naden vooraf te laten meekijken. Stuur een tekening of schets van het dakvlak, met de lengte en eventuele doorvoeren erop aangegeven, dan kunnen we aangeven welke baanverdeling voor die situatie praktisch is.